water

Er was eens, lang geleden …. een meneer bij ons op bezoek die ons een waterfilteringssysteem wilde verkopen. Mijn lieftallige echtgenoot vindt het namelijk leuk om kleine beetjes geld binnen te harken met de vele acties die men hier verzint. Zo is hij niet te beroerd zo nu en dan een proefrit te maken in een auto die hij zeker weten niet gaat kopen, wanneer hij in ruil daarvoor een kraskaart krijgt die een waarde kan hebben tussen de 1 en de 1000 dollar. Op die manier hebben we in de afgelopen drie jaar toch al vijftig dollar verdiend. Ook gaat hij soms langs de autodealer voor prijsjes: 7 dollar. Dankzij het invullen van online enquêtes kunnen we ons in de zomer af en toe een lekker softijsje van de Macdonalds veroorloven, opbrengst tot nu toe 10 dollar. Op een goede dag in februari werden we gebeld dat een bedrijf dat waterfilters verkocht bij ons langs wilde komen voor een demonstratie. In ruil daarvoor beloofden ze ons een waardebon, 20 dollar, van Lowes (doe-het-zelfzaak). Dus zaten wij in het weekend aan tafel met een ENORME jongeman, die ons allereerst de noodzaak van kwalitatief goed water uitlegde. Zo wist hij ons te vertellen dat het drinken van water belangrijk was voor de gezondheid en slanke lijn (ahaaa, als de meneer waar wij samen drie keer inpassen dat zegt zal dat wel zo zijn). Zelf vond hij het gelukkig ook wel een beetje gek om dit, gezien zijn postuur, aan mensen te moeten vertellen. Vervolgens kregen wij een informatief filmpje te zien over water, althans, dat was de bedoeling, maar de batterij van zijn tablet was leeg en dus moesten wij hem eerst van stroom voorzien. Eenmaal ingeplugd konden we dan toch kijken naar een herhaling van onze basisschoollessen over water, ik waande me meteen terug in de projectweek over water op de regenboog. (vaag speelt er nu een liedje in mijn hoofd met als tekst: tralalalalalalala lalala, iemand?) Na dit filmpje moesten wij aangeven wat wij hiervan geleerd hadden…..uuuuhmmm, terwijl ik nadacht over wat ik toch kon zeggen om die man niet teleur te stellen hoorde ik martin al antwoord geven: “niets”. Tijd dus voor de demonstratie. Ik moest een stapel handdoeken ter beschikking stellen, zodat hij eerst zijn spannende koffertje op een handdoek op het aanrecht kon zetten. Je kunt tenslotte niet het risico lopen dat mensen je aanklagen omdat je een kras op hun granieten blad hebt gemaakt. Waarom hij zelf voor zijn waterdemonstratie geen handdoeken had meegebracht, heb ik maar niet gevraagd. Uit het koffertje kwamen allerlei buisjes en slangetjes en een grote bak met wat leek op zwart zand (even off topic: ik kan nog altijd geen ‘zwart’ intikken op mijn computer zonder er een s achter te zetten… vraag me toch af of dat aan mij ligt of dat andere leden van de zwartsfamilie daar ook last van hebben). Afijn, de beste man moest vervolgens ons water gebruiken en vulde zijn buisjes, schudde ermee, liet ze rusten en stelde ons dan allerlei gezellige vragen over kleur, helderheid, geur, smaak en gevoel. Ik vond het in zijn fan-tas-tische systeem gefilterde water nog steeds niet te zuipen, maar  ik ben nu eenmaal een verschrikkelijke pietlut als het gaat om de smaak van water. Ik drink in Texas alleen water uit flesjes, maar ook in Vianen vond ik het kraanwater niet te drinken. In Amerongen en Doorn vind ik het water dan weer prima uit de kraan. Toen hij ons op smaak niet kon overtuigen en wij ook al niet onder de indruk bleken van enge praatjes over het minder goed schoonmaken met ongefilterd water,  gooide hij het over een andere boeg. Ik moest mijn handen wassen, rechts met filterwater, links met kraanwater. Daarna moest Martin aan mijn handen voelen om te merken hoe vreselijk veel zachter mijn rechterhand nu was dan mijn linker. “Moet u zich voorstellen dat uw vrouw elke dag zoveel zachter aanvoelt wanneer u ons waterfilter koopt!”. Martin voelde echter geen verschil, ik ook niet, en al had hij verschil gevoeld, dan nog had het hem een biet kunnen wezen of ik zachter uit de wasstraat zou komen. Als ultiem overtuigingsmiddel had de man nog het financiële plaatje achter de hand. Slim, want daar zou je martin nog wel eens mee kunnen overtuigen. Helaas voor de beste man bleek het financieel alleen aantrekkelijk om zijn filter te kopen wanneer je vervolgens tien jaar in hetzelfde huis zou blijven zitten en, niet onbelangrijk, wanneer je toch al in het dagelijks leven een vermogen uitgeeft aan chemische schoonmaakmiddelen en verzorgingsproducten die, volgens de folder, overbodig zouden worden bij het gebruik van zijn gefilterde water.  Op den duur had hij wel door dat aan ons niet te verdienen viel, dus pakte hij zijn spullen. Zonder iets te zeggen over de waardebon probeerde hij ons gedag te zeggen en het huis uit te komen, maar zo gemakkelijk kwam hij er bij Martin natuurlijk niet vanaf. Toen Mart hem vroeg naar de bon beweerde de beste man dat hij door zijn bonnen heen was en gaf hij ons een ander –naar later bleek volstrekt waardeloos- couponboekje en de belofte de volgende dag de lowesbon te komen brengen. Nu voel je vast al nattigheid (inkoppertje). Uiteraard kwam onze vriend nooit weer om.

Maart 2014. Aangezien ik al maanden liep te klagen over het tekort aan koel- en vriesruimte, kwam de vraag van een Amerikaanse collega wie zijn oude koelkast wilde hebben geen dag te laat. We maakten een afspraak op een zondag met de man om hem hier af te leveren en zorgden dat in onze garage plek was om het apparaat neer te zetten. Hiervoor moesten een aantal spullen uit het nisje in de garage tijdelijk staan op de plek waar altijd de neus van mijn auto staat,waardoor de auto niet meer zover in de garage kon als normaal. Natuurlijk ging de bezorgafspraak die dag op het laatste moment niet door, zoals dat gebruikelijk is bij onze Texaanse medemens, dus besloten we de wekelijkse boodschappen te gaan halen (voor het vervolg van dit verhaal is het nog best interessant dat ik ongeveer in week 38 van mijn zwangerschap zat). Weer thuis bracht ik de eerste tassen naar de keuken terwijl Martin zag dat hij best nog wat verder de garage in kon met de auto. Twee tellen later hoorde ik een boze man een aantal beter-niet-te-herhalen-woorden roepen, gevolgd door “karlijn, ik heb iets doms gedaan”. Ik dacht nog dat hij een pak melk of een bak eieren had laten vallen. Gelukkig bleek dat er geen eierschalen op de grond lagen, maar helaas wel miljoenen scherven van de achterruit. Mart was inderdaad verder de garage ingereden en had daarbij de achterklep open laten staan. Hierdoor had de garagedeur de ruitenwisser gegrepen en zo de achterruit uit de auto getrokken. Uiteraard was er geen enkel bedrijf beschikbaar om de ruit direct te repareren, dus moest Martin vier dagen carpoolen zodat ik in geval van nood zijn auto zou kunnen gebruiken. Op donderdag werd de ruit gemaakt door een rasechte Texaan en zijn dochter. Compleet met  oude, stoffige pick-up truck, versleten spijkerbroek en een gebit dat duidelijk liet zien dat je van het repareren van autoruiten geen zorgverzekering kan betalen (we hadden wel de goedkoopste reparateur uitgezocht).  Ze leverden geweldig werk, in een paar minuten had ik een prachtige nieuwe achterruit en waren de scherven van de vorige opgeruimd.  We maakten een gezellig praatje en de man bleek een poosje in Duitsland te hebben gewoond, zoals zovele Amerikanen die we hier spreken. Hij was vooral onder de indruk van de Europese solidariteit, de manier waarop wij voor de zwakkeren in de samenleving zorgdragen en dan met name het feit dat hierdoor iedereen in elk geval een basiszorgverzekering heeft.  Dit staat in schril contrast met Amerika, waar door onder andere de goedlopende marktwerking in de zorg alleen de rijkere mensen nog benodigde zorg (een verzekering) kunnen betalen. Ondanks de twaalf werkuren die hij dagelijks maakte kon hij zich geen verzekering veroorloven. De keuze voeding en een dak boven je hoofd of verzekering is immers snel gemaakt. Het deed me denken aan de vele vervallen “huizen” die we zien zodra we iets buiten de stadsgrenzen komen. Waarin je je niet kunt voorstellen dat er mensen wonen, maar je weet dat dit toch echt wel het geval is. Het maakte me ook ongerust wat betreft ons eigen land. Bestaat de solidariteit waar deze man zo vol lof over sprak over een aantal jaar nog wel in Nederland/Europa of volgen we blind het voorbeeld van Amerika om tegen dezelfde problemen aan te gaan lopen? Ik vrees het laatste. Wat mij betreft is de zorg al jaren (sinds de poging tot invoer van marktwerking?) niet meer wat het zou moeten zijn en ik ben bang dat het er de komende periode niet beter op wordt. Ik heb het hem maar niet verteld.

