Principes

In principe kook en bak ik niets uit potjes en pakjes, met als meest verboden item: kant-en-klare pannenkoekenmix. Pannenkoekenmix is sowieso, los van mijn pakjes- en potjesprincipes, het meest onzinnige product op de markt dat ik kan verzinnen. Pannenkoeken zonder die mix zijn gezonder, goedkoper, beter voor het milieu en vereisen exact dezelfde handelingen en ingrediënten, alleen vervang je de mix door bloem. Maar soms,  heel soms, kom ik zo’n potje of pakje tegen, bijvoorbeeld bij vrienden, waarvan de inhoud zo lekker en bruikbaar is dat ik toch maar eens een potje of pakje gebruik. Vanavond staat er een ovenschotel op het menu, van aardappeltjes en courgette met Alfredosaus. Uit een potje dus, en er blijft geen druppel saus over.

Al maanden spelen zich ellenlange monologen af in mijn hoofd over de termen ‘in principe’en ‘uit principe’. Echt waar. Ik ben erachter dat dit twee bijzonder interessante, intrigerende principes zijn die lijken veel met elkaar te maken te hebben, maar eigenlijk toch heel verschillend zijn.

Stel nou dat ik hierboven had geschreven dat ik uit principe nooit uit potjes of pakjes kook of bak. Dan kon je er zeker van zijn dat ik dat echt nooit zou doen, onder welke omstandigheid dan ook. Het feit echter dat ik schrijf dat ik er in principe niet aan doe, is een verkapte slag om de arm. Het laat een deurtje open. Bij dingen uit principe is er niet eens een deur aanwezig. Bij uit-principes volgt altijd een dikke punt, of zelfs uitroepteken en is de discussie gesloten. Bij in-principes volgt meestal een maar en is er altijd ruimte om toch iets anders te overwegen. Overigens begrijp je dat ik kant-en-klare pannenkoekenmix uit principe niet gebruik.

Ook ben ik, zoals bekend, uit principe tegen vuurwapenbezit door ieder ander dan daarvoor noodzakelijkerwijs opgeleide personen (militairen, politie). Dit gaat nooit veranderen, er is geen argument dat mij op andere gedachten kan brengen, ik maak me er kwaad om dat niet iedereen dit principe omarmt en als ik er toch over in gesprek raak met een andersdenkende en ik heb geen gevatte argumenten meer dan roep ik dat ik er uit principe tegen ben en dan is de kous af.

Zo is het ook met bijvoorbeeld gelovigen. Je hebt uit-principe gelovigen, zoals streng gereformeerden of jehova’s getuigen, en je hebt in-principe gelovigen, zoals mensen die in principe wel geloven dat er iets is, maar dat hoeft dan niet perse god te heten. Grappig toch?!  Of neem het trouwgedrag van mensen. Vroeger trouwde men uit-principe (scheiden kwam bijna niet voor), nu is men in-principe getrouwd (bijna 40% van de huwelijken eindigt in echtscheiding). Overigens zijn de in-principes en uit-principes bij de meeste mensen zo verdeeld dat er een groter arsenaal aan in-principes dan uit-principes is, wat de wereld leefbaar houdt. Je hebt wel mensen die meer uit-principes bezitten, maar die ga ik liever uit de weg, zeker als ze botsen met mijn eigen uit-principes. Niet dat uit-principes altijd irritanter zijn dan in-principes, zeker niet. Vraag iemand of hij/zij iets voor je kan doen en de kans is groot dat het antwoord is:  “in principe wel, maar…(ik heb nu geen tijd, je bent net te laat, dat kost 50 euro etc)”. Met een uit-principe weet je tenminste waar je aan toe bent, en daar houd ik dan ook wel weer erg van. Zoals ik eerder zei spendeer ik al maanden aan deze theorie, dus ik zal jullie niet met al mijn voorbeelden vermoeien. Ik raad je aan er eens op te letten, je komt in het dagelijks leven meer voorbeelden tegen dan je nu misschien denkt. Inmiddels is het voor mij een vuistregel, er zijn geen uitzonderingen en het werkt in alle contexten. In principe dan.

