Road Trip 2016 – Part One

24 Januari 2017. Als ik om 0700 de jongens naar school breng komt langzaam de zon op. Het is nog fris, ergens tussen de 2 en de 8 graden. De lucht kleurt blauw met roze –precies zoals ons konijnentoetje volgens Joris, hij heeft gelijk- en aan de horizon komt een oogverblindende oranje gloed ons tegemoet. Wanneer ik om 1530 Elian weer ophaal is het 28 graden, warm genoeg voor Auron om in slaap te sukkelen voordat we bij school zijn. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik dit straks moet gaan missen. De vele dagen zon. De warmte en de uitgestrektheid. De rust. Het is zo normaal geworden dat ik zelfs op een enkele dag met vrieskou zonder jas de deur uitga. Om 1700 haal ik ook Joris van de bus: hij heeft zwarte nagels, rode wangen en natte haren van het buitenspelen. Het was weer een mooie Texaanse dag.

Toch bekijk ik het positief dat ik dit allemaal straks ga missen. Je hoort of leest wel eens: “het blijkt dat mensen aan het eind van hun leven vooral spijt hebben van wat ze NIET hebben gedaan. Dus DOE vooral alles wat je wilt doen”. Ik vind dat zo’n onzin. Het kan niet. Het is namelijk zo, dat wat je ook doet…er is altijd iets anders dat je daardoor laat liggen. Doordat wij naar Texas gingen miste ik mensen en dingen uit Nederland. Doordat we straks terug in Nederland zijn mis ik mensen en dingen uit Texas. Het een kan niet zonder het ander en ik ben blij met wat ik nu beleef en dankbaar voor wat ik straks aan herinneringen heb.

Ik heb al lang niets meer geschreven over ons Texaanse avontuur. Er gebeurt genoeg dat de moeite waard is, maar mijn computer is regelmatig bezet (ook jongetjes van twee kunnen heel best zelf zo’n ding bedienen) en wanneer ik hem ‘s-avonds voor mij alleen heb is me de puf vergaan.

In september was het weer eens tijd voor een reisje door een paar van de verenigde staten. Naar het Westen welteverstaan. Onze eerste stop was El Paso (TX), waar we na 10 uur rijden (ja en toch echt nog steeds Texas) vooral erg moesten zoeken naar ons hotel. Gelukkig heb je daar tegenwoordig een navigatiesysteem voor zou je denken, maar onze boordcomputer hield er wel vreemde routes op na…we belandden op een enorme –ENORME- militaire begraafplaats. Toch vonden we niet veel later ons hotel, aan de voet van de Franklin Mountains. In de hotelkamer hing een enorme airco, die niet te bedienen was en ongevraagd een gigantische hoeveelheid koude lucht richting onze bedden blies. Behoorlijk irritant, maar ach, van slapen in een hotelkamer met drie kleine uitgelaten jongetjes komt toch al niet veel terecht. Voor het ontbijt moesten we ‘s-ochtends met de auto naar een ander gebouw, dat had ik ook niet eerder meegemaakt en het was best even een klus om Joris ervan te overtuigen dat we ECHT eerst in de auto moesten en daarna heus te eten zouden krijgen. Vanuit El Paso bezochten we White Sands (New Mexico). Een fantastisch nationaal monument dat bestaat uit witte duinen van gipskristallen. Met zijn ruim 710 vierkante kilometer is dit het grootste gipsduinenveld ter wereld. Auron wilde er graag een sneeuwpop bouwen, maar toen dat niet bleek te lukken was van de duinen glijden een prima alternatief.