April 2014. Op een dag dacht ik dat Joris en Elian door de zon verbrand waren. Wel gek, want ze waren niet meer aan de zon blootgesteld dan anders. Ze zaten onder de grote rode vlekken die ik ijverig, en onder luid protest, insmeerde met klodders after-sun. Op school vroeg ik de juf om Joris voor het buitenspelen nog eens extra met zonnebrandcrème in te smeren, waarna ze mij lachend aankeek. Ik dacht toch niet dat Joris was verbrand? Welnee, de vijfde ziekte heerst op school! Kan helemaal geen kwaad, maar geeft een flinke rode uitslag die lijkt op zonnebrand. Juist ja.

Naar aanleiding van mijn vorige blog wees mijn schoonmoeder mij erop dat zij ook op bezoek was geweest in april, maar dat ik dat niet had vermeld in mijn blog. Dat klopt helemaal. Ik loop nog altijd enorm achter en inmiddels staan er in dit blog zaken die eerder zijn gebeurd dan gebeurtenissen uit mijn voorgaande blog. Volgt je me nog? Natuurlijk verdienen mijn schoonouders een eervolle vermelding, het was fijn om ze in april tien dagen lang te kunnen voorstellen aan onze nieuwste kleine man. Ik denk dat we wel kunnen stellen dat ze de weg in Texas inmiddels aardig kennen. We vierden mijn verjaardag met chocoladetaart, lekker in de tuin. We aten zelfgebakken paasstol en vanzelfsprekend schilderden we met z’n allen een dozijn eieren die enthousiast door opa en oma in de tuin werden verstopt voor Joris en Elian. De jongens vragen mij nog steeds regelmatig of ze een ei mogen beschilderen, het is inmiddels eind augustus.

De eerste koningsdag werd ook in Texas gevierd. Met collega’s op Blora. We probeerden door middel van kraampjes de sfeer van de Hollandse vrijmarkten na te bootsen. Ondanks het feit dat ik liever geen konings- of Koninginnedagen meer zou vieren hadden we een gezellige dag.

Eind april. Opnieuw worden we gebeld door het waterfiltersysteembedrijf, met de vraag of ze bij ons een demonstratie mogen komen geven in ruil voor een Lowesbon van 20 dollar. Dat mag van Martin wel. Als de beste man, een flink slankere dit keer, op de stoep staat zegt Martin dat hij graag de bon wil hebben, maar dat we de demonstratie al gehad hebben en dat de jongen dus lekker een uurtje of twee kan gaan doen waar hij zin in heeft. Daar heeft hij gelukkig wel oren naar en na vijf minuten is hij weer vertrokken en hebben wij dan -eindelijk- toch nog onze Lowesbon.

<

Mijn locatie .

Beter goed gejat…?

Zo af en toe ga ik er ‘s-avonds even in mijn eentje opuit. Meestal neem ik Auron wel mee trouwens, maar die hangt dan te slapen op mijn buik in de draagzak. Zodra ik de jongens op bed heb gelegd rijd ik naar de Walmart om op mijn gemakje boodschappen te doen. Boodschappen doen met Elian is op het moment nog al een verzoeking, dus dat vermijd ik als het even kan. Laatst deden we bijvoorbeeld met het hele gezin boodschappen: Martin met het wagentje, ik met het lijstje, Auron in de draagzak, Joris liep braaf mee en Elian hing aan mijn hand. Dat ging op zich nog aardig (dankzij de mantra: “als je nu lief meeloopt mag je straks nog even lego kijken”), maar toen we alle boodschappen hadden besloot Martin dat het wel handig was als hij vast ging afrekenen terwijl ik met de jongens nog even door het legoschap zou lopen. Voordat ik iets kon zeggen was manlief verdwenen richting kassa en werd ik door twee enthousiaste kleine mannetjes naar het leukste stukje van de Walmart geduwd, de baby hobbelend op mijn buik. Nadat de jongens alle dozen uitgebreid bestudeerd hadden, inclusief de verdwaalde pizzadoos die tussen de lego lag, vond ik het tijd om naar de uitgang te gaan, maar daar dacht Elian toch echt heel anders over. Precies zoals ik al had verwacht stortte hij zich ter aarde, een doosje lego in zijn armen geklemd, luid gillend dat hij niet naar huis wilde. Keurig in het kader van ‘Je bent drie, dus wat je moeder zegt dat wil je nie’. Normaal gesproken denk je dan als moeder geen twee keer na, maar pak je de peuterpuber (nu het nog kan, in de tienerpubertijd vrees ik dat dat niet meer gaat) letterlijk bij kop en kont, slingert hem over je schouder en loopt zo nonchalant als je kunt de winkel uit. Helaas, in dit geval ging dat niet lukken. Ik had tenslotte een paar weken oude baby op mijn buik hangen, die inmiddels wakker was geworden van de commotie en beginnende honger. Aangezien Elian niet voor rede vatbaar was en zich ook niet liet chanteren (ga je nu mee , dan krijg je in de auto een doosje rozijntjes/een banaan/ een snoepje…), besloot ik hem bij zijn arm te pakken en kordaat richting uitgang te lopen. Leuke theorie, maar de praktijk bleek een tikkie anders. Meneer bleef met zijn 16 kilo op de grond liggen en liet zich (eigenlijk niet) voortslepen over de winkelvloer. Joris kon het niet aanzien en besloot mij te helpen door Elian zijn vrije, naar-de-poten-van-de-schappen-graaiende-om-zich-daar-aan-vast-te-klampen, armpje te pakken en mij te helpen slepen.  Auron bungelde zachtjes mekkerend in zijn draagzak en zo verplaatsten we ons met een slakkengang richting uitgang. Let wel, de Walmart is van iets ander formaat dan de gemiddelde Nederlandse supermarkt, en het legoschap bevindt zich –uiteraard- verder van de uitgang dan welk ander schap dan ook. Daarnaast was het buiten dertig graden en was mijn conditie nog op het peil van net-bevallen, dus stond het zweet al snel in onze handen waardoor ik steeds vaker de grip verloor op het handje van mijn middelste zoon. Onderweg werd ik door menig moeder/oma aangemoedigd, verbazingwekkend hoeveel andere mensen zich ooit in een soortgelijke situatie hebben bevonden. Anderen gunden me slechts een medelijdende blik en menig medewerker probeerde me de winkel uit te kijken. Natuurlijk was er geen Texaan die zich eraan waagde mij fysiek te assisteren. Halverwege de winkel, een minuut of 30 later, was mijn grens bereikt. Gek genoeg bedacht ik me daar pas dat ik mijn telefoon in mijn tas aan mijn schouder had bungelen en dat ik dus gewoon Martin om hulp kon bellen. Martin bleek al een poosje in de auto te zitten: “waar blijven jullie? Ik sta al klaar voor de uitgang”. Blijkbaar was ik ondanks alles niet duidelijk genoeg (goh, daar heb ik normaal nou nooit last van), want nadat we hadden opgehangen kwam hij niet om mij te helpen de winkel in, maar bleef hij op ons wachten in de auto. Ik droogde mijn handen, hield mezelf voor vooral kalm te blijven en sleurde met mijn laatste beetje kracht in nog een kwartier het hele spul naar de schuifdeuren. Daar stond inderdaad met draaiende motor onze auto. Een blik op het vrolijke gezicht van mijn man was genoeg om mijn kalmte volledig te verliezen, mijn oren bleven de hele dag nastomen.

Afijn, het verhaal dat ik eigenlijk wilde vertellen gebeurde op een avond dat ik dus zonder de jongens naar de Walmart ging. Op mijn dooie akkertje had ik alle paden doorlopen en geheel relaxt sloot ik aan bij de kassa waar op dat moment twee dames (oma en moeder) met twee kindertjes (jongen van jaar of 8, meisje van jaar of 6) hun boodschappen op de band stonden te laden. De dames hielden de caissière bijzonder uitvoerig aan de praat en terwijl ik een beetje schaapachtig voor me uit stond te staren, zag ik dat het jongetje een aantal chapsticks (lippenbalsem) in zijn broekzak liet glijden. Toen hij merkte dat ik hem zag kreeg hij een eng geamuseerde blik in zijn ogen en begon hij naar me te zwaaien. Op dat moment riep zijn oma hem, net iets te opvallend naar mijn mening, dat hij aan de andere kant moest komen staan zodat hij nergens aan kon komen. Daar stond ik dan. Alleen, met een kleine baby op mijn buik. Getuige van een diefstal. Met het sterke vermoeden dat oma en moeder heel goed wisten wat er achter hun rug gebeurde (welk jongetje van 8 steelt er lippenbalsem voor zichzelf?). Ik vind het nog steeds vreselijk, maar ik heb er uiteindelijk niks van gezegd. Ondanks mijn enorme twijfel en het gevoel medeplichtig te zijn door het niet aan te geven, besloot ik mijn mond te houden. Ik was tenslotte alleen met mijn kwetsbare kindje, in het land waar iedereen een wapen op zak kan hebben. Ik durfde er simpelweg geen werk van te maken. Je zult begrijpen dat ik er een slechte nacht van gehad heb en ik vraag me af hoe ik in Nederland op eenzelfde situatie gereageerd zou hebben.