Omdat dit blog in principe over Texas gaat, maak ik nog even een bruggetje. De meeste Texanen zijn zeer geprincipeerde mensen. Zowel wat betreft in- als uit-principes. In principe komen ze op de afgesproken tijd, uit principe wantrouwen ze de overheid. In principe houden ze zich tijdens het autorijden bezig met autorijden, uit principe hebben ze een wapen in huis. In principe komen ze op je verjaardagsfeestje, uit principe stemmen ze op de republikeinse presidentskandidaat. Ook hier ga ik jullie niet verder vermoeien met de eindeloze voorbeelden. Lees mijn voorgaande blogs en je vindt er genoeg.

Ondanks het feit dat Martin de laatste tijd heel erg druk is op het werk, hadden we een weekje vrij. David kwam bij ons op bezoek en we maakten van de gelegenheid gebruik een kleine vakantie te vieren. Met z’n allen in de auto vertrokken we de dag na Davids aankomst richting Houston. Arme David, die had de dag daarvoor dus een uur of acht op vliegveld Houston moeten wachten op de vlucht naar Killeen en werd nu vrolijk in een uur of vier door ons teruggereden. In een paar dagen tijd hebben we enorm veel gezien en gedaan. We verbleven in een hotel in Galveston, een schiereiland naast Houston met indrukwekkende huizen en wat minder indrukwekkende lange stranden.

We bezochten het kindermuseum in Houston, wederom een geweldig kindermuseum. Kinderen konden in de verschillende ruimtes werk doen (in de ambulance, op het politiebureau, op de beurs, bij het nieuws/tv, in de supermarkt, in een ouderwetse diner, in de telefooncentrale, als dierenarts, bij de krant, op het postkantoor of als uitvinder in de werkplaats) en kregen dan een paycheck voor dat werk die ze in een pinautomaat van de bank konden storten. Bij deze pinautomaten konden ze vervolgens ook weer hun verdiende geld opnemen om bijvoorbeeld in dezelfde winkel of diner iets te kopen. We gingen naar het aquarium waar we naast het bekijken van de vele vissen en reptielen ook de roggen mochten aaien (en voeren, maar daar moest je extra voor betalen dus lieten we dat als echte Hollanders aan ons neus voorbijgaan). Dat roggen aaien had ik na een aai ook wel weer gehad, een vreselijk gek gevoel, maar de jongens vonden het leuk.

De volgende dag spendeerden we grotendeels in het NASA spacecenter, waarbij we mochten zitten in de observatieruimte van de controlezaal uit de jaren 60. Deze ruimte was sinds die tijd niet meer gebruikt of veranderd, wat goed zichtbaar was dankzij de kleuren van de inrichting en natuurlijk de asbakjes aan de rugleuningen van de stoelen. We bekeken een heuse raket  en reden in een treintje het terrein over. Eenmaal uitgekeken in het spacecenter shopten we nog even in de outlet in Houston. Die avond aten we in het Rainforest Cafe in Galveston, een geweldig themarestaurant compleet met gorilla’s, olifanten en luid klaterende waterval. Zo luid klaterend dat we het geen minuut uithielden aan het tafeltje dat er naast stond, waarna we zonder problemen werden verplaatst naar een tafeltje wat dieper in het oerwoud gelegen. Na een minuut of tien werd het ineens donker en begon het te onweren, waarbij de gorilla’s zich luid grommend op de borst trommelden en de olifanten tetterden. Onze jongens waren er niet bijzonder van onder de indruk, alhoewel Joris zich enige zorgen maakte over mij en mijn angst voor onweer. Aan de tafel naast ons, pal onder een drietal reusachtige gorilla’s, zat echter een jongetje van een jaar of vier dat zich letterlijk het leplazarus schrok. Het kind was zo angstig dat hij het restaurant uitrende zonder naar zijn ouders om te kijken en pertinent weigerde ernaar terug te gaan. Zijn moeder ging geïrriteerd verder met haar smartphone, zijn vader probeerde hem te troosten en terug te halen. Het mocht allemaal niet baten. Uiteindelijk kregen wij hun al geserveerde voorgerecht aangeboden en vertrok de familie: kind huilend, moeder mopperend, vader met de handen in het haar. Dat wij vervolgens veel te veel te eten hadden maakte niet uit, daar zijn de doggybags tenslotte voor. Ongegeneerd en ervaren schepte ik de witte plastic bakjes vol, maar David voelde zich er nog een beetje bij zoals ik mij ook voelde bij mijn eerste doggybag bijna twee jaar geleden, ietwat opgelaten en hebberig. Terug in het hotel besloten we nog een kleine avondwandeling te maken, geheel onvoorbereid op de honderden muggen liepen we dus in korte broek en met blote armen langs het strand. Net toen we bedachten dat er toch teveel muggen waren en dat het beter was om naar het hotel terug te gaan, zagen we een fantastische minigolfbaan. Compleet met waterpartijen, hoge beplanting en warme lampen een waar walhalla voor de muggenkolonie ter plaatse. Eigenwijs en vol goede moed sloegen de grote mannen een balletje, enthousiast aangemoedigd door de kleine mannen. De volgende dag betaalden we de prijs met minstens tien dikke jeukende muggenbulten per persoon.

