plons!

Afgelopen zaterdag zijn we begonnen met zwemles. Joris en Elian samen in een klasje op niveau 3: de kikkertjes. We hebben hier dicht in de buurt helaas geen zwemschool zoals we dat in Nederland kennen, dus rijden we er met liefde elke week een uurtje voor heen en een uurtje voor terug naar Round Rock. Het zwembad heet Aquatots en is volledig gericht op kinderen vanaf de babyleeftijd. De jongens vonden het enorm spannend en eenmaal in het bad aangekomen kreeg ik ook flink de zenuwen. Wat als Elian overenthousiast het bad in springt en ze hem niet zien? Wat als Elian geen zin heeft en dus niet luistert?
Er wordt les gegeven aan meerdere groepjes van twee tot vier kinderen per instructeur, in elk een eigen gedeelte van het zwembad. De allerkleinsten zitten in een apart badje met hun vader of moeder en de instructeur, iets wat ik voor Auron ook overweeg, hij is tenslotte als onze in het water geboren waterrat de enige die niet gaat gillen van water op zijn hoofd.

Als ouders kun je vanachter een grote glazen wand toekijken hoe je kroost door zeer deskundige en kindvriendelijke instructeurs wordt bekendgemaakt met technieken om te overleven en plezier te hebben in de wondere wereld van het water. Veel van de instructeurs zijn mannen. Nou en? Zul je denken. Maar voor mij als jongensmoeder (en vooral als Elians moeder) is dit bijzonder belangrijk. De manier waarop met name Elian reageert op een meester, en de meester op hem, is zo anders dan hoe het met een juf gaat. Zo leuk en aandoenlijk om naar te kijken dat het me intens blij, maar ook intens verdrietig maakt.
Wat is het toch jammer dat er tegenwoordig in het onderwijs bijna alleen nog vrouwen voor de klas staan, die met de beste bedoelingen en ondanks het feit dat ze lief en kundig zijn, toch niet kunnen bieden wat veel jongetjes nodig hebben. Het hele onderwijssysteem is gericht op hoe meisjes leren, niet alleen in Amerika maar ook in Nederland en vele andere landen. Wat gun ik mijn jongens een meester, die ze aanmoedigt met een ruige aai door hun wilde haren, een letterlijke duw in de rug, een grom van goedkeuring. Die ze rondjes laat rennen of met ze stoeit na negatief gedrag, in plaats van ze in een time-out te zetten waar ze hun teveel aan energie (waar het negatieve gedrag nu juist door ontstaan was) alleen maar voelen toenemen. Voor Elian is het vaak moeilijk om te gaan met alles wat hij in zijn kleine lijfje voelt. Zijn emoties zijn groots en meeslepend, ongeacht of het blije of boze emoties zijn. Er is dan geen ruimte meer voor iets anders dan wat hij op dat moment voelt, en het enige wat hem helpt deze positieve danwel negatieve energie te hanteren is beweging. Van blijdschap trippelt hij op zijn tenen of springt hij letterlijk een gat in de lucht, van boosheid komt zijn hele lijf in beweging. Probeer hem dan te begrenzen en hij zal van zich afslaan en schoppen. Laat hem twee rondjes rennen en hij zal weer in staat zijn te doen wat je van hem verlangt, zonder enig protest.

Omdat het op school met hem steeds vaker misging heb ik de juf geadviseerd wat ik hierboven omschrijf. Meteen ging het beter, dus de juf blij, ik blij, Elian blij. Helaas bleek de directrice absoluut niet blij met dit systeem, dus is ons nu verboden Elian rondjes te laten rennen. Kinderen moeten gewoon luisteren en binnen hoor je niet te rennen. In het klaslokaal zijn volgens deze directrice twee zaken van levensbelang om een goede academische sfeer (jawel, in de leeftijdscategorie van drie- tot zesjarigen willen de meeste ouders hier al dat hun kinderen zoveel mogelijk academische kwaliteiten aanleren) te onderhouden: de ‘inside voice’ en de ‘walking feet’. Het gevolg: ik haal Elian weer regelmatig op na de lunch, omdat hij zijn teveel aan energie botviert op de juf en klasgenootjes, door hier en daar een flinke duw uit te delen. En hoewel ik zijn fysieke uitbarstingen absoluut niet goedkeur, vraag ik mij af waar we als maatschappij mee bezig zijn. Ik denk dat het tijd wordt voor een kritischer blik naar het onderwijs en de opvoeding voor onze jongens.

Voor nu geniet ik van de zwemlessen op de zaterdagochtend. Waar de badmeester met grote baard mijn middelste zoon, als een soort mannetjesleeuw die een welp aanpakt, gewoon onder de douche parkeert en hem daarna beloont met een robuuste knuffel. Het op zijn teentjes trippelende mannetje dat vervolgens bibberend, moe en gelukkig bij mij in een handdoek kruipt, maakt de autorit helemaal de moeite waard.

Mijn locatie .

Nog even over begin 2015

Na ruim drie en een half jaar Texas ben ik zo gewend geraakt aan de mensen en hun eigenaardigheden, dat ik weinig stof tot schrijven heb. Sterker nog, ik betrap mezelf steeds vaker op de gedachte dat men hier eigenlijk lang zo gek nog niet is. En datgene waar ik wel een boekje over open kan doen ligt te verstoffen in een van de achterste laatjes van mijn hersenen, die zich momenteel voornamelijk bezig houden met de zorg voor en om mijn drie kleine boeven.