Door naar Phoenix, Arizona op een uurtje of 6 rijden van El Paso. Bij het hotel is een zwembad dat vol zit met ijskoud water, maar dat deert onze jongens niet. Er zal gezwommen worden! Helaas voor ons kunnen ze nog niet zelfstandig zwemmen en dus moeten ook wij eraan geloven. Brrrr. Ook hier houden ze er een bijzonder ontbijt op na. Want hoewel we er nu weer gewoon heen kunnen lopen lijkt het erop dat het management een ontmoedigingsbeleid voert voor het nuttigen van het ontbijt dat bij de prijs zit inbegrepen. Zo zijn er geen vorken, grotendeels gifgroene bananen en met de plastic mesjes wordt het schillen en snijden van een appel een hele onderneming. Geeft niets, want de bak met fruit loops is goed gevuld en een van de favoriete vakantiebezigheden van de heren Schreuder is het ontbijten met Fruit Loops. Kleine waarschuwing: geef je kinderen thuis op normale dagen NOOIT Fruit Loops. Nooit, tenzij je een keer het effect op jouw kroost wil testen. Die dingen zitten zo vol met kleurstoffen, suiker en andere troep dat je een instant reactie zult zien in degene die ze eet. Stuiterend de ochtend door na een paar happen, gegarandeerd! Overigens werd ons bij aankomst in de eetzaal uiteraard een warm ontbijt aangeboden, tegen betaling, waarbij wel vorken werden geleverd. Maar voor deze Hollanders smaakt een  gratis koud ontbijtje nog altijd het best, ook zonder vork.

In Phoenix zagen we de beroemde saguaro cactus die slechts op een paar plaatsen ter wereld groeit.  Indrukwekkend! We wandelden bij Hole in the Rock en bezochten het politiemuseum waar een van de agenten getrouwd bleek te zijn met een Nederlandse vrouw. Per toeval kwamen we ook nog een vliegtuigkerkhof/vliegtuigonderhoudsbedrijf tegen waar we gelukkig niet zijn uitgestapt, want na een rondje langs het terrein –martin moest natuurlijk wel even goed kijken- zagen we een man met een grote stok een nog veel grotere slang vangen.

Omdat we allemaal gek zijn op bananenmilkshakes en die dingen hier verrekte moeilijk te vinden zijn, zochten we op internet naar de dichtstbijzijnde steak&shake. Die bleek op slechts een kwartiertje van ons hotel  te zitten, dus na een lange dag stapten we weer in de auto op weg naar ons favoriete restaurant. Hoe dichterbij we kwamen, hoe meer jeugd we op straat zagen en langzaam begon het te dagen dat we in het college district van phoenix terecht zouden komen. Leuk, maar wat worden wij oud! Wat een bedrijvigheid op zo’n campus. De schemer viel dus de studenten maakten zich op voor een avond borrelen en stappen, wij vielen met drie kleine kinderen nogal uit de toon. Aangekomen bij steak&shake bleek het betreffende filiaal slechts een beperkte kaart te hebben, volledig gericht op studenten en dus zonder bananenmilkshakes. Boehoe. Plotseling zagen we allerlei mensen die de terrasmeubels bedekten onder stukken plastic , er kwam een grote duststorm aan. Blijkbaar heel normaal in phoenix, maar nieuw voor ons. Alles zat al snel onder het stof/zand. De situatie was te vergelijken met dichte mist, maar dan wel een die knarst tussen je tanden.

Op naar California. Eerste stad: Los Angeles. Een tripje van ongeveer 6 uur, alhoewel je daar nog wel twee uur bij kunt tellen voor stoppen: tanken, plassen en andere onverwachtse vertragingen. Eten doen we gewoon in de auto. Onze oude Nederlandse koelbox werkt nog prima en aangezien de Wal-Mart overal te vinden is slaan we steeds een voorraad eten en drinken in voor onderweg. Sommige mensen vragen zich af of het niet zonde is van je vakantie om zoveel in de auto te zitten, maar ik zou niet anders willen. Juist de reis die je maakt is zo prachtig en indrukwekkend. Heerlijk met je eigen gezin bij elkaar. Je kunt hier uren rijden zonder beschaving tegen te komen en het landschap verandert zienderogen terwijl je rijdt. De grootsheid, de ruimte, de natuur: als je het niet gezien hebt is het bijna niet voor te stellen. Ik blijf me verbazen over de leefomstandigheden die we onderweg tegenkomen. Veel stof, troep, kapotte huizen, auto’s. Men woont hier echt! En er is zo ontzettend veel NIKS onderweg. Maar we genieten ook van de plotseling opduikende museumpjes/vvv-kantoortjes onderweg met gastvrije Amerikanen die altijd enthousiast op onze drie boeven reageren.