Op de laatste dag vermaakten we ons op de Kemah Boardwalk. Denk hierbij aan een kruising tussen een kermis, een pretpark en een pier vol horecagelegenheden. We reden wederom in een treintje het terrein over, waarbij mijn blijdschap om in het voorste karretje te kunnen zitten omsloeg in spijt toen mijn longen volliepen met de uitlaatgassen van de locomotief. We zaten in het reuzenrad en op de draaimolen. We keken uit over zee vanuit de boardwalk tower, een attractie vergelijkbaar met de pagode in de Efteling. De jongens draaiden rond in vliegtuigjes, Martin zweefde in zijn eentje in de zweefmolen en we aten in een goed restaurant, landry’s seafood, een heerlijke lunch die gelukkig voor mij niets met seafood te maken had (ik eet uit principe geen vis of andersoortige waterbeesten).  Tot slot lieten de grote mannen zich nog naar beneden vallen in de drop-zone en reden ze in een supergave houten achtbaan, zwangere vrouwen en kleine mannen waren hierin niet toegestaan.

Dat weekend reden we nog eens drie uur de andere kant op, naar San Antonio om de grotten te bekijken en via de fantastische San Marcos shopping outlet reden we weer naar huis. We aten nog even bij de Taco Bell, maar dat was geen succes. Eenmaal thuis mocht ik aan de slag met een spidermantaart voor een jarig Nederlands jongetje en terwijl ik met de jongens zijn feestje bezocht gingen Martin en David iets doen waar ik uit principe niet aan mee deed en niet mee naar toe wilde: schieten op een schietbaan. Gelukkig maar, want het feestje was een groot waterfestijn, waarop Joris mij en de andere aanwezigen versteld deed staan door tegen ieders verwachting in na een periode van observatie toch met plezier het zwembad in te gaan. Normaal gesproken gaat hij altijd zijn eigen gang in de speelkamer terwijl de rest van de kinderen plonst. Overigens vertelde Martin me hoe ongelofelijk makkelijk men hier op de schietbaan omgaat met wapens. Ze liepen naar binnen, vertelden dat ze wilden schieten en kregen de wapens al in hun handen gedrukt. Toen ze aangaven onervaren te zijn werd daar zeer laconiek op gereageerd en werden ze met wat simpele aanwijzingen toch de baan opgestuurd. Ondenkbaar voor Nederlandse begrippen (mag ik hopen) en typerend voor de, in mijn ogen onverantwoord idiote, manier van omgaan met vuurwapens. Om Davids bezoek af te sluiten aten we bij de Outback, op labor day brachten we hem weer naar het vliegveld vanwaar hij door zou vliegen naar Las Vegas om zijn geluk te beproeven. Het was een heerlijke week, dus David als je dit leest: nogmaals onze grote dank! Het blijft fijn om met vrienden en familie een stukje van ons Texaanse avontuur real-life te kunnen delen.