Zo is Elian in januari (2015 red.)weer begonnen met school, nadat ik de indruk kreeg dat hij zich thuis begon te vervelen. Met het fiasco van augustus (2014 red.)vers in mijn geheugen liep ik op de eerste januarischooldag de hele dag rond met mijn telefoon zo ongeveer aan mijn hand geplakt. Ik vloog dan ook van stress tegen het plafond toen om een uur of elf de directrice aan de lijn hing. Nog voordat ze haar naam volledig had uitgesproken had ik Auron al in zijn kinderzitje en de motor van de auto gestart, om er vervolgens achter te komen dat ze mij alleen maar even belde om te zeggen dat Elian het zo goed deed die dag. Hoe thoughtfull.

In Januari waren Dirk Jan en Debora een paar dagen bij ons. Dirk is al mijn hele leven mijn beste vriend en ik kan me niet anders herinneren dan dat de normaalste dingen met hem erbij zomaar kunnen veranderen in een hilarische situatie. In elk geval in mijn optiek. Zo zal ik nooit vergeten dat hij tijdens een dinertje bij hem thuis, we waren een jaar of 8?, zijn hoofd voorover boog precies op de plek waar het kaarsje stond. Een zwarte streep roet van voor tot achter door zijn haar was het gevolg. Hij maar zijn best doen om Gerda en mij te overtuigen van het feit dat het een ongelukje was, en ik kwam niet meer bij van plezier. Hilarisch. Tijdens zijn bezoek aan Texas dit jaar liepen we in de Walmart. Op het moment dat ik even voor een Amerikaan langs een product uit het schap wilde pakken riep Dirk: “excuse her!”. Zoals ik al zei; hilarisch.

Toen Martin begin dit jaar terugkwam uit Nederland na de sleuteloverdracht van ons nieuwe huis, haalde ik hem op van het vliegveld in Killeen. In Texas is parkeren bijna overal gratis, maar op het vliegveld moet je betalen wanneer je er langer dan een uur staat. Een hele dollar per uur, daar kan Schiphol nog wat van leren. Bij het uitrijden kun je dan kiezen voor twee soorten poortjes: bemand of onbemand. Bij het onbemande poortje is het de bedoeling dat je met je creditcard betaalt (dit heb ik in het verleden meermaals zonder succes geprobeerd), maar ik ga tegenwoordig altijd naar het bemande poortje, waar de medewerker altijd vriendelijk goeiedag zegt, vraagt hoe het met je gaat en de slagboom 100 van de 100 keer netjes voor je open doet. Op de bewuste avond in januari zag Martin vanaf de bijrijdersstoel hoe ik zonder twijfel achteraan de lange rij van auto’s sloot voor het bemande poortje, terwijl daar rechts naast een onbemand poortje was met erboven de grote groene letters OPEN en waar geen enkele auto voor stond. Mijn slechte ervaringen uit het verleden met het betreffende poortje vond hij helemaal niet relevant voor deze avond en dus reed ik met frisse tegenzin weg uit onze rij. Bij het onbemande poortje aangekomen wilde het apparaat tot ieders (ahum) verbazing ons parkeerkaartje niet accepteren. Linksom, rechtsom, ondersteboven, binnenstebuiten, opgepoetst, zelfs dubbelgevouwen… alles probeerden we, maar het kastje was onvermurwbaar. Natuurlijk moest Martin het ook even proberen, wie weet lag het wel aan mij. Toen ook dat niet werkte kreeg ik toestemming achteruit te rijden en weer aan te sluiten in de inmiddels nog veel langer geworden rij voor het bemande poortje. Halverwege deze onderneming in z’n achteruit kwam er een meneer uit het bemande hokje gerend, die mij met wilde gebaren toch weer gebood terug te rijden naar het onbemande poortje. Heel even waren wij in de veronderstelling dat deze man dan voor ons de slagboom open zou maken, maar nee. Meneer zei ons goeiedag, vroeg ons hoe het ging en pakte mijn parkeerkaartje aan. Vervolgens stopte de beste man dit parkeerkaartje in het apparaat, dat het (verrassing) meteen weer uitspuugde en het wederom ongeldig verklaarde. De man was een duidelijke doorzetter en herhaalde dit invoerritueel zodoende nog een keer of twintig. Daarna keek hij eens goed naar het parkeerpasje, trok een frons en vroeg ons vervolgens met een strak gezicht waar wij dit gekke pasje in des hemelschnaam vandaan gehaald hadden (nou, een uur geleden uit het apparaat voor de slagboom bij de ingang van dit parkeerterrein, zoals altijd). Hij had werkelijk nog nooit zo’n pasje gezien en hij werkte toch al een aardige poos op dit parkeerterrein. Dat ik het pasje er precies zo uit vond zien als alle andere pasjes die ik hier de afgelopen drie jaar uit het apparaat heb gehaald deed niet ter zake. Zijn advies aan ons was om te proberen uit te rijden bij het bemande poortje van zijn collega, wellicht wist die collega wel raad met ons buitenaardse kaartje. Daar ging ik dus weer, in z’n achteruit richting de rij voor het bemande poortje. Eenmaal aan de beurt bleek gelukkig dat ons pasje gewoon werkte bij deze poort en zo konden we dan, een extra uurtje later, toch op huis aan. Een authentiek texaanse schone-schijn-ervaring rijker.

Maart 2015, waar blijft de tijd. Ons kleine Amerikaanse staatsburgertje is plotseling toe aan zijn eerste verjaardag. Op de ochtend van deze feestdag zei Joris bij het ontbijt tegen Auron: “zo baby Auron, nu ben jij 1 jaar. Nu