Dusss…OK

Soms heb ik dus dat ik ‘s-ochtends om half negen weer thuiskom, nadat ik Joris naar school heb gebracht, en dat ik dan bij binnenkomst denk: ‘Hè, hoe kan dat nou?!? Het was hier toch netjes en schoon? Ik weet het zeker, gisteren heb ik nog opgeruimd, afgestoft, stofgezogen, met natte doekjes gepoetst, weggegooid, rechtgezet, uitgeruimd, was gedraaid en opgevouwen. Ja, ik weet het zeker! Ik was namelijk zo’n huisvrouw van het type: ‘er komt bezoek dus ik ga als een dolle mijn huis door’ en tegenwoordig heb ik dat weten om te buigen naar het type: ‘stel dat er onverwacht bezoek komt, dan is het wel fijn als het huis er netjes bijstaat en als ik weet dat er bezoek komt ga ik vooraf alsnog als een dolle het huis door’. En gister had ik bezoek. En ben ik dus mijn hele huis doorgerend. En zo weet ik nu zeker: gisteren was het hier netjes en schoon! Ik weet ook zeker dat het nog netjes en schoon was toen ik ging slapen vannacht, anders slaap ik niet lekker. Dus ergens tussen vannacht en nu, half negen ‘s-ochtends, is het gebeurd. Maakt niet uit welke kamer ik inloop. Het begint al in de garage, waar ik de afstandsbediening van de televisie vind, daar neergelegd door de kleinere kleine jongen nadat hij ermee tegen de kerstballen had staan meppen om half acht. In de huiskamer liggen ineens kleine-jongens-pyjama’s en kleine-jongens-sokken-van-gisteren (blijkbaar tevoorschijn gekomen uit kleine-jongens-schoenen om een uur of zeven vanmorgen). Onder de kast een uit de boom gemepte kerstbal. Op de gisteren nog blinkende glazen salontafel  vind ik verfrommelde snoetenpoetsdoekjes,  een plasje kleine-jongens-tandpasta en afdrukken van kleine-jongens-handjes. In het toilet ligt een kleine-jongens-plas, want doorspoelen maakt zo’n akelig geluid volgens de grootste kleine jongen. In de keuken ligt een plons water op de grond, precies onder het koudfilterwaterknopje op onze leuke Amerikaanse koelkast, dat van de week ontdekt is door de kleinere kleine jongen. Op het aanrecht staat een bordje met kruimels dat de vader gisteravond op de valreep heeft achtergelaten na het bereiden van zijn lunch voor vandaag. De eettafel staat nog half gedekt van het ontbijt, volledig bekruimeld en vooral ook onderkruimeld (op de vloer eronder dus) met her en der een plakkerig drupje appelsap en verdwaalde mandarijnenschillen. In de slaapkamers boven ligt de lego in de bedden en liggen de dekens op de grond. In de slaapkamer beneden valt het mee, de vader heeft een aardige poging gedaan de bedden recht te trekken, maar in de kleedkamer struikel ik over de kleren-van-gisteren-van-de-vader en in de badkamer vind ik naast een lege rondslingerende wc-rol water- en tandpastaspetters op de spiegel en kraan. Naast mijn bureau staat een doos met willekeurig bij elkaar gegooide spullen in de categorie: ‘moet-ik-iets-mee’. Nu ik er eens over nadenk kan ik het ‘soms’ bovenaan dit verhaal wel vervangen door ‘meestal’. Gelukkig heb ik na een half uurtje puinruimen toch weer tijd en rust om achter mijn computer te gaan zitten en de boel eens op papier te zetten, de uitpuilende doos naast mijn bureau nog even negerend. Mocht er zo vroeg toch nog onverwacht bezoek komen, dan vraag ik ze gewoon om NIET op de troep te letten. Iedereen begrijpt tenslotte hoe het is, het leven als huisvrouw, met drie mannen in een ver land: drukdrukdruk!

Zo komt het ook dat ik de laatste tijd minder tijd heb voor mijn blog dan ik zou willen. Inmiddels loop ik weer een paar weken/maanden achter en vraag ik me af hoe ik dat een beetje knap ga inlopen. Een optie/valkuil is om mijn agenda erbij te pakken en aan de hand daarvan in chronologische volgorde de gebeurtenissen van afgelopen weken in te tikken. Praktisch, maar niet leuk om te doen en zeker niet om te lezen. Bijkomend probleem: van Sinterklaas heb ik de agendavulling voor 2014 gekregen, waarna ik enthousiast 2013 heb verwijderd. Het keurige stapeltje losse blaadjes werd al vlot door Elian ontdekt en is nu dus niet meer geheel bruikbaar als naslagwerk. Sterker nog, het is inmiddels onvindbaar. Tel dat op bij een geheugen dat onder invloed van zwangerschapshormonen moet functioneren en je begrijpt dat het naar tevredenheid schrijven van dit blog een heuse uitdaging is. Gevolg: we zijn inmiddels weer een paar weken en gebeurtenissen verder.