En toch, Texas is zo mooi, gek hoe je van een plek kunt gaan houden. Op een avontuur als dit komt er blijkbaar voor bijna iedereen eerst een moment waarop je denkt: wat doe ik hier? Maar een poos later komt het punt waarop je denkt: ik zou hier best nog langer willen blijven. Op dat punt ben ik nu beland. De ruimte, de warmte, het tempo of liever gezegd het gebrek aan tempo. Het volledig zelfstandig en met volle aandacht voor mijn gezin zorgen. Het is niet voor niks dat ik als peuter al tegen mijn moeder riep: “zelluf doen!”. Heerlijk.

Na mijn bevalling is mijn vader nog een paar dagen bij ons gebleven, mijn moeder bleef een hele maand. De laatste anderhalve week van haar bezoek kwamen ook Jorinde en Martijn bij ons bivakkeren. Geweldig, want ik had nooit verwacht dat Martijn ons in Texas zou komen opzoeken (en hij zelf waarschijnlijk ook niet). We speelden spelletjes en ondernamen verder niet veel, omdat Auron nog te klein was om Texas te verkennen. Dat hoefde ook niet, het was al heel bijzonder om de kraamweken zo intensief met de familie te beleven. Nadat ze waren vertrokken kregen we bezoek van DJ en Deboor, die in hun GIGANTISCHE huurauto uit Houston naar ons toe kwamen rijden. Natuurlijk kon ome Dirk het niet laten een paar zwarte strepen op onze oprit achter te laten met deze zware Amerikaanse wagen. Met z’n allen aten we bij de dead-fish grill. Een geweldig restaurant met een fantastisch uitzicht over Belton lake. Toen Joris op school zat en Martin aan het werk was namen Dj, Deboor en ik de twee kleinste jongens mee om te winkelen in Round Rock. Met Debora ging ik naar een nagelstudio, die vind je hier op elke hoek van de straat. We wilden alle twee een simpele manicure, maar dat bleek lastiger dan gedacht. De Aziatische mevrouw die met Deboor aan de slag ging bood haar namelijk toch nepnagels aan (die zijn er blijkbaar in twee soorten: plak of poeder), maar Debora sloeg dit af. Ik moest wachten want de tweede medewerkster was blijkbaar voor onbekende tijd de winkel uit. De aanwezige mevrouw begon enthousiast de nagels van Deboor te ‘polijsten’, dachten wij. Nadat ze een hand gedaan had bleek echter dat communicatie in het Engels tussen een Nederlander en een Aziaat uitdraait op dat wat de Aziaat het meeste geld oplevert: Haar nagels waren niet gepolijst maar volledig afgeschuurd ter voorbereiding op een set poedernagels. Oeps. De inmiddels gearriveerde mevrouw die mijn manicure ging doen probeerde hetzelfde trucje uit te halen,maar gelukkig had ik zojuist gezien hoe dat in zijn werk ging. Zo liepen we anderhalf uur later de deur weer uit, een setje nepnagels voor Deboor, een manicure met knalroze nagellak en een bloemetje voor mij. We hebben wel gelachen.

Over communicatie gesproken, Joris kan zich inmiddels prima verstaanbaar maken. Toch blijkt het af en toe verwarrend om twee talen door elkaar te leren/spreken. Zo is de politie/police in Joris woordenboek: de poliets, is het niet meer dan logisch dat als het meervoud van ei eieren is, het meervoud van aardbei aardbeieren is en vraagt hij zich zo rond zijn verjaardag steeds af HOW oud iedereen eigenlijk is. Ook he, she, him, her,his, hij, zij, haar, zijn en hem zijn voor een tweetalige vijfjarige bijna niet uit elkaar te houden, want welk van die woorden iets met mannen/jongens te maken heeft en welke iets met vrouwen/meisjes, dat blijft gokken. Toen ik Joris laatst naar school bracht liep er een nogal Amerikaans dikke man langs ons. Dan hoop je natuurlijk dat je kind niets zegt, of tenminste nog in de taal die de man niet begrijpt,maar nee hoor, het was schoolterrein, dus Engelstalig terrein en zo hoorde ik Joris schaterlachend over het plein tetteren: “look mommy, he has a reeeeealy BIG belly!!”. Nouja, hij had gelukkig de ‘he’ goed gegokt.

Elian begint ook steeds beter te praten, zowel Engels als Nederlands. Hij papegaait het liefst Joris na: “oh, no, not again”, “hi guys”, “cars, are you okay”,  het welbekende “skjoes mie”. En zodra hij bij Annelin voor de deur staat roept hij: “haaa, Ahhehin, pakkekoek eten!!”. Tellen tot tien kan hij in twee talen, waarbij hij steevast de drie in het Nederlands overslaat, iets wat Joris ook een tijdlang heeft gedaan als ik het mij goed herinner. Verder zegt hij momenteel vooral veel nee of no, maar daar had ik het al over gehad. Overigens heeft Elian een duidelijke voorkeur voor mannen. De meeste vrouwen negeert hij, terwijl mannen altijd op een handje en een lach kunnen rekenen standaard gevolgd door de uitroep: “heee, OPAAA”.

Een ding wat ik mis uit Nederland is de bananenmilkshake van de MacDonalds. Gek genoeg maakt de Amerikaanse MacDonalds wel milkshakes, maar niet met bananensmaak. Snap ik niks van, want wat is nou een milkshake zonder bananensmaak?! Voor Moederdag kreeg ik echter van Martin een bananenmilkshake van de Whichwich, een echte Amerikaanse: we konden er samen twee dagen mee doen en dan hoefden we verder niets meer te eten. Van Joris kreeg ik een mooi tegeltje met zijn handafdruk erop, de vrijdag voor Moederdag. Het concept van geheim of verrassing is duidelijk nog onbekend, of in elk geval ziet hij er het nut niet van in.

Tot slot wil ik nog even delen dat wij een nestje in onze tuin hadden. Het nestje van de, in een eerder besproken blog, s-nachtszingende mockingbird. We kwamen erachter doordat we tijdens het ontbijt op een dag zagen hoe een eekhoorn op zeer agressieve wijze  bij het tuinhek werd verjaagd door pa en moe mockingbird, zo de straat uit. Vervolgens vlogen ze af en aan naar het nestje waaruit ineens flink getjilp klonk en werden er ladingen voedsel bezorgd. Er bleken drie kleine vogeltjes uit de eitjes te zijn gekomen.  Niet veel later waren ze het nest uitgeknikkerd, dit heb ik helaas niet zien gebeuren. Toen hipten de kleine vogeltjes, inmiddels niet zo klein meer maar nog duidelijk te herkennen aan de schattige babypluizen op hun bolletjes, door onze tuin. Ze deden verwoede pogingen de lucht in te komen en tot het moment dat het ze lukte bleven vader en moeder af en aan vliegen met lekkere hapjes. En nu maar hopen dat ze niet alle drie aan mijn slaapkamerraam hun zangkunsten komen oefenen.