Een eerste onverwachte horde moesten we nemen bij de staatsovergang. Daar bleek namelijk een heuse voedselcontrole te zijn. Aangezien ik altijd veel te braaf ben liet ik de juffrouw aan de poort meteen onze voorraad bananen en de laatste half opgegeten appel zien, nerveus wachtend op haar oordeel. Gelukkig bleken bananen altijd californie in te mogen en kwam onze appel volgens deze mevrouw uit Texas, blijkbaar een veilige appelstaat, dus mochten we vrij vlot doorrijden.

Een tweede obstakel was een oude bekende: file! Nu is de file een verschijnsel dat we in Texas vrijwel niet tegenkomen, maar mocht dat toch eens gebeuren dan staat iedereen relaxed een beetje te wachten tot hij voorbij is. Je drinkt wat, kijkt wat uit t raam, zet je airco een tandje harder en zwaait eens naar een medeweggebruiker…niet in LA: Wat een gekte. DRUK!! Getoeter, gescheur over banen die daar niet voor bedoeld zijn, auto’s die in en uit gaten schieten die daar net niet te klein voor zijn. De LA rijstijl is allesbehalve Texaans, dus dat was even wennen.

Het derde (en laatste) oponthoud ontstond bij de ingang van het terrein waar ons hotel was. De pas die ons toegang had moeten verschaffen werd geweigerd, en dus mochten we het terrein niet op. Al snel stonden er vier politiewagens om ons heen en werd er druk gebeld met heren op kantoortjes. Lang leve ons entertainmentsysteem in de auto, want met een filmpje erbij hielden de jongens het nog best even uit. Uiteindelijk bleek alles toch gewoon te kloppen en werden we door een zeer vriendelijke agent met zwaaiende lichten naar ons hotel geëscorteerd. We kregen een eigen huisje van 100 jaar oud dat zeker niet teleurstelde, waar we drie heerlijke dagen konden verblijven.

Los Angeles is echt een wereldstad. Ik dacht vooral steeds: Wat een gekkigheid. Echt waar. Druk, zwervers op elke straathoek met zelfs hele tentenkampen onder de viaducten van de snelweg, prachtige mensen (vooral op het strand, net als op tv), sirenes. We zagen Hollywood, Beverly Hills –wat een huizen!- , de sterren op de Hollywood walk of fame. We waren educatief bezig in het science museum en bezochten Venice Beach waar een strandwacht ons Sand Dollars liet zien (een soort schelp). Wanneer je zelf een onbeschadigde Sand Dollar zou vinden, zou dat geluk brengen en dus speurden wij -met succes- het strand af. Het beloofde geluk liet echter op zich wachten, Auron stapte al snel in een bij die daarop zijn angel in het kleine voetje van onze lieve peuter achterliet.

-wordt vervolgd-

Mijn locatie .

zomer

Van de week realiseerde ik me dat je als Hollander in Texas eigenlijk het hele jaar door het gevoel hebt dat het zomer is. Totdat de zomer in aantocht is en het kwik van ’s-ochtends acht tot ’s-avonds tien uur niet onder de 34 graden komt. Wel weer even wennen hoor… en toch maar de winterdeken van mijn bed gehaald. Dat ik nu voor het eerst in mijn leven bruine (oké, enigszins verkleurde als je heel goed kijkt) benen heb komt echter niet door het Texaanse zonnetje, maar door onze vakantie in Florida. Twee dagen nadat tante Jojo in Killeen was aangekomen vertrokken we met de auto richting het zuidoosten. Een reis van zeventien uur voor de boeg, exclusief pauzes, verdeeld over twee dagen. De eerste dag reden we nog een groot deel door Texas –the lone star state- , waar het droog en warm was en de grote borden langs de weg ons niet vreemd waren met hun reclames voor voornamelijk eten, god en het leger. Ja, in die volgorde. Op het moment dat we Texas achter ons lieten door de staatsgrens met Louisiana te passeren, kwam bij mij een vreemd, moeilijk te beschrijven gevoel bovendrijven. Het plotselinge besef dat ik in Texas woon en hoe bijzonder en normaal dat tegelijkertijd is. Het passeren van de grens luidde het begin van de vakantie in, echt weg van de plek waar ik thuis ben. Want hoewel Nederland mijn uiteindelijke thuis herbergt, is het fijn om te merken dat ik mij inmiddels werkelijk ben gaan thuisvoelen in Texas.