Mijn locatie .

Een nieuwe dimensie aan ons Texaanse avontuur!

Even slapen of een blog schrijven? Dat is de vraag die ik mijzelf sinds een aantal weken stel na de lunch. Tot nu toe werd het steeds optie 1. De eerste paar weken had dit vooral te maken met het feit dat ik iets te verzwijgen had voor de wereld, naast de bijbehorende vermoeidheid. De afgelopen weken is het grote nieuws met velen gedeeld, maar is de vermoeidheid nog wat blijven hangen. Daarom nu eerst dit blog en hopelijk binnen een week nog een blog, omdat het teveel is om in een keer te plaatsen.

Vandaag ben ik 16 weken zwanger van ons derde kindje! Een totaal andere zwangerschap dan ik gewend was, met enorme misselijkheid en niet in de laatste plaats door de verschillen op gebied van gezondheidszorg tussen NL en Texas. Ik heb het geluk te verblijven in een staat waar verloskundige zorg niet verboden is, die staten heb je namelijk ook (bijvoorbeeld Alabama)! Maar niet verboden betekent niet dat het ook gebruikelijk of goed toegankelijk is, dus een grote speurtocht naar de juiste zorgverlener begon een week of tien geleden. De meeste Nederlandse vrouwen hier gaan bij zwangerschap direct naar het ziekenhuis, net zoals de meeste Amerikaanse vrouwen. Omdat ik echter leef in de stellige overtuiging dat een thuisbevalling (bij ongecompliceerde zwangerschap) voor moeder en kind veiliger is dan een ziekenhuisbevalling en ik niet wens te worden behandeld als zieke, afhankelijke of onwetende besloot ik eerst alle opties te onderzoeken. Daarnaast heb ik mijn thuisbevalling van Elian als veel prettiger ervaren dan mijn ziekenhuisbevalling van Joris. Ik had mijn zinnen dus gezet op een thuisbevalling, begeleid door een verloskundige. Maar waar vind je zo’n verloskundige?

Ik zal een beeld schetsen van de keuzes die ik had. Optie 1: toch naar het ziekenhuis.

De zorg voor zwangeren in het ziekenhuis wordt in Texas door de gynaecoloog gedaan, evenals de bevalling. Nazorg of nacontroles kennen ze niet, kraamzorg ook niet. Het is gebruikelijk vrouwen bij een zwangerschapsduur van rond de 38 weken in te leiden (!!! Vreselijk) Tijdens de bevalling is een ruggenprik “vaste prik”, alhoewel je niet verplicht bent deze te laten zetten gelukkig. Meteen na de geboorte krijgt de baby preventief antibiotica in de oogjes gesmeerd (deden we in NL in de jaren 70 ook en hebben het toen snel afgeschaft ivm veel complicaties en nihil gunstig effect), een injectie vitamine K (kunnen we in NL gewoon druppelen) en Hepatitisvaccinaties. Tijdens de bevalling dragen de dokters en zusters om je bed maskers voor hun gezicht, want stel je voor wat er anders kan gebeuren…. En het verhaal gaat dat je kindje compleet met elektronische armband tegen diefstal op de babyzaal wordt gelegd en dus niet bij de moeder mag blijven, maar dat schijnt per ziekenhuis te verschillen. Met echo’s en allerlei aanvullend onderzoek wordt niet zuinig omgesprongen, wat betreft kosten voor de begeleiding van de zwangerschap en bevalling in een ziekenhuis moet je rekenen op duizenden dollars (10.000-20.000 dollar, ben je geen uitzondering). Broers/zusjes mogen niet aanwezig zijn bij echo’s of de bevalling. Grote, en wat mij betreft enige, voordeel: het ziekenhuis is op 10 minuten rijden van ons huis.