Mijn locatie .

simpelweg

Na maanden van frustratie en strijd om het steeds langer wordende bedritueel van onze lieve Joris kwam ik erachter dat opvoeden soms gewoon veel simpeler is dan ik dacht. Joris is altijd een goede slaper geweest, maar ooit is hij begonnen met het naar beneden komen om te plassen binnen twee minuten nadat hij boven had geplast. Daarna kwam er het drinken van een slokje water bij en tot slot voegde hij “het spook” toe aan het ritueel, waarbij ik de deken over zijn hoofd moest gooien en hem zodoende even ‘kwijt’ was. Langzaamaan breidde zich dit uit naar drie keer plassen, drie keer drinken en drie keer spook, waarbij het spook een steeds ingewikkelder en dus tijdrovender spel werd. Ook de reis terug naar boven werd een almaar langere onderneming, dus uiteindelijk was ik de laatste weken wel anderhalf uur bezig Joris in bed te krijgen en vooral te houden. Met Martin in Engeland  en 34 weken zwangerschap, merkte ik dat ik het helemaal zat was. Het feit dat het zoveel tijd kost, het feit dat ik met dikke buik na een lange dag nog drie keer extra de trap op en neer moet met een kleuter van 20 kilo die aan mijn arm hangt (omdat de trap volgens hem geen trap is maar een grote berg vol rotsen), het feit dat een vierjarige alle (spel)regels bepaalt en de touwtjes in handen heeft en het feit dat het ritueel maar blijft groeien en het dus zeer aannemelijk is dat ik over een poosje wel twee uur of langer bezig ben hem in bed te krijgen. Zodoende besloot ik gisteren dat hier maar eens een eind aan moest komen en ik vertelde Joris na de tweede ronde (boven plassen, drinken, spook, beneden plassen, drinken, spook) dat hij in bed moest blijven en ik geen spook meer zou doen. Deze aanpak resulteerde in een huilend kind dat steeds naar beneden bleef komen omdat er nog een spook gedaan moest worden en een boze moeder die voet bij stuk hield maar uitgeput was toen kleuter na twee uur de strijd opgaf. Plus een schuldgevoel dat die kleine jongen nu verdrietig in slaap had moeten vallen. Vanmorgen kreeg ik ook direct te horen dat Joris erg verdrietig en boos was en dat ik zijn vriend niet meer was, omdat ik geen vier spoken had gedaan. Toch realiseerde ik me dat ik nu niet meer terugkon. Als ik vanavond weer zou toegeven zou het nog wel eens heel erg moeilijk kunnen worden deze bedritueeltirannie ooit te stoppen. Zin in weer zo’n strijd had ik echter allerminst. Ik besloot een uur voor bedtijd met Joris vier tekeningetjes te maken: een wc, een glas water, een spook en een bed. Simpel, op een in vieren gescheurd vouwblaadje. Bij de wc, het glas en het spook schreef ik een grote 1. Bij het bed schreef ik JORIS. Ik vroeg hem wat ik had getekend en welk cijfer erbij stond (hij is dol op alles wat met cijfers te maken heeft en kan ze al goed lezen) en legde hem uit dat dit onze nieuwe ‘afspraakkaartjes’ waren. Dus Joris mag 1 keer plassen, 1 keer een slokje water, 1 keer een spook en daarna blijft Joris in het bed. Ik was verrast door zijn enthousiasme, alhoewel hij schoorvoetend akkoord ging met deze nieuwe afspraken. Eenmaal boven liet ik hem vier stickers uitkiezen, met elke sticker mocht hij een van de kaartjes aan zijn hoofdeind plakken. We namen de betekenis ervan nogmaals door en zijn enige commentaar was dat ik hem niet mooi met armen en benen in het bed had getekend, dus beloofde ik hem dat morgen te zullen doen. Na het omkleden, tandenpoetsen, boekje lezen, knuffelen en instoppen was het moment van de waarheid dan aangebroken. Uit zichzelf wees hij de plaatjes op zijn bed een voor een aan en vertelde hij dat hij nu 1 keer mocht plassen enzovoort. Hij deed een plas, dronk een slok water, genoot van een uitgebreid spook en zei: “en nu blijf ik in mijn bed” terwijl hij op het laatste plaatje wees. Jaja, dat zal wel, dacht ik nog. Ik heb met wild kloppend hart, muisstil beneden zitten wachten. De eerste paar minuten overtuigd van het feit dat hij elk moment naar beneden kon (en zou) komen. Hij kwam niet naar beneden. Ik hoorde hem nog even wat vrolijk kletsen, maar al snel werd het stil boven. Ik kon het niet geloven. We hebben allebei genoten van het bedritueel en terwijl ik met een goed gevoel beneden zat, is hij met een fijn gevoel gaan slapen.  Geen strijd, geen tranen, geen frustratie. En dat met vier simpele tekeningetjes op een simpel vouwblaadje, blijkbaar precies de duidelijkheid en positiviteit die hij nodig heeft om zich prettig te voelen en naar mij te luisteren. Morgen weer een dag, maar voor nu ben ik een trotse moeder!

Even terug in de tijd, terug naar december:

Op nacontrole in het ziekenhuis een week of twee na Martins operatie mogen de splints uit Martins neus, zodat hij weer door zijn neus kan ademen en weer kan ruiken en proeven. Zelf ziet hij er vooral tegenop dat hij misschien ineens meer ruikt dan dat hij altijd gewend is geweest, maar uiteindelijk blijkt het toch prettig dat de twee gigantische stukken plastic zijn neus hebben verlaten. Wederom zijn dokter Jut en Jul verbaasd over de manier waarop wij malle Hollanders de instructies hebben opgevolgd. De splints komen zelden zo schoon en soepel naar buiten bij een patiënt, de enige manier om dat te bewerkstelligen is namelijk het nauwkeurig opvolgen van de postoperatieve voorschriften: driemaal daags wondzorg met uitgebreide neusspoeling. En laten wij nu weer van die rare mensen zijn die dat, in tegenstelling tot de gemiddelde Texaan, dan ook echt doen. Gelukkig voor Martin merkt hij wat reuk betreft geen enkele verbetering ten opzichte van voor de operatie, dus nare luchtjes die hij nooit rook blijven hem ook met zijn verbeterde neus bespaard. Nadat dokter Jut de extractie en controle heeft uitgevoerd loopt hij naar de wasbak om zijn handen te wassen. Logisch, zul je denken, maar waarom zou Karlijn dat nu in haar blog willen vermelden? De wasbak hangt achter de rugleuning van de onderzoeksstoel, Martin zit dus met zijn rug naar dokter Jut toe en maakt nietsvermoedend een praatje met dokter Jul. Boven de wasbak hangt een spiegel, en vanuit mijn toeschouwerstoel die haaks op de onderzoeksstoel staat zie ik hoe dokter Jut zijn handen in een paar seconden wast, om vervolgens een paar minuten, uitgebreid en met chirurgische precisie, zijn eigen perfecte gezicht te bewonderen/inspecteren. Ik vraag me nog altijd af: was hij volledig schaamteloos, of was hij even vergeten dat er iemand in de kamer was die hem  bezig kon zien.

De zak met medicijnen die we hadden meegekregen na de operatie is op het moment van stoppen met medicamenten nog bijna even vol als toen we eraan moesten beginnen. Het zijn ook geen kinderachtige pilletjes, maar stuk voor stuk serieuze capsules, poedertjes, druppels, zalfjes en tabletten zoals morfine en verschillende soorten antibiotica. Een afgepaste hoeveelheid krijg je niet mee, ze hebben er vooral voor gezorgd dat je hoe dan ook niet tekort zult komen. Ik draag Martin op de zak weer mee te nemen naar een volgende controle, om de boel bij het ziekenhuis in te leveren. Uit mijn huis, buiten bereik van de kinderen en netjes in de afvalverwerking van de apotheek lijkt mij de enige juiste optie. Mijn verbazing is groot wanneer Mart met de volledig voorraad weer terugkomt, mijn verbazing nog groter als ik hoor waarom hij het niet heeft ingeleverd. Wat blijkt: de artsen en apotheker konden hartelijk lachen om Martins (mijn) idiote idee om ongebruikte, overbodige medicamenten bij hen achter te laten en een speciaal afvalsysteem voor dergelijke zaken was toch helemaal hilarisch. “Nee hoor, meneer, neemt u die pillen maar lekker mee naar huis en als u ze niet meer wilt kunt u ze gewoon vermalen en door de kattenbakkorrels doen (!!!ja, echt waar!!!), door de gootsteen spoelen of gewoon in de prullenbak gooien”. Gevaar voor mens en dier? Slecht voor het milieu? Verslavingsgevoelig? Nooit van gehoord. Hoe is dit toch mogelijk  in het land waar men normaal zo spastisch doet over (soft)drugs. Gek volk die Hollanders, daar zullen ze het nu echt wel over eens zijn in het ziekenhuis.

Die nacht flitsen er beelden aan mij voorbij van alle uurtjes die ik in Nederlandse ziekenhuizen heb doorgebracht in de opiatenkast samen met collega’s, om maar alles te dubbelchecken en registreren dat enigszins met morfine te maken had. De vele momenten van frustratie omdat patiënten pijn hadden maar de apotheek niet meer opiaten kon/mocht verstrekken dan op het recept stond vermeld en dat dan bleek dat de dokter nog niet was toegekomen aan het invoeren van het nieuwe recept met verhoogde dosering. Ik zou bijna gaan denken dat ze gelijk hebben, gek volk, die Hollanders…of toch niet?