Louisiana –the sportsman’s paradise- of –pelican state-  was ook droog en warm, maar beduidend groener dan Texas. De eerste tig borden die we tegenkwamen waren gewijd aan gokken (verboden in Texas, toegestaan in Louisiana), om verderop in de staat alleen nog maar te gaan over vissen en jagen. Wat mij betreft geheel ten onrechte verstaat men hier vissen en jagen onder sporten, vandaar de bijnaam van de staat. Hoe langer we in Louisiana waren hoe meer we gingen begrijpen waarom het er zoveel groener was dan in Texas, want het weer begon steeds slechter te worden (lees: meer regen). Onvergetelijk was de stad New Orleans, waar de schade van orkaan Katrina acht jaar na haar verwoestende bezoek nog schrijnend zichtbaar aanwezig was.

Tegen de tijd dat we de grens met Mississippi –magnolia state- bereikten kwam het water met bakken uit de lucht, wat naar later bleek nog niets voorstelde vergeleken bij het noodweer dat ons in de rest van Mississippi (en de rest van deze eerste dag reizen) te wachten stond. Ik heb door de eindeloze regen geen enkel bord langs de kant van de weg kunnen ontcijferen, als ik ze überhaupt heb zien staan. Wel was het er prachtig groen en de vele moerassen waren zeer indrukwekkend. Helaas begon het al snel zo te onweren dat ik het grootste deel van de rit met mijn handen voor mijn ogen heb zitten panikeren. Voor de duidelijkheid: Martin reed dit stuk. Aangekomen bij ons hotel liep men op blote voeten door de tien centimeter diepe laag water de koffers van en naar de auto’s te brengen, biddend niet door de bliksem geraakt te worden. Ondanks het fijne hotel was ik vastbesloten nooit meer terug te komen in Mississippi, mij teveel regen en storm. Overigens leverde de ellende ons ook een vertederend moment op, toen mijn driejarige zoon zijn armpjes om mij heen sloeg met de troostende woorden: “jij hoeft niet bang te zijn voor de bliksem, ik vind jou heel lief, Joris is nu de vader van jou”.

De volgende ochtend staken we al snel de grens met Alabama –The beautiful- of –sweet home- over. Opvallend was de aanwezigheid van politie en zwervers en de armoedige uitstraling die de staat heeft. De harde regen had plaatsgemaakt voor miezer en op de reclameborden werd weer grotendeels eten aangeprezen.

Na anderhalf uur Alabama reden we Florida -the sunshine state- binnen. Overal langs de weg stonden kleine bordjes met de oproep: “arive alive”, al bijna net zo opmerkelijk als de “rest or RIP” boodschap die we in Louisiana tegenkwamen. Lekker positief, was mijn eerste gedachte, maar nadat ik een aantal uur door Florida had gereden begreep ik wel waarom deze waarschuwingen noodzakelijk zijn. De lange snelweg is enorm slaapverwekkend en tegelijkertijd nodigt hij uit tot flink doorrijden om zo snel mogelijk weer in de bewoonde wereld terecht te komen. Om de paar kilometer staan kruisjes langs de weg die verraden dat menigeen de strijd tegen de verveling niet heeft kunnen winnen. Ook opvallend zijn de ‘drunk driving’ boodschappen, maar nog meer aanwezig zijn de borden tegen abortus. Overal hangen telefoonnummers van hulptroepen voor bij ongewenste (tiener-) zwangerschappen en plaatjes van ei- en spermacellen met de tekst: “over 18 dagen klopt mijn hart”. Dit alles tussen de uit een reisbrochure weggelopen palmbomen, die me doen denken aan witte stranden, zoete olie, series van MTV en liedjes als ‘summer jam’ van the underdog project.  

Na een lange dag rijden arriveerden we op onze plaats van bestemming: Orlando. De hele stad leek wel een groot pretpark, met overal disney, kastelen, film en horeca. Op het terrein waar ons huisje stond bleek de receptie helaas gesloten, maar er hing wel een brief aan de deur met onze naam erop. In deze brief stond de code voor het kluisje naast de deur, waarin onze huissleutel zat. Nu moet iemand mij toch eens uitleggen waarom je dan niet gewoon de sleutel aan de deur hangt, lijkt mij precies zo veilig alleen iets minder gedoe. Het huisje was ruim en van alle gemakken voorzien, dus na een bezoekje aan IHOP voor een verlaat diner konden we met een volle buik, gerust hart en vermoeid hoofd gaan slapen.