Optie 2: naar een ‘birthcenter’

In een geboortecentrum word je door een verloskundige begeleid en kun je doorgaans kiezen of je in dat centrum wilt bevallen, daar hebben ze meestal twee speciale huiselijk ingerichte bevalkamers voor, of je kiest voor een thuisbevalling. In een geboortecentrum word je als zwangere gezien als gezonde vrouw met een baby in haar buik en benaderen ze de zwangerschap niet als aandoening. Je hebt een belangrijke eigen inbreng in hoe je zwangerschap verloopt (hoeveel echo’s, hoeveel aanvullend onderzoek) en hoe je de bevalling wilt vormgeven, waarbij de verloskundige op een holistische manier met de zwangere omgaat (dus rekening houdt met alle aspecten van haar leven en niet alleen kijkt naar de groeiende buik). Eventuele broertjes/zusjes worden indien gewenst betrokken bij de zwangerschap en bevalling en zolang het veilig blijft mag je het zo gek maken als je zelf wilt (muziek, licht, aromatherapie, badbevalling, 20 mensen om je bed of juist niemand, met of zonder spiegel, zelf je baby aanpakken etc.) In het geboortecentrum zijn ze een groot voorstander van het uitdragen van je kindje tot hij/zij er zelf voor kiest ter wereld te komen, laten ze de navelstreng uitkloppen voordat hij wordt doorgeknipt, blijft de baby te allen tijde bij de moeder en begeleiden ze de moeder indien gewenst direct in het geven van borstvoeding. Ook bieden ze standaard zes weken nazorg, voor moeder en kind. De kosten verschillen uiteraard per geboortecentrum, maar je moet denken aan bedragen tussen de 2000 en 4000 dollar.

Het dichtstbijzijnde geboortecentrum lag ten tijde van de start van mijn onderzoek op een kwartiertje rijden van ons huis. Gewoon in Killeen. De website zag er veelbelovend uit dus besloot ik contact op te nemen. Het bleek een geboortecentrum gerund door een verloskundige, die binnenkort het centrum zou sluiten en zich enkel nog op thuisbevallingen zou richten. Dat betekende ook dat alle prenatale afspraken/controles gewoon bij mij thuis zouden plaatsvinden. Ideaal, dacht ik. Op kennismakingsgesprek liep alles echter even anders dan gehoopt. De vrouw maakte een verwarde, depressieve indruk. De kamer was donker en rommelig. Alle informatie die ik haar over mijn eerdere zwangerschappen had gemaild was ze vergeten en ze reageerde afwezig en onvriendelijk op mijn vragen. Midden in het gesprek stond ze plotseling op, liep naar de deur en maakte duidelijk dat het gesprek lang genoeg had geduurd. Ze stuurde me naar huis met de mededeling dat het buiten te warm was voor haar om met me mee naar de deur te lopen en vroeg me binnenkort te laten weten of ik door haar begeleid wilde worden. Overigens meldde ze nog tussen neus en lippen door dat onze verzekering haar misschien niet zou dekken, omdat ze een opleiding had gevolgd die niet door elke verzekeraar werd erkend. Enigszins in paniek kwam ik thuis. Ik had het gevoel geen keuze meer te hebben en te worden gedwongen te kiezen tussen twee kwaden. Het ziekenhuis was duidelijk niets voor mij, maar dat ik absoluut niet door deze vreemde vrouw begeleid wilde worden was kraakhelder.

Op ruim drie kwartier rijden van ons huis ligt het volgende dichtstbijzijnde geboortecentrum, een centrum met vier verloskundigen, een assistente/kraamhulp, een secretaresse en een inpandig echobureau. In Georgetown, een stadje vlak voor Austin. Wederom stuitte ik op een geweldige website, met alles wat ik zoek in de begeleiding van mijn zwangerschap en bevalling en veel positieve ervaringsverhalen. Maarja, Elian is destijds in minder dan drie uur geboren. Is het risico van een verloskundige op deze afstand dan wel verantwoord? Ik heb me suf gepiekerd en ontzettend veel met Martin gepraat. Alle opties nog eens doorgenomen, maar ik bleef het gevoel houden geen keus te hebben.