Thanksgiving vierden we dit jaar bij Harmen en Ingeborg, gezellig samen met natuurlijk alle kindertjes, maar ook met de zus van Ingeborg. Thanksgiving is een feest met een prachtige gedachte: even stilstaan bij alles wat je hebt om dankbaar voor te zijn. In de haast van alledag ga ik daar nogal eens aan voorbij en daarom is het helemaal niet verkeerd er een dag aan te wijden. Zeker niet als ik daarvoor ook weer lekker in de keuken kan staan en er een gezellige avond met mooie mensen bij krijg. De gevoelens die het bij mij opriep waren veelal sentimenteel en ik voelde de behoefte aan traditioneel/ouderwets/puur eten. Martin was net weer een beetje opgeknapt en na twee weken intensief zorgen voor mijn normaal zo sterke maar nu zo kwetsbare man, de kindertjes en het huis ervoer ik extra krachtig het gevoel van dankbaarheid (natuurlijk, dit alles kan ook gewoon door de zwangerschapshormonen zijn veroorzaakt, wie zal het zeggen). Harmen maakte een heerlijke kalkoen, ik koos ervoor als toetje zelf vanillevla te maken met appels uit de oven zoals mijn moeder die vroeger vaak voor ons maakte. Mijn recept voor de vanillevla (en chocoladevla) staat op dit blog onder het kopje eten/recepten vermeld.

Thanksgiving is de aftrap van het feestseizoen in Amerika. Zodra de kalkoenen verorberd zijn schieten de versieringen voor kerst als paddenstoelen uit de grond.  In de winkels en op de radio zijn de cd’s met kerstmuziek uit het stof gehaald, waarbij ik moet toegeven dat het hier een stuk minder irritant klinkt dan dat ik me van Nederland kan herinneren. Mede doordat het assortiment aan kerstliedjes hier veel groter is en verspreid is over meerdere genres en dus niet alleen de skyradio kerstnummers  uit de luidsprekers schreeuwen, maar ook rustige ballads, klassieke muziekstukken op gedempt volume en meer onbekende liedjes een platform krijgen. Een fenomeen waar ik dit jaar voor het eerst van hoorde is ‘the elf on the shelf’. Een elf die je ergens in huis neerzet, in het zicht van de kinderen. Deze elf houdt de kinderen in de gaten voor Santa en vertrekt elke nacht om bij hem verslag uit te brengen over hoe lief of stout de kindertjes zijn geweest, om de volgende ochtend op een ander plekje in huis weer terug te keren. Het elke dag weer zoeken naar waar de elf zich bevindt is spannend en leuk voor de kleintjes. Overigens wil ik geen tegenstander van Zwarte Piet meer als argument horen zeggen dat ‘zelfs’ Amerikanen onze Piet niet begrijpen en kwetsend vinden, aangezien je hier in december niet anders ziet (in winkels, in reclames, in films, in tuinen etc.) dan een grote dikke blanke Kerstman op een slee of troon met hardwerkende ‘elfjes’ om zich heen die cadeaus verslepen en stoute kinderen in de gaten houden. Waar wij nog vrijwilligers van alle soorten en maten vragen zich tot Piet om te toveren, worden hier slechts kleine mensen (mensen met dwerggroei) gebruikt om de rol van elfje op zich te nemen.

Van Sinterklaas kregen wij dit jaar een gigantische hoeveelheid pakketten opgestuurd, met leuke cadeaus en veel te snoepen. Voordat we alles met de jongens uitpakten vierden we Sinterklaas op Martins werk. Sinterklaas was dit jaar weer met twee pieten, slaappiet en hyper-de-piet, naar Texas gevlogen. Voor Joris het eerste jaar dat hij zich bewust was van het hele Sinterklaasfeest. En ookal vond hij het vreselijk spannend, hij ging toch bij Sinterklaas zitten en beantwoordde eerlijk alle vragen. Zo vertelde hij dat hij op school niet altijd luisterde, maar beloofde hij ook dat hij daar nu beter zijn best op zou gaan doen tot tevredenheid van Sinterklaas die hem met een cadeau en een hand pepernoten weer aan ons overleverde.

Helaas hadden we op weg naar het sinterklaasfeest een ster in de autoruit opgelopen. Ik zag mijn geest al zweven. Als ik iets heb geleerd de afgelopen twee jaar is het wel dat je met Texanen wel afspraken kunt maken, maar dat ze nogal ruimdenkend omspringen met de voorwaarden van die afspraken. Toen Martin dus met een autoruitreparateur had afgesproken om de volgende dag bij ons thuis de ruit te komen maken op een bepaald tijdstip had ik er een hard hoofd in dat de beste man ook daadwerkelijk op dat tijdstip op de stoep zou staan. Ik werd echter precies volgens afspraak om half negen gebeld dat hij er om negen uur zou zijn, en stipt om negen uur stond er een vriendelijke jongeman voor de deur. Hij ging direct aan het werk en deed zijn werk netjes, nauwkeurig en duidelijk met plezier. Wat een superservice. Je kunt mij veel vertellen, maar niet dat deze man een geboren Texaan was…ik heb het hem niet durven vragen.

Aan het eind van het jaar moesten we afscheid nemen van een begrip: Patricia (en familie) vertrok na vier jaar Amerika naar oma’s wereld (Joris noemt Nederland ‘oma’s wereld’, inmiddels doe ik dat dus ook). Voor mij een heel vreemde gewaarwording. Toen wij hier aankwamen twee jaar geleden was het Patricia die mij op sleeptouw nam, wegwijs maakte, voor me klaarstond en haar grote liefde voor Texas met mij deelde. We hebben samen heel wat meegemaakt, van verschrikkelijk veel leuke momenten tot vreselijke dieptepunten. Zelf schelen we een paar dagen en ook onze kinderen zijn vrijwel even oud. Voor mij is Patricia een stukje Texas en ik ben haar, en haar man en kinderen,  enorm dankbaar voor ons gezamenlijke deel van dit avontuur. We hebben een afscheidsfilm voor haar gemaakt met enkele vrouwen uit de Nederlandse groep, heel leuk om te doen en om te geven. Kennis maken en afscheid nemen, alletwee onlosmakelijk verbonden met een avontuur als dit, alletwee moeilijk en mooi tegelijk.

Bij Joris op school was ook dit jaar een kerstviering. Thema: “Happy Birthday Jesus”. Met zijn ijzersterke geheugen wist hij absoluut zeker dat opa en oma, net als vorig jaar, bij de kerstvoorstelling aanwezig zouden zijn. Het was hem niet uit zijn hoofd te praten. Verkleed als engeltje zong hij met zijn klasgenoten liedjes, waarna we met zijn allen in de schooltuin genoten van allerlei meegebrachte lekkernijen. Ik had een traditionele ‘Dutch applepie’ gemaakt, een appelkruimeltaart naar mama’s recept. Deze werd in eerste instantie niet aangeraakt (wat de texaan niet kent dat eet ie niet), maar nadat de eerste dappere moeder een stukje had genomen was de taart al snel verdwenen en werd ik verzocht het recept naar de schoolkrant te mailen.

Kerst is eigenlijk de afsluiter van het feestseizoen. Oud en nieuw leeft hier bijna niet, er is bijvoorbeeld geen vuurwerk binnen de stadsgrenzen: HEERLIJK!! Toen ik een moeder op school vertelde dat ik uren in de keuken had gestaan om 145 oliebollen te bakken, (leg dat maar eens uit trouwens…oliebollen in het Engels…) was ze bijzonder verbaasd: “ga je daar de keuken voor in?!”. Geeft overigens niks, want wij vierden fantastisch vuurwerkloos, rijk aan oliebollen, appelbeignets, bakbanaantjes, heerlijke hartige taarten van Harmen en een heleboel gezelligheid met Harmen, Ingeborg en de kinderen toch oud&nieuw. Alweer een jaar voorbij. Wel een beetje jammer dat ik de dag erna geveld werd door een flinke griep. Ik vind het vreselijk moeilijk om ziek te zijn, niets te kunnen en de zorg voor de jongens en het huis uit handen te geven. Zelfs aan Martin. Maar dit keer was mijn lijf overduidelijk: “jij blijft in bed”. Gelukkig was ik na een dag of drie weer opgeknapt en had Martin de boel ondertussen prima draaiend weten te houden.

Mijn zwangerschap verloopt weer voorspoedig en in sneltreinvaart. Helaas heb ik dit keer wel last van een vervelende kwaal: een pijnlijke plek bovenop mijn buik, stekend en brandend. Het werd zelfs zo erg dat we met 29 weken een extra echo hebben laten maken, omdat gedacht werd aan een cyste in/op de baarmoeder of een eierstok of een gescheurde buikspier. Uit de echo bleek dat ik een zwaar overbelaste buikspier heb, waarvoor ik ben gaan smeren met arnica. Ook ben ik mijn buispieren nog meer gaan ontzien, wat best lastig is met een peuterpubertje in huis dat af en toe gewoon even opgepakt moet worden. Van de echo kreeg ik prachtige foto’s mee, waarop al erg goed te zien is hoe het broertje in de buik er uitziet. Sinds Joris deze foto’s heeft gezien lijkt hij zich volledig bewust van wat er eigenlijk gaande is en vertelt hij iedereen die hij tegenkomt trots dat er een baby in mijn buik zit. Hij wil zijn schaap met zijn broertje delen, knuffelt met mijn buik, praat tegen mijn buik en kan niet wachten tot de baby geboren wordt. Voor mij is het heerlijk om te zien hoe hij deze zwangerschap beleeft. Elian knuffelt en speelt ook graag met mijn buik, maar voor hem is het vooral nog een interessante buik die af en toe beweegt als je er aan voelt. Nog een paar weken wachten, dan weten we hoe onze mannetjes op elkaar reageren. Aan de ene kant kan ik niet wachten, aan de andere kant kan deze zwangerschap me niet lang genoeg duren, want wat is het heerlijk om het kleine mensje te voelen bewegen, hem nog veilig bij me te dragen en hem nog niet te hoeven delen met de wereld.