Twee jaar Texas, een mijlpaal die we schijnbaar bereikt hebben door een paar keer met onze ogen te knipperen. Ik kan wel zeggen dat we op dit moment volledig gewend zijn aan, en geland zijn in, ons Texaanse leven. We voelen ons hier thuis en, belangrijk, gelukkig. In het tijdschrift Global connection staat een artikel over ons gezin aan de hand van een schriftelijk interview dat ik gaf. Vooral de laatste zin van dat stuk geeft goed weer hoe ikzelf tegen ons texaanse avontuur aankijk na twee jaar: “Ik voel me bevoorrecht, een avontuur als dit geeft je enorm veel ruimte jezelf te ontwikkelen en je horizon te verbreden. Ik heb weinig verplichtingen, behalve diegene waar ik bewust zelf voor kies, zoals de zorg voor onze zoons. Die vrijheid is geweldig”. Wie het leuk vindt om het hele artikel te lezen kan me een mailtje sturen, dan mail ik de link naar het artikel door. Overigens hebben we inmiddels uitsluitsel gekregen over onze terugkeerdatum, we zullen in de zomer van 2015 naar Nederland terugverhuizen. En als het zover is hoop ik dit gevoel van vrijheid mee te kunnen nemen naar Nederland, iets dat vooral van mij zal vereisen dat ik mijn grenzen aangeef en bewust blijf kiezen voor die verplichtingen die ik echt zelf aan wil gaan. Een compleet nieuwe uitdaging dus, die nu nog ver weg lijkt maar stiekem al zo voor de deur staat.

Niets zo veranderlijk als het Texaanse weer, dat werd de afgelopen weken weer flink duidelijk. Vooral november is wat dat betreft een beruchte maand. De eerste twee weken schommelden we nog gemoedelijk tussen de 25 en 30 graden Celsius, daarna kon het de ene dag s-nachts vriezen om overdag 20 graden te worden, de volgende dag was het overdag ook rond het vriespunt en een paar dagen later konden we weer in onze T-shirts de straat op. December is tot nu toe wat stabieler, flink koud zowel s-nachts als overdag, maar van voorgaande jaren weten we dat het ook in december zomaar weer 30 graden kan worden. Eind november plaatste ik het volgende nog op mijn facebook:   “Gisteren bedacht ik me dat ik nu, na twee jaar, alle rare dingen wel gehad had in Texas. Vandaag is het tegendeel bewezen… Nietsvermoedend bracht ik Joris naar school, om daar slechts het enige andere Nederlandse jongetje, een Amerikaans meisje en de directrice te treffen. Geen juffen, bijna geen kinderen, een lokaal gesloten. Waarom? Het is buiten koud en bewolkt. 1 graad Celsius om precies te zijn. Tja, dan durven ‘the brave’ niet meer in de auto te stappen en mag iedereen gewoon twee uur later op school en werk komen”. Sinds die bewuste dag is het al heel vaak 1 graad of minder geweest, maar ondanks de waarschuwingsbordjes op de schooldeuren dat we de meldingen van noodsluitingen goed in de gaten moeten houden is het geen tweede keer voorgekomen. Zo blijven de Texanen mij verrassen.

Begin november hadden we vriend Eric een weekendje op bezoek. Hij trof het met het weer, wij troffen het met hem. Er kwamen geweldige dingen uit zijn koffer (drop, chocola, beschuitjes…) en we hebben genoten van een etentje bij de TGIF, waarvoor onze grote dank. Samen reden we dat weekend ook naar Blora, waar de kerstlampjestentoonstelling ‘nature in lights’ net weer geopend was. Helaas was Joris in slaap gevallen tegen de tijd dat we het terrein opreden, Elian heeft er daarentegen voor twee plezier aan beleefd. Klein verschil met vorig jaar was dat we nu, in het openingsweekend, soepel konden doorrijden waar we vorig jaar met de kerstdagen nog anderhalf uur in de rij hadden moeten staan om naar binnen te kunnen.