Nu hadden we dertien dagen de tijd om acht pretparken en het strand te bekijken. Dat klinkt wellicht als goed te doen, maar naast ontzettend gaaf is het ook enorm vermoeiend. Niet in de laatste plaats voor je voeten, die er na zo’n vakantie misschien wel erger aan toe zijn dan na de Nijmeegse vierdaagse (die ik nooit heb gelopen, dus eigenlijk heb ik er geen idee van hoe je voeten er dan aan toe zijn). Legoland was het eerste park dat we bezochten, heel anders dan legoland Denemarken. De jongens vonden het prachtig. Daarna  zijn we in allevier de disneyparken geweest (Epcot, Magic Kingdom met Fieke en Henk!!!, Animal Kingdom en Hollywood Studio’s), waar ik enorme bewondering heb gekregen voor de manier waarop ze een bepaalde sfeer weten neer te zetten. Alles klopt er, alles is in het thema van het betreffende park en overduidelijk gericht op het beleven van een sprookjesachtige dag voor iedereen die een kaartje heeft gekocht. Dat begint al op het parkeerterrein en gaat via de ingang en middels de kaartjes, de straten door. De huisjes, de winkels, de horeca, de attracties, het personeel, de wachtruimtes die een attractie op zich zijn, de kinderwagenparkeerplaatsen, echt alles werkt samen en klopt precies. De typisch Amerikaanse schone schijn is ook hier duidelijk zichtbaar; wanneer een Amerikaan op de foto wil komt hij of zij chagerijnig aanlopen, instrueert een fotograaf (vriend of toevallige voorbijganger), gaat er goed voor zitten of staan en zet dan de grootste witte-tanden-bloot-glimlach op die je je kunt voorstellen. Met grote verbazing keek ik steeds naar hoelang zo’n glimlach perfect op het gezicht kon blijven staan. Zodra er geflitst was ontspanden de kaken en keerde het oorspronkelijke moppergezicht terug. In het animal kingdom was een wildwaterbaan, waar Martin mij, Jorinde en Joris instuurde. Een leuk grapje, we kwamen er als drie verzopen katten weer uit. “Daar gaan wij weer niet in!” was het eindoordeel van onze kleuter. In Hollywood studio’s liet Joris zich van zijn beste -Texaans opgevoede- kant zien, op het moment dat Martin, Jorinde en Elian voor drie oudere dames belandden en hij en ik achter het schuifelende drietal bleven hangen. Zonder blikken of blozen sprak hij: “Oh, Excuse me!” , waarna de dames onmiddellijk voor ons opzij gingen. Toen ze zagen uit welk klein mannetje deze keurige zin was gekomen werd hij de hemel ingeprezen: “Oh, what an excellent young man!”, waarop mijn kleine texaantje vergoelijkend sprak: “Yes, I did it for my mother!”.

Na Disney was het dinosauruspark aan de beurt, waar we een klein drama beleefden met Joris die onder geen beding zijn verplichte je-hebt-betaald-armbandje om wilde. Zo schreeuwde hij het eerste uur het hele park bij elkaar, waarna hij in de gaten kreeg dat wij wel genoten van de enorme dinosaurusreplica’s en besloot toch maar te accepteren dat hij het bandje omhad. Bij het naar huis gaan wilde hij het bandje uiteraard niet meer afstaan.

Op Clearwater Beach speelden de jongens in de branding en zochten we schelpen in het helder witte zand. Tot slot waren de parken van Universal Studio’s aan de beurt, waar ik jaren naar uit heb gekeken omdat er zich het Harry Potter park bevindt: ‘The Wizarding World of Harry Potter’. Oh, wat zou ik daar graag naast wonen, dan zou ik elke dag even door Hogsmaede lopen, een glaasje butterbeer drinken en bij Ollivander naar de toverstaffen kijken. Aangezien we er niet naast wonen en er zojuist is aangekondigd dat het park enorm uitgebreid gaat worden, moet ik er nog maar een keer naar terug over een jaar of twee. Tot die tijd moet ik tevreden zijn met de ‘wand’ van Sirius Zwarts die ik er gekocht heb. Naast Harry Potters gedeelte beschikt Universal over een aantal spectaculaire achtbanen en andere attracties die ik niet had willen missen.