Dusss…OK

Soms heb ik dus dat ik ‘s-ochtends om half negen weer thuiskom, nadat ik Joris naar school heb gebracht, en dat ik dan bij binnenkomst denk: ‘Hè, hoe kan dat nou?!? Het was hier toch netjes en schoon? Ik weet het zeker, gisteren heb ik nog opgeruimd, afgestoft, stofgezogen, met natte doekjes gepoetst, weggegooid, rechtgezet, uitgeruimd, was gedraaid en opgevouwen. Ja, ik weet het zeker! Ik was namelijk zo’n huisvrouw van het type: ‘er komt bezoek dus ik ga als een dolle mijn huis door’ en tegenwoordig heb ik dat weten om te buigen naar het type: ‘stel dat er onverwacht bezoek komt, dan is het wel fijn als het huis er netjes bijstaat en als ik weet dat er bezoek komt ga ik vooraf alsnog als een dolle het huis door’. En gister had ik bezoek. En ben ik dus mijn hele huis doorgerend. En zo weet ik nu zeker: gisteren was het hier netjes en schoon! Ik weet ook zeker dat het nog netjes en schoon was toen ik ging slapen vannacht, anders slaap ik niet lekker. Dus ergens tussen vannacht en nu, half negen ‘s-ochtends, is het gebeurd. Maakt niet uit welke kamer ik inloop. Het begint al in de garage, waar ik de afstandsbediening van de televisie vind, daar neergelegd door de kleinere kleine jongen nadat hij ermee tegen de kerstballen had staan meppen om half acht. In de huiskamer liggen ineens kleine-jongens-pyjama’s en kleine-jongens-sokken-van-gisteren (blijkbaar tevoorschijn gekomen uit kleine-jongens-schoenen om een uur of zeven vanmorgen). Onder de kast een uit de boom gemepte kerstbal. Op de gisteren nog blinkende glazen salontafel  vind ik verfrommelde snoetenpoetsdoekjes,  een plasje kleine-jongens-tandpasta en afdrukken van kleine-jongens-handjes. In het toilet ligt een kleine-jongens-plas, want doorspoelen maakt zo’n akelig geluid volgens de grootste kleine jongen. In de keuken ligt een plons water op de grond, precies onder het koudfilterwaterknopje op onze leuke Amerikaanse koelkast, dat van de week ontdekt is door de kleinere kleine jongen. Op het aanrecht staat een bordje met kruimels dat de vader gisteravond op de valreep heeft achtergelaten na het bereiden van zijn lunch voor vandaag. De eettafel staat nog half gedekt van het ontbijt, volledig bekruimeld en vooral ook onderkruimeld (op de vloer eronder dus) met her en der een plakkerig drupje appelsap en verdwaalde mandarijnenschillen. In de slaapkamers boven ligt de lego in de bedden en liggen de dekens op de grond. In de slaapkamer beneden valt het mee, de vader heeft een aardige poging gedaan de bedden recht te trekken, maar in de kleedkamer struikel ik over de kleren-van-gisteren-van-de-vader en in de badkamer vind ik naast een lege rondslingerende wc-rol water- en tandpastaspetters op de spiegel en kraan. Naast mijn bureau staat een doos met willekeurig bij elkaar gegooide spullen in de categorie: ‘moet-ik-iets-mee’. Nu ik er eens over nadenk kan ik het ‘soms’ bovenaan dit verhaal wel vervangen door ‘meestal’. Gelukkig heb ik na een half uurtje puinruimen toch weer tijd en rust om achter mijn computer te gaan zitten en de boel eens op papier te zetten, de uitpuilende doos naast mijn bureau nog even negerend. Mocht er zo vroeg toch nog onverwacht bezoek komen, dan vraag ik ze gewoon om NIET op de troep te letten. Iedereen begrijpt tenslotte hoe het is, het leven als huisvrouw, met drie mannen in een ver land: drukdrukdruk!

Zo komt het ook dat ik de laatste tijd minder tijd heb voor mijn blog dan ik zou willen. Inmiddels loop ik weer een paar weken/maanden achter en vraag ik me af hoe ik dat een beetje knap ga inlopen. Een optie/valkuil is om mijn agenda erbij te pakken en aan de hand daarvan in chronologische volgorde de gebeurtenissen van afgelopen weken in te tikken. Praktisch, maar niet leuk om te doen en zeker niet om te lezen. Bijkomend probleem: van Sinterklaas heb ik de agendavulling voor 2014 gekregen, waarna ik enthousiast 2013 heb verwijderd. Het keurige stapeltje losse blaadjes werd al vlot door Elian ontdekt en is nu dus niet meer geheel bruikbaar als naslagwerk. Sterker nog, het is inmiddels onvindbaar. Tel dat op bij een geheugen dat onder invloed van zwangerschapshormonen moet functioneren en je begrijpt dat het naar tevredenheid schrijven van dit blog een heuse uitdaging is. Gevolg: we zijn inmiddels weer een paar weken en gebeurtenissen verder.

Twee jaar Texas, een mijlpaal die we schijnbaar bereikt hebben door een paar keer met onze ogen te knipperen. Ik kan wel zeggen dat we op dit moment volledig gewend zijn aan, en geland zijn in, ons Texaanse leven. We voelen ons hier thuis en, belangrijk, gelukkig. In het tijdschrift Global connection staat een artikel over ons gezin aan de hand van een schriftelijk interview dat ik gaf. Vooral de laatste zin van dat stuk geeft goed weer hoe ikzelf tegen ons texaanse avontuur aankijk na twee jaar: “Ik voel me bevoorrecht, een avontuur als dit geeft je enorm veel ruimte jezelf te ontwikkelen en je horizon te verbreden. Ik heb weinig verplichtingen, behalve diegene waar ik bewust zelf voor kies, zoals de zorg voor onze zoons. Die vrijheid is geweldig”. Wie het leuk vindt om het hele artikel te lezen kan me een mailtje sturen, dan mail ik de link naar het artikel door. Overigens hebben we inmiddels uitsluitsel gekregen over onze terugkeerdatum, we zullen in de zomer van 2015 naar Nederland terugverhuizen. En als het zover is hoop ik dit gevoel van vrijheid mee te kunnen nemen naar Nederland, iets dat vooral van mij zal vereisen dat ik mijn grenzen aangeef en bewust blijf kiezen voor die verplichtingen die ik echt zelf aan wil gaan. Een compleet nieuwe uitdaging dus, die nu nog ver weg lijkt maar stiekem al zo voor de deur staat.

Niets zo veranderlijk als het Texaanse weer, dat werd de afgelopen weken weer flink duidelijk. Vooral november is wat dat betreft een beruchte maand. De eerste twee weken schommelden we nog gemoedelijk tussen de 25 en 30 graden Celsius, daarna kon het de ene dag s-nachts vriezen om overdag 20 graden te worden, de volgende dag was het overdag ook rond het vriespunt en een paar dagen later konden we weer in onze T-shirts de straat op. December is tot nu toe wat stabieler, flink koud zowel s-nachts als overdag, maar van voorgaande jaren weten we dat het ook in december zomaar weer 30 graden kan worden. Eind november plaatste ik het volgende nog op mijn facebook:   “Gisteren bedacht ik me dat ik nu, na twee jaar, alle rare dingen wel gehad had in Texas. Vandaag is het tegendeel bewezen… Nietsvermoedend bracht ik Joris naar school, om daar slechts het enige andere Nederlandse jongetje, een Amerikaans meisje en de directrice te treffen. Geen juffen, bijna geen kinderen, een lokaal gesloten. Waarom? Het is buiten koud en bewolkt. 1 graad Celsius om precies te zijn. Tja, dan durven ‘the brave’ niet meer in de auto te stappen en mag iedereen gewoon twee uur later op school en werk komen”. Sinds die bewuste dag is het al heel vaak 1 graad of minder geweest, maar ondanks de waarschuwingsbordjes op de schooldeuren dat we de meldingen van noodsluitingen goed in de gaten moeten houden is het geen tweede keer voorgekomen. Zo blijven de Texanen mij verrassen.