Nadat Eric was vertrokken stonden we voor een spannende periode: Martins operatie en herstel. Toen wij in april halsoverkop heen en weer waren gevlogen naar Nederland omdat mijn oma overleed, heeft Martin bij thuiskomst een aantal dagen problemen met zijn oor gehad. Uit onderzoek bleek dat er een cyste achter zijn trommelvlies zat, die weliswaar niet kwaadaardig was maar toch verwijderd moest worden om verdere groei en daarbij behorende problemen te voorkomen. De volgens-mij-uit-een-soap-weggelopen KNO/plastisch chirurg vond het daarnaast een goed idee om Martins neustussenschot dan maar meteen recht te zetten (tsja, als je dan toch net lekker aan het snijden bent, maar stond dat scheef dan?), om Martin voor de toekomst een betere kwaliteit van ademen = leven te geven. Omdat Martin geen last had van de cyste en zijn scheve tussenschot en er een periode van zes tot acht weken niet vliegen aan de operatie/het herstel verbonden zou zijn kozen we ervoor pas aan het eind van het jaar te opereren. Een hele ervaring, zeker voor mij als Hollandse verpleegkundige, om zo’n traject in een Texaans ziekenhuis en het Amerikaanse zorgsysteem eens te doorlopen. Niet te vergelijken met de Nederlandse zorg, deels helaas, deels gelukkig. Ook erg vreemd en spannend voor ons beiden om Martin ‘gezond’ het ziekenhuis in te laten gaan, wetend dat de operatie grote gevolgen kon hebben voor zijn toekomst en dat hij er zeker in eerste instantie ‘slechter’ uit zou komen. Op de dag van de operatie bracht ik Joris gewoon naar school en mocht ik Elian gelukkig naar Ingeborg brengen, zodat ik mijn handen vrij had en geen zorgen had om de jongens. Mart en ik moesten plaatsnemen in een wachtkamertje vol andere patiënten/familieleden, vanwaaruit hij door een “registered nurse” op zijn “vitals” werd gecontroleerd (bloeddruk, pols, temp). Ik weet nog dat Martin na deze controle enigszins sarcastisch gestemd terug de wachtkamer inkwam, omdat de nurse had opgemerkt dat zijn pols wat aan de hoge kant was. Ga er maar aanstaan terwijl je goed hoort: een operatie die je gehoor voorgoed kan aantasten terwijl je een beroep/hobby hebt waarbij dat goede gehoor onmisbaar is. Dan mag toch tenminste je hartslag wel wat verhoogd zijn. Daarna ging alles vrij vlot, we werden naar Martins kamer gebracht waar hij een gebloemde enkellange ziekenhuisjurk moest aantrekken. Geen kleine effen operatiejasjes op heuplengte zoals in Nederland, de gemiddelde Texaan zou al gruwelen bij het idee: veel te saai en veel te bloot! Ook interessant: waar je in Nederland als zuster zonodig assisteert bij het omkleden, mag er in Texas pas begonnen worden met de hele expeditie als de nurse de kamer uit is. Ik mocht Martin dus in zijn jurk hijsen en volledig onder de dekens stoppen, alleen armen en hoofd zijn blijkbaar niet eng en konden zichtbaar blijven. Vervolgens word je blootgesteld (hihi, laat ze het niet horen) aan een gigantische hoeveelheid van hetzelfde, namelijk: DE vraag die moet voorkomen dat er iets misgaat! Ofwel: “wat is uw naam, wat is uw geboortedatum en wat komt u hier doen?”. Ik heb niet geteld hoevaak dit Mart gevraagd is, maar het is minimaal twee keer door elke hulpverlener die we tegenkwamen gevraagd en we zijn minstens negen hulpverleners tegengekomen (kamernurse, vervoernurse, holdingnurse, infuusprik-nurse, infuusprik-nurse-in-opleiding, blanket-nurse, anesthesist, dokter Jut (uit soap weggelopen weet u nog), dokter Jul (altijd bij dokter Jut te vinden). Voor het totaalplaatje: denk aan een tijdsbestek van 45 minuten waarin we al deze mensen tegenkwamen. Dat ging ongeveer als volgt: Martin kleedde zich om nadat kamernurse de kamer uit was, klom in bed waarna ik de nurse een seintje moest geven dat de kust veilig was, lees: geen stukken blote man meer zichtbaar. Martin wordt naar de holding gereden (door slechts 1 zuster, respect!), op de holding mag ik nog mee en daar volgt de holding-nurse met uitgebreide vragenlijst, waarbij ik het niet kon laten me af te vragen of ze überhaupt nog geen dossier van hem hadden aangemaakt. Dit hadden ze dus wel, maar je kunt alles maar beter nog een keer vragen voor de zekerheid.  