We besloten toch het ziekenhuis te bellen, om gewoon eens te gaan praten met een gynaecoloog en te kijken of hij/zij bereid was zich aan (een aantal van) mijn wensen aan te passen. Wat bleek echter al snel, in dit ziekenhuis was je verplicht eerst een zwangerschapstest te laten uitvoeren in hun laboratorium (uitslag liet een week op zich wachten), daarna een afspraak te hebben met de financieel medewerker om te kijken of je wel goed verzekerd was en tot slot moest je een zwangerschapscursus van een aantal dagen volgen (ongeacht eerder doorgemaakte zwangerschappen) alvorens je überhaupt een arts te zien zou krijgen. Dat was voor mij de druppel. Ik was al fel tegen een ziekenhuisbevalling (tenzij medisch noodzakelijk uiteraard), het Amerikaanse ziekenhuissysteem stond me nog meer tegen en nu ook nog deze onzinnige rompslomp.

Op naar Georgetown dus, waar ik terecht kwam in een warm bad. De verloskundigen zijn professioneel, kundig en vriendelijk. Ze zijn lief voor de jongens en zijn bereid overal over te praten. Mijn wensen, mijn zorgen, mijn beslommeringen in het dagelijks leven. Voor elke afspraak nemen ze 60 minuten de tijd (!). Mijn afspraken worden altijd vlot gecoördineerd en geregeld door de secretaresse, evenals de declaratieformulieren die ik voor de verzekeraar nodig heb(zo mooi van het Amerikaanse systeem, ik krijg bijna 1000 dollar korting als ik zelf betaal en declareer). Als ik thuis met vragen zit kan ik haar mailen en heb ik altijd snel een helder antwoord. De deur wordt voor me opengehouden, er is een speelruimte voor de kinderen, eten en drinken staat altijd klaar voor wie het wil. De muren staan vol met afdrukken van voetjes van de baby’s die er geboren zijn en het hele centrum is huiselijk maar netjes ingericht. Feit blijft dat ook zij zich aan de Texaanse wet moeten houden, wat voor mij betekent dat ik voor alles wat ik weiger een formulier moet ondertekenen (geen antibiotica in de oogjes, geen vitamine K injectie, geen hepatitisvaccinatie etc.) Prima, ik ben allang blij dat zij de mogelijkheid bieden dit te weigeren en dat ze mij volledig voorlichten over alle voor en nadelen van deze ingrepen. Omdat ik bij Joris het Hellpsyndroom ontwikkelde word ik bij ieder bezoek uitgebreid gecontroleerd. Mijn enige zorg blijft de afstand. Toch hoef ik mij hier waarschijnlijk niet heel druk om te maken. In Nederland word je geïnstrueerd te bellen bij regelmatige weeën, hier bel je bij de eerste wee. De verloskundige komt dan naar je toe en blijft bij je, tot je baby geboren is of (bij vals alarm) tot je je weer prettig genoeg voelt om alleen gelaten te worden. Heel gebruikelijk is het om een badbevalling te doen wanneer je je laat begeleiden door een verloskundige. Ze nemen dan ook een mobiel baringsbad mee naar ons huis bij de 38 weken controle, zodat ik tijdens de bevalling kan beslissen of ik daar wel of geen gebruik van wil maken. Kortom, ik ben blij! Ik heb met 7 weken een echo gehad om de zwangerschap te bevestigen en over twee weken, met 18.3 weken zwangerschap heb ik de 20 weken echo. Geen onnodige echo’s dus, maar mocht ik er meer willen ben ik daar helemaal vrij in.