Begin november hadden we vriend Eric een weekendje op bezoek. Hij trof het met het weer, wij troffen het met hem. Er kwamen geweldige dingen uit zijn koffer (drop, chocola, beschuitjes…) en we hebben genoten van een etentje bij de TGIF, waarvoor onze grote dank. Samen reden we dat weekend ook naar Blora, waar de kerstlampjestentoonstelling ‘nature in lights’ net weer geopend was. Helaas was Joris in slaap gevallen tegen de tijd dat we het terrein opreden, Elian heeft er daarentegen voor twee plezier aan beleefd. Klein verschil met vorig jaar was dat we nu, in het openingsweekend, soepel konden doorrijden waar we vorig jaar met de kerstdagen nog anderhalf uur in de rij hadden moeten staan om naar binnen te kunnen.

Nadat Eric was vertrokken stonden we voor een spannende periode: Martins operatie en herstel. Toen wij in april halsoverkop heen en weer waren gevlogen naar Nederland omdat mijn oma overleed, heeft Martin bij thuiskomst een aantal dagen problemen met zijn oor gehad. Uit onderzoek bleek dat er een cyste achter zijn trommelvlies zat, die weliswaar niet kwaadaardig was maar toch verwijderd moest worden om verdere groei en daarbij behorende problemen te voorkomen. De volgens-mij-uit-een-soap-weggelopen KNO/plastisch chirurg vond het daarnaast een goed idee om Martins neustussenschot dan maar meteen recht te zetten (tsja, als je dan toch net lekker aan het snijden bent, maar stond dat scheef dan?), om Martin voor de toekomst een betere kwaliteit van ademen = leven te geven. Omdat Martin geen last had van de cyste en zijn scheve tussenschot en er een periode van zes tot acht weken niet vliegen aan de operatie/het herstel verbonden zou zijn kozen we ervoor pas aan het eind van het jaar te opereren. Een hele ervaring, zeker voor mij als Hollandse verpleegkundige, om zo’n traject in een Texaans ziekenhuis en het Amerikaanse zorgsysteem eens te doorlopen. Niet te vergelijken met de Nederlandse zorg, deels helaas, deels gelukkig. Ook erg vreemd en spannend voor ons beiden om Martin ‘gezond’ het ziekenhuis in te laten gaan, wetend dat de operatie grote gevolgen kon hebben voor zijn toekomst en dat hij er zeker in eerste instantie ‘slechter’ uit zou komen. Op de dag van de operatie bracht ik Joris gewoon naar school en mocht ik Elian gelukkig naar Ingeborg brengen, zodat ik mijn handen vrij had en geen zorgen had om de jongens. Mart en ik moesten plaatsnemen in een wachtkamertje vol andere patiënten/familieleden, vanwaaruit hij door een “registered nurse” op zijn “vitals” werd gecontroleerd (bloeddruk, pols, temp). Ik weet nog dat Martin na deze controle enigszins sarcastisch gestemd terug de wachtkamer inkwam, omdat de nurse had opgemerkt dat zijn pols wat aan de hoge kant was. Ga er maar aanstaan terwijl je goed hoort: een operatie die je gehoor voorgoed kan aantasten terwijl je een beroep/hobby hebt waarbij dat goede gehoor onmisbaar is. Dan mag toch tenminste je hartslag wel wat verhoogd zijn. Daarna ging alles vrij vlot, we werden naar Martins kamer gebracht waar hij een gebloemde enkellange ziekenhuisjurk moest aantrekken. Geen kleine effen operatiejasjes op heuplengte zoals in Nederland, de gemiddelde Texaan zou al gruwelen bij het idee: veel te saai en veel te bloot! Ook interessant: waar je in Nederland als zuster zonodig assisteert bij het omkleden, mag er in Texas pas begonnen worden met de hele expeditie als de nurse de kamer uit is. Ik mocht Martin dus in zijn jurk hijsen en volledig onder de dekens stoppen, alleen armen en hoofd zijn blijkbaar niet eng en konden zichtbaar blijven. Vervolgens word je blootgesteld (hihi, laat ze het niet horen) aan een gigantische hoeveelheid van hetzelfde, namelijk: DE vraag die moet voorkomen dat er iets misgaat! Ofwel: “wat is uw naam, wat is uw geboortedatum en wat komt u hier doen?”. Ik heb niet geteld hoevaak dit Mart gevraagd is, maar het is minimaal twee keer door elke hulpverlener die we tegenkwamen gevraagd en we zijn minstens negen hulpverleners tegengekomen (kamernurse, vervoernurse, holdingnurse, infuusprik-nurse, infuusprik-nurse-in-opleiding, blanket-nurse, anesthesist, dokter Jut (uit soap weggelopen weet u nog), dokter Jul (altijd bij dokter Jut te vinden). Voor het totaalplaatje: denk aan een tijdsbestek van 45 minuten waarin we al deze mensen tegenkwamen. Dat ging ongeveer als volgt: Martin kleedde zich om nadat kamernurse de kamer uit was, klom in bed waarna ik de nurse een seintje moest geven dat de kust veilig was, lees: geen stukken blote man meer zichtbaar. Martin wordt naar de holding gereden (door slechts 1 zuster, respect!), op de holding mag ik nog mee en daar volgt de holding-nurse met uitgebreide vragenlijst, waarbij ik het niet kon laten me af te vragen of ze überhaupt nog geen dossier van hem hadden aangemaakt. Dit hadden ze dus wel, maar je kunt alles maar beter nog een keer vragen voor de zekerheid.  Dan komt de volgende nurse om een infuus te prikken (in ons geval met stagiaire), waarbij men hier vooral wil voorkomen dat je pijn of ongemak ervaart dus kreeg Martin een prikje met verdoving voor het prikken van een infuus. Ik moet zeggen dat de stagiaire bijzonder goed begeleid werd, met als enige punt van kritiek van mijn kant dat ze haar –nogal grote- horloge nog gewoon omhad en dat daar niets van gezegd werd. Onbegrijpelijk in een land waar ze zo hard bezig zijn fouten en problemen (lees: rechtszaken) te voorkomen. Dan nog een blanket-nurse met een lekker warm dekentje om Martin zich vooral comfortabel te laten voelen. Vervolgens komt de anesthesist, wat een aardige vrouw!!, even kijken of ze iets kan met dat infuus en jahoor, Martin had meteen een shotje rustgevend te pakken. Niet om gevraagd, niet omdat hij onrustig was, maar gewoon, voor de lekker denk ik. Heel leuk, het werkte vrijwel meteen. Martin was vooral een stuk trager met praten, maar absoluut nog adequaat. De anesthesist beloofde later nog terug te komen met “the real stuff”, waarbij ik dacht dat ze de narcose bedoelde, maar later zou blijken dat “the real stuff” nog niet de narcose is maar weer een wat sterker rustgevend middeltje dat men krijgt op het moment dat er geen adequate antwoorden meer nodig zijn en er toch nog gewacht moet worden op narcose en operatie. Naast dat het een leuke vrouw was, had ze duidelijk ook veel plezier in haar werk: de hele dag fijne rustgevende cocktailtjes door infusen laten stromen, wat een droombaan! Tot slot natuurlijk dokters Jut en Jul, ik had ze nog nooit ontmoet. Martin was ze al bij elke voorgaande controle tegengekomen en kletste weliswaar wat trager dan normaal maar zeker niet minder gezellig. Ik keek met stijgende verbazing naar het gekeuvel dat voor mijn neus, in een ziekenhuisholding, met TWEE volwaardig chirurgen plaatsvond en voortduurde. Twee jonge mannen, jaar of 35 gok ik, waarvan vooral dokter Jut zo uit je favoriete medische soap weggelopen zou kunnen zijn. Afgetraind, perfect gezicht, perfect gebit, haar perfect gestyled en overduidelijk zwaar geliefd bij al het andere, met name vrouwelijk,  personeel. Als je in Nederland je behandelend chirurg al te zien krijgt voor je operatie is dat meestal kort en zakelijk, hier was het vooral lang en ging het over vanalles en nog wat, om op het laatst bijna als bij toeval nog op het onderwerp operatie terug te komen. Getuige een foto die tevoorschijn werd gehaald bleek  Dokter Jut ook nog een mooie (slanke blonde) vrouw en vier (!) prachtige kinderen te hebben. Twee dochters, twee zoons. De hele Amerikaanse droom ontvouwde zich aan het voeteneind van mijn vrolijke, trage patiëntgeworden echtgenoot. Na een half uur keuvelen was het toch tijd voor de harde werkelijkheid, dokter Jut vertelde ons nog even dat de cyste in het ergste geval aan de gehoorbeentjes vergroeid zou zitten, in welk geval de gehoorbeentjes eruit zouden moeten, de operatie lang zou duren en Martin de komende zes maanden doof zou zijn aan een oor. Na die zes maanden zou dan nogmaals geopereerd moeten worden om gehoorbeenprotheses in te bouwen. En daarmee was het gesprek ten einde en mijn tijd met Martin voorlopig ook. Hij kreeg zijn shot van “the real stuff” nadat het te opereren oor gemarkeerd was en werd naar de operatiekamer gereden, ik werd verzocht me naar de wachtkamer voor familieleden te begeven. Na een uur of vier kwamen tot mijn verbazing dokter Jut en dokter Jul naar de wachtkamer toe om mij, in een apart kamertje, in te lichten over het verloop van de operatie en de nazorg. Ook hier namen ze weer alle tijd voor mijn vragen en voor een gezellig gesprekje over het feit dat ik een derde zoon verwacht. Gelukkig was de operatie goed verlopen en zou er geen blijvende gehoorschade zijn. Nog een half uur later hoorde ik een zuster mijn voornaam roepen (huh, hoe weten ze nu mijn voornaam??), toen ik de gang inliep zag ik daar mijn zwaargehavende-nog-vrolijk-van-de-narcose-maar-slaperige man in zijn bed. Blijkbaar had hij mijn voornaam doorgegeven, toch prettig dat hij die na ruim vier uur narcose nog zo wist op te lepelen. Eenmaal terug op zijn kamer kreeg hij de opdracht: crackertje eten, bekertje drinken, plassen: dan mag je naar huis! Wat?! Ja, zo gaat dat hier. Veeeeel tijd en aandacht vooraf, maar nazorg is een kwestie van zo snel mogelijk afhandelen. Precies zoals in de bevallingszorg, bedacht ik me. Omdat we het niet meer zouden redden Joris op tijd van school te halen belde ik Laura, die haar zoon ook op de montessori heeft, of zij Joris wilde meenemen. Ook belde ik school om te zeggen dat zij hem op zou halen, ze kennen haar dus dat leek me geen probleem, maar helaas. Weer vergeten dat ik in Texas zat, ondanks alles. Ik had haar nooit als officiële ophaalmogelijkheid opgegeven, dus konden ze hem niet zomaar aan haar meegeven. Nee, dan moesten ze toch echt eerst van mij haar rijbewijsnummer krijgen. Dus belde ik Laura om haar rijbewijsnummer te vragen en daarna weer school om het nummer door te geven, met op de achtergrond mijn net geopereerde man die geholpen moest worden bij het eten van zijn crackertje en het drinken van zijn sapje. Toen Laura Joris die avond ophaalde keken ze haar bijzonder verwonderd aan toen ze haar rijbewijs liet zien…ze wisten heus wel wie zij was en ze hoefde zich echt niet te legitimeren om Joris mee te nemen, Karlijn had tenslotte gebeld om het door te geven! Texas, het blijft genieten.