Dan komt de volgende nurse om een infuus te prikken (in ons geval met stagiaire), waarbij men hier vooral wil voorkomen dat je pijn of ongemak ervaart dus kreeg Martin een prikje met verdoving voor het prikken van een infuus. Ik moet zeggen dat de stagiaire bijzonder goed begeleid werd, met als enige punt van kritiek van mijn kant dat ze haar –nogal grote- horloge nog gewoon omhad en dat daar niets van gezegd werd. Onbegrijpelijk in een land waar ze zo hard bezig zijn fouten en problemen (lees: rechtszaken) te voorkomen. Dan nog een blanket-nurse met een lekker warm dekentje om Martin zich vooral comfortabel te laten voelen. Vervolgens komt de anesthesist, wat een aardige vrouw!!, even kijken of ze iets kan met dat infuus en jahoor, Martin had meteen een shotje rustgevend te pakken. Niet om gevraagd, niet omdat hij onrustig was, maar gewoon, voor de lekker denk ik. Heel leuk, het werkte vrijwel meteen. Martin was vooral een stuk trager met praten, maar absoluut nog adequaat. De anesthesist beloofde later nog terug te komen met “the real stuff”, waarbij ik dacht dat ze de narcose bedoelde, maar later zou blijken dat “the real stuff” nog niet de narcose is maar weer een wat sterker rustgevend middeltje dat men krijgt op het moment dat er geen adequate antwoorden meer nodig zijn en er toch nog gewacht moet worden op narcose en operatie. Naast dat het een leuke vrouw was, had ze duidelijk ook veel plezier in haar werk: de hele dag fijne rustgevende cocktailtjes door infusen laten stromen, wat een droombaan! Tot slot natuurlijk dokters Jut en Jul, ik had ze nog nooit ontmoet. Martin was ze al bij elke voorgaande controle tegengekomen en kletste weliswaar wat trager dan normaal maar zeker niet minder gezellig. Ik keek met stijgende verbazing naar het gekeuvel dat voor mijn neus, in een ziekenhuisholding, met TWEE volwaardig chirurgen plaatsvond en voortduurde. Twee jonge mannen, jaar of 35 gok ik, waarvan vooral dokter Jut zo uit je favoriete medische soap weggelopen zou kunnen zijn. Afgetraind, perfect gezicht, perfect gebit, haar perfect gestyled en overduidelijk zwaar geliefd bij al het andere, met name vrouwelijk,  personeel. Als je in Nederland je behandelend chirurg al te zien krijgt voor je operatie is dat meestal kort en zakelijk, hier was het vooral lang en ging het over vanalles en nog wat, om op het laatst bijna als bij toeval nog op het onderwerp operatie terug te komen. Getuige een foto die tevoorschijn werd gehaald bleek  Dokter Jut ook nog een mooie (slanke blonde) vrouw en vier (!) prachtige kinderen te hebben. Twee dochters, twee zoons. De hele Amerikaanse droom ontvouwde zich aan het voeteneind van mijn vrolijke, trage patiëntgeworden echtgenoot. Na een half uur keuvelen was het toch tijd voor de harde werkelijkheid, dokter Jut vertelde ons nog even dat de cyste in het ergste geval aan de gehoorbeentjes vergroeid zou zitten, in welk geval de gehoorbeentjes eruit zouden moeten, de operatie lang zou duren en Martin de komende zes maanden doof zou zijn aan een oor. Na die zes maanden zou dan nogmaals geopereerd moeten worden om gehoorbeenprotheses in te bouwen. En daarmee was het gesprek ten einde en mijn tijd met Martin voorlopig ook. Hij kreeg zijn shot van “the real stuff” nadat het te opereren oor gemarkeerd was en werd naar de operatiekamer gereden, ik werd verzocht me naar de wachtkamer voor familieleden te begeven. Na een uur of vier kwamen tot mijn verbazing dokter Jut en dokter Jul naar de wachtkamer toe om mij, in een apart kamertje, in te lichten over het verloop van de operatie en de nazorg. Ook hier namen ze weer alle tijd voor mijn vragen en voor een gezellig gesprekje over het feit dat ik een derde zoon verwacht. Gelukkig was de operatie goed verlopen en zou er geen blijvende gehoorschade zijn. Nog een half uur later hoorde ik een zuster mijn voornaam roepen (huh, hoe weten ze nu mijn voornaam??), toen ik de gang inliep zag ik daar mijn zwaargehavende-nog-vrolijk-van-de-narcose-maar-slaperige man in zijn bed. Blijkbaar had hij mijn voornaam doorgegeven, toch prettig dat hij die na ruim vier uur narcose nog zo wist op te lepelen. Eenmaal terug op zijn kamer kreeg hij de opdracht: crackertje eten, bekertje drinken, plassen: dan mag je naar huis! Wat?! Ja, zo gaat dat hier. Veeeeel tijd en aandacht vooraf, maar nazorg is een kwestie van zo snel mogelijk afhandelen. Precies zoals in de bevallingszorg, bedacht ik me. Omdat we het niet meer zouden redden Joris op tijd van school te halen belde ik Laura, die haar zoon ook op de montessori heeft, of zij Joris wilde meenemen. Ook belde ik school om te zeggen dat zij hem op zou halen, ze kennen haar dus dat leek me geen probleem, maar helaas. Weer vergeten dat ik in Texas zat, ondanks alles. Ik had haar nooit als officiële ophaalmogelijkheid opgegeven, dus konden ze hem niet zomaar aan haar meegeven. Nee, dan moesten ze toch echt eerst van mij haar rijbewijsnummer krijgen. Dus belde ik Laura om haar rijbewijsnummer te vragen en daarna weer school om het nummer door te geven, met op de achtergrond mijn net geopereerde man die geholpen moest worden bij het eten van zijn crackertje en het drinken van zijn sapje. Toen Laura Joris die avond ophaalde keken ze haar bijzonder verwonderd aan toen ze haar rijbewijs liet zien…ze wisten heus wel wie zij was en ze hoefde zich echt niet te legitimeren om Joris mee te nemen, Karlijn had tenslotte gebeld om het door te geven! Texas, het blijft genieten.