Tussen alle pretparkpret door verbleven we in en om het huisje, waar we konden zwemmen en met de jongens in de speeltuin konden spelen. We ontdekten ook het grote nadeel van Florida: de beestjes. Overal waar je keek zaten hagedissen (hazebeesjes, aldus Joris). Niet zo erg, totdat er ineens een in je huisje loopt en verdwijnt in een minuscuul kiertje van de trap. Erger nog waren de minstens twintig kakkerlakken in alle soorten en maten die in ons huisje zaten en die zich niet makkelijk lieten verdelgen.  En in onze garage staat de ooit zilvergrijze auto, nu zwart van de in Florida opgeduikelde lovebugs.

Toen we tijdens ons dagje outletshoppen voor Joris nieuwe schoenen kochten, stopte hij vastberaden zijn eigen schoenen in het doosje van de nieuwe stappers en schoof dit doosje terug in het schap. Het blijft heerlijk om een peuter en een kleuter te hebben, altijd goed voor mooie en grappige momenten. Bijvoorbeeld het moment waarop Martin zich omkleedde en Joris enthousiast naar zijn tante riep: “kijk Jojo! Papa is bloot!”. Ondertussen heeft Elian er een sport van gemaakt om Joris na te praten, wat in de praktijk betekent dat hij gedurende de 17 uur durende autorit (en in alle parken, en in het huisje, en nu thuis) voortdurend gilt: “Mamaaaa!, uitte!, Sausoes!” naar aanleiding van de enkele keer dat hij zijn broer had horen zeggen: mama, kijk uit, een dinosaurus (op tv).

De weg terug besloten we iets langer te maken, zodat we langs Dennis, Rhea en Izzy in Alabama konden gaan. We hebben daar een heerlijk weekend gehad in een fantastisch huis met een -nog ietwat koud- prachtig zwembad en vooral goed gezelschap. We zaten in het donker buiten, met een glaasje bubbels, bij een knapperend vuurtje en zagen zo de rijkdom van Alabama.

Terug thuis moest er meteen hard gewerkt worden. Joris werd 21 mei vier jaar, en wist dit jaar precies wat er ging gebeuren en hoe hij het hebben wilde. Hij wilde van mama dezelfde taart als die Elian had gehad in maart, maar dan met dinosaurussen erbij. Hij wilde slingers en ballonnen, die papa moest ophangen. En van Jojo een dinosaurus cadeau, samen uitgezocht in een winkeltje in Florida. Hij had een fijne verjaardag “ik ben vierjaardag”, waarbij we aan al zijn wensen hebben voldaan. De kaartjes en cadeaus uit Nederland maakten het feest weer compleet!

Helaas moest Jorinde snel daarna afscheid van ons nemen, maar ook dat weet een kleuter goed te relativeren. Jojo moest naar oma in Lelieland, wandelen in het bos met hond Chin. Dat is logisch.

Op dit moment heeft Joris zomervakantie en proberen we onze draai te vinden met elkaar thuis. Best even wennen na tien maanden Texaanse discipline op school, gevolgd door een losbandige vakantie. Maar met zijn nieuwe fiets, het Texaanse zonnetje, een boel gezelligheid en een beetje opvoedkundige sturing van mij, komen we vast veel te snel aan bij het volgende schooljaar. Met een beetje mazzel heb ik toch nog af en toe tijd voor een blog.

Van de vakantie heb ik zoveel leuke foto’s, helaas kan ik er maar weinig hier plaatsen. Als ik ze doorneem om te kiezen zie ik nog zoveel dat de moeite waard is om te noemen. Zoals de Ultimate Bananashake, by steaks&shakes, of de motorrijder zonder helm, het vliegtuig dat elke dag een christelijke tekst in de lucht schreef (geen grap!!), het wat voedsel betreft zelfvoorzienende Epcot, de massale uittochten uit de immense disneyparken, het afsluitende vuurwerk elke avond waarbij Joris begon te rennen en gillen: “Fire, Fire!”, tot grote schrik van enkele omstanders, het ballenparadijs waarin alle mannen jongetjes bleken, de parades, al het lekkere eten en nog veel meer. Voor iedereen die meer wil horen en zien lijkt me dit een goed excuus om een ticket naar Texas te boeken!

 



Mijn locatie .