Nadat ik langs de apotheek was gegaan om Martins medicijnen op te halen, een enorme zak vol zwaar geschut, had Martin aan al zijn opdrachten voldaan en mocht ik hem aankleden en mee naar huis nemen. In een rolstoeltje werd hij door de broeder naar buiten gereden en in de auto gezet. Ik had een stapel papier met instructies meegekregen om optimaal voor hem te kunnen zorgen. Mij was op het hart gedrukt, en het stond nogmaals duidelijk in de papieren omschreven, dat ik onmiddellijk de spoedeisende hulp moest bellen als Martin koorts boven de 38.5 zou krijgen. Dit zou namelijk kunnen duiden op een infectie aan of vlakbij de hersenen en moest dan snel worden behandeld. Martin had geen pijn en besloot daarom de zware morfinepillen niet in te nemen, waarna zijn temperatuur in de loop van de dagen begon op te lopen. Omdat de morfinepillen ook een koortsverlagende component bevatten begon hij daar toch maar aan. Natuurlijk ontwikkelde hij alsnog wel koorts, maar hij voelde zich er naar omstandigheden goed bij en ik kon geen enkel teken van infectie (op koorts na) ontdekken. Het leek mij meer een verhoging van zijn temperatuur omdat zijn lijf hard aan het werk was na de operatie. Zijn wonden verzorgde ik drie keer per dag uitgebreid en die zagen er keurig uit, hij had nog steeds geen pijn. Maarja, toen hij steeds suffer en trager werd belde ik als brave Hollander toch de spoedeisende hulp, op een herseninfectie zaten we natuurlijk niet te wachten. De mevrouw op de spoedeisende hulp was echter allerminst gediend van ons telefoontje. Ze gaf geen informatie, ging niets voor ons doen en snapte niet waarom we haar belden. We moesten maar een ambulance laten komen. Omdat dat ons echt te ver ging wachtten we de volgende dag af en maakten we een afspraak met onze eigen dokter Jut. De baliemevrouw had tegen Martin gezegd (volgens Martin) dat hij voor drie uur kon langskomen,  het was nog een hele klus om hem daadwerkelijk uit zijn bed en in de auto te kletsen. Hij was suf, viel steeds weer in slaap, leek een beetje verstrooid en eigenwijs en vooral: hij vond mij maar een ongeduldig mens. Ondertussen maakte ik mij vreselijk zorgen, vooral vanwege de combinatie van slaperigheid/sufheid en koorts en alle waarschuwingen op de papieren. Toen wij dus om half twee eindelijk aan de balie stonden, slofslof zieke man aan arm van zwangere vrouw, deed het mens daarachter vreselijk lelijk: we hadden er OM drie uur moeten zijn, niet VOOR drie uur. Dus kafferde ze een kortgeleden geopereerde, versufte patiënt met hoge koorts en duidelijke algehele malaise omdat hij de reis naar het ziekenhuis had moeten maken in plaats van in zijn bed te blijven, uit en gebood hem te gaan zitten in de wachtkamer zonder zelfs zijn temperatuur op te meten. Verbouwereerd namen we plaats op een plastic stoeltje, Elian in de kinderwagen naast ons. De stoom kwam uit mijn oren. Na vijf minuten besloten we te vertrekken, beter nog anderhalf uur in de auto dan op die ziekenhuisstoeltjes in de wachtkamer met een ongeduldige peuter en een zieke man. Ik belde Patricia om te vragen of zij op de jongens wilde passen, haalde Joris van school en haalde Patricia op bij de bioscoop waar zij net gezellig met haar gezin van een film zat te genieten. Gelukkig mocht ik desondanks de jongens bij haar laten en zo reed ik met alleen Martin om drie uur weer het ziekenhuisterrein op. De baliemevrouw negerend konden we gelukkig meteen met dokter Jul mee, die ons al vrolijk en vriendelijk als altijd stond op te wachten. Dokter Jut was nog aan het opereren, een primeur want normaal gesproken zijn die twee echt onafscheidelijk. Dokter Jul keek Martin na en kwam tot de conclusie dat alles er goed uitzag en dat hij niet had hoeven komen, maar dat hij het wel erg gezellig vond om hem even te zien. Nee hoor, deze koorts was heel normaal na zo’n grote operatie en de sufheid kwam gewoon van de morfine. Minder gebruikelijk was het dat iemand de moeite had genomen de instructiepapieren te lezen en op te volgen, als we dat nou niet hadden gedaan had Martin lekker in zijn bedje kunnen blijven. Dus. Advies: naar huis en toch maar doorgaan met de pijnstillers..gewone Hollandse paracetamol dit keer, we waren alle twee wel een beetje klaar met de bijwerkingen van de morfine. Toen Harmen een paar dagen later bij Martin kwam kijken en een geweldige tas vol beterschapcadeaus van de collega’s kwam brengen, schrok hij behoorlijk van Martin. We waren dan ook blij te merken dat Martin in de daaropvolgende dagen met sprongen vooruit ging. Inmiddels is hij weer helemaal op de been, en van de week zelfs zo goedgekeurd dat hij na de kerstvakantie zijn werk weer volledig mag uitvoeren.  

Nog een kleine anekdote, om aan te geven wat een grappig spul die morfine is. Onze droger was kapot gegaan, uiteraard vlak voordat Martin geopereerd zou worden. Hij kon hem zelf repareren, maar had daarvoor een onderdeel nodig dat pas na de operatie bezorgd werd. Mijn lieve echtgenoot dacht onder invloed van de morfine die droger wel even aan de kant te schuiven om hem te fiksen…gelukkig kwam hij er na weinig krachtzetten al zelf achter dat dit niet ging lukken. Zodra hij genezen was heeft hij hem alsnog gemaakt, hopelijk draait het apparaat nu nog anderhalf jaar probleemloos onze wasjes droog.

In de periode dat Martin herstellende was kwam  minister Hennis-Plasschaert langs op het werk voor een bijzonder feestje. Voor de gelegenheid mocht ik een supergave taart maken, die door haar is aangesneden. Helaas konden wij er door de omstandigheden niet bijzijn, maar Laura is zo lief geweest de taart voor mij naar het werk te brengen en ik heb leuke foto’s gekregen die de collega’s van het aansnijden hebben gemaakt. Natuurlijk is het jammer dat ik haar niet zelf een hand heb kunnen geven en de taart kon aanbieden, maar uiteindelijk was het vooral leuk om de taart te mogen maken en ben ik trots dat hij op deze wijze is aangesneden en opgegeten.