Nadat ik langs de apotheek was gegaan om Martins medicijnen op te halen, een enorme zak vol zwaar geschut, had Martin aan al zijn opdrachten voldaan en mocht ik hem aankleden en mee naar huis nemen. In een rolstoeltje werd hij door de broeder naar buiten gereden en in de auto gezet. Ik had een stapel papier met instructies meegekregen om optimaal voor hem te kunnen zorgen. Mij was op het hart gedrukt, en het stond nogmaals duidelijk in de papieren omschreven, dat ik onmiddellijk de spoedeisende hulp moest bellen als Martin koorts boven de 38.5 zou krijgen. Dit zou namelijk kunnen duiden op een infectie aan of vlakbij de hersenen en moest dan snel worden behandeld. Martin had geen pijn en besloot daarom de zware morfinepillen niet in te nemen, waarna zijn temperatuur in de loop van de dagen begon op te lopen. Omdat de morfinepillen ook een koortsverlagende component bevatten begon hij daar toch maar aan. Natuurlijk ontwikkelde hij alsnog wel koorts, maar hij voelde zich er naar omstandigheden goed bij en ik kon geen enkel teken van infectie (op koorts na) ontdekken. Het leek mij meer een verhoging van zijn temperatuur omdat zijn lijf hard aan het werk was na de operatie. Zijn wonden verzorgde ik drie keer per dag uitgebreid en die zagen er keurig uit, hij had nog steeds geen pijn. Maarja, toen hij steeds suffer en trager werd belde ik als brave Hollander toch de spoedeisende hulp, op een herseninfectie zaten we natuurlijk niet te wachten. De mevrouw op de spoedeisende hulp was echter allerminst gediend van ons telefoontje. Ze gaf geen informatie, ging niets voor ons doen en snapte niet waarom we haar belden. We moesten maar een ambulance laten komen. Omdat dat ons echt te ver ging wachtten we de volgende dag af en maakten we een afspraak met onze eigen dokter Jut. De baliemevrouw had tegen Martin gezegd (volgens Martin) dat hij voor drie uur kon langskomen,  het was nog een hele klus om hem daadwerkelijk uit zijn bed en in de auto te kletsen. Hij was suf, viel steeds weer in slaap, leek een beetje verstrooid en eigenwijs en vooral: hij vond mij maar een ongeduldig mens. Ondertussen maakte ik mij vreselijk zorgen, vooral vanwege de combinatie van slaperigheid/sufheid en koorts en alle waarschuwingen op de papieren. Toen wij dus om half twee eindelijk aan de balie stonden, slofslof zieke man aan arm van zwangere vrouw, deed het mens daarachter vreselijk lelijk: we hadden er OM drie uur moeten zijn, niet VOOR drie uur. Dus kafferde ze een kortgeleden geopereerde, versufte patiënt met hoge koorts en duidelijke algehele malaise omdat hij de reis naar het ziekenhuis had moeten maken in plaats van in zijn bed te blijven, uit en gebood hem te gaan zitten in de wachtkamer zonder zelfs zijn temperatuur op te meten. Verbouwereerd namen we plaats op een plastic stoeltje, Elian in de kinderwagen naast ons. De stoom kwam uit mijn oren. Na vijf minuten besloten we te vertrekken, beter nog anderhalf uur in de auto dan op die ziekenhuisstoeltjes in de wachtkamer met een ongeduldige peuter en een zieke man. Ik belde Patricia om te vragen of zij op de jongens wilde passen, haalde Joris van school en haalde Patricia op bij de bioscoop waar zij net gezellig met haar gezin van een film zat te genieten. Gelukkig mocht ik desondanks de jongens bij haar laten en zo reed ik met alleen Martin om drie uur weer het ziekenhuisterrein op. De baliemevrouw negerend konden we gelukkig meteen met dokter Jul mee, die ons al vrolijk en vriendelijk als altijd stond op te wachten. Dokter Jut was nog aan het opereren, een primeur want normaal gesproken zijn die twee echt onafscheidelijk. Dokter Jul keek Martin na en kwam tot de conclusie dat alles er goed uitzag en dat hij niet had hoeven komen, maar dat hij het wel erg gezellig vond om hem even te zien. Nee hoor, deze koorts was heel normaal na zo’n grote operatie en de sufheid kwam gewoon van de morfine. Minder gebruikelijk was het dat iemand de moeite had genomen de instructiepapieren te lezen en op te volgen, als we dat nou niet hadden gedaan had Martin lekker in zijn bedje kunnen blijven. Dus. Advies: naar huis en toch maar doorgaan met de pijnstillers..gewone Hollandse paracetamol dit keer, we waren alle twee wel een beetje klaar met de bijwerkingen van de morfine. Toen Harmen een paar dagen later bij Martin kwam kijken en een geweldige tas vol beterschapcadeaus van de collega’s kwam brengen, schrok hij behoorlijk van Martin. We waren dan ook blij te merken dat Martin in de daaropvolgende dagen met sprongen vooruit ging. Inmiddels is hij weer helemaal op de been, en van de week zelfs zo goedgekeurd dat hij na de kerstvakantie zijn werk weer volledig mag uitvoeren.  