Natuurlijk gebeurt er hier nog meer dan alleen zwanger zijn. Taal blijft een mooi concept. Martin vertelde me van de week dat iemand “de koning op aarde”was. “Oh”, zei ik, “die heb je leuk bedacht”. “nouja”, zei Martin “de koning in Frankrijk dan” Haha. (voor medemensen die ook moeite hebben met spreekwoorden, in deze tekst achterhaal je de volgende correcte spreekwoorden: ‘de koning te rijk’, ‘als een god in Frankrijk’, ‘de hemel op aarde’) Ik heb ooit van Eliane het boekje ‘geen kip overboord’ gekregen, en inmiddels na tien jaar spreekwoordverbasteringen van Martin en zijn familie aanhoren zou ik zo een nieuw boekje kunnen vullen. Zeer vermakelijk.  Laatst dacht ik dat mijn eigen Engels niet meer zo best was. Ik had een taart gemaakt voor een Amerikaanse die ze zou komen ophalen tussen 13.00 en 16.00. Op de betreffende dag belde ze me echter dat ze hem uiterlijk om 13.00 zou halen, want ze had daarna allerlei afspraken. Tenminste, dit dacht ik te hebben verstaan. Om 13.00 was er geen mevrouw, om 14.00 belde ze en verstond ik: “ik kom er nu aan”. Om 15.00 geen mevrouw. Om 15.30 stond ze dan op de stoep. Door het dolle heen zo blij met de taart, zoals het een goed Amerikaanse betaamd. Gelukkig bleek het niet aan mijn Engels te liggen, maar wederom simpelweg aan het feit dat ik met een Texaanse te maken had. ‘Ik zeg niet wat ik doe en ik doe niet wat ik zeg, ik houd slechts de schijn op’. Weet ik dat na twee jaar nu nog niet?!

In mijn vorige blog vertelde ik over onze auto die naar de dealer moest. Tijdens die reparatie hebben de monteurs helaas een stukje van een van de stoelen afgebroken. Geen essentieel onderdeel, maar toch willen wij het graag (op hun kosten) gerepareerd hebben. Martin zocht om het makkelijk te maken meteen het onderdeelnummer op en regelde met de onderdelenmeneer dat het besteld zou worden. Een paar dagen later werden we teruggebeld dat het onderdeel binnen was en dat ik mocht langskomen om het even te laten repareren. Dus reed ik, nog in mijn misselijke periode, nadat ik Joris op school had gebracht met Elian naar de dealer. Daar aangekomen keek de juffrouw die Martin had gesproken of ze water zag branden. Ze wist helemaal niets van een kapot onderdeel, dat zij dan ook nog eens zelf gesloopt zouden hebben. Onvoorstelbaar. Ze had mijn man helemaal niet gesproken en het onderdeel was ook niet in huis. Sterker nog, volgens de computer was dat onderdeel nooit besteld en de naam van de onderdelenmeneer herkende ze absoluut niet. Onder invloed van hormonen laat ik mij wat moeilijker wegsturen dan normaal, dus hield ik vol en belde ik Martin. Elian inmiddels jengelend op de achtergrond, drie doosjes ‘zoethoud’ rozijntjes al achter de kiezen. Toen ik daarna de naam van de onderdelenmeneer nog eens noemde ging er een klein belletje rinkelen: “oooh, die, ja dat is het baasje van alle onderdelenmeneren…”. Maar verder wist ze nog steeds nergens van. Mokkend liep ze mee naar de auto, om te kijken naar wat er dan kapot was. Het gebroken onderdeel dat ik haar onder de neus had geduwd had ze nog nooit van haar leven gezien (weet u zeker dat dat bij uw auto hoort?). Dat het onderdeel perfect paste op de andere helft van het onderdeel dat nog in de auto zat overtuigde haar niet, dus moest er een monteur bij komen kijken. De monteur herkende het gelukkig een half uur later wel en leek zich ook te herinneren dat zij het zelf hadden gesloopt, dus werd de mevrouw ineens vriendelijk en bezwoor ze me het onderdeel meteen te bestellen. Tien minuten later vertelde ze me dat ik kon gaan, het onderdeel zou die middag binnenkomen en dan zouden ze me bellen voor een afspraak om het erin te laten zetten.

Een paar weken later besloot Martin zelf maar weer eens te bellen hoe het met de bestelling stond.  Drie keer raden, er was wederom geen bestelling gedaan, geen onderdeel in huis en Karlijn mag weer langsrijden om te laten kijken wat ze nodig hebben. Met frisse tegenzin rijd ik dus na het schrijven van dit blog weer naar de dealer, benieuwd wat ze me nu weer op de mouw gaan spelden en nog benieuwder of mijn bezoek dit keer iets uit gaat halen. Ik zet alvast tien dollar in op: NEE.

Mijn locatie .