Nog een kleine anekdote, om aan te geven wat een grappig spul die morfine is. Onze droger was kapot gegaan, uiteraard vlak voordat Martin geopereerd zou worden. Hij kon hem zelf repareren, maar had daarvoor een onderdeel nodig dat pas na de operatie bezorgd werd. Mijn lieve echtgenoot dacht onder invloed van de morfine die droger wel even aan de kant te schuiven om hem te fiksen…gelukkig kwam hij er na weinig krachtzetten al zelf achter dat dit niet ging lukken. Zodra hij genezen was heeft hij hem alsnog gemaakt, hopelijk draait het apparaat nu nog anderhalf jaar probleemloos onze wasjes droog.

In de periode dat Martin herstellende was kwam  minister Hennis-Plasschaert langs op het werk voor een bijzonder feestje. Voor de gelegenheid mocht ik een supergave taart maken, die door haar is aangesneden. Helaas konden wij er door de omstandigheden niet bijzijn, maar Laura is zo lief geweest de taart voor mij naar het werk te brengen en ik heb leuke foto’s gekregen die de collega’s van het aansnijden hebben gemaakt. Natuurlijk is het jammer dat ik haar niet zelf een hand heb kunnen geven en de taart kon aanbieden, maar uiteindelijk was het vooral leuk om de taart te mogen maken en ben ik trots dat hij op deze wijze is aangesneden en opgegeten.

1 reactie op “Dusss…OK

  1. wat weer een verhaal Karlijn, heb erg gelachen (ondanks de ernst van het verhaal natuurlijk). Fijn dat alles nu weer goed gaat en jullie je rustig kunnen voorbereiden op HET moment. Fijn dat de fam komt om het wonder te aanschouwen. Sterkte met de laatste maandjes en een vlotte bevalling!

Click on a tab to select how you'd like to leave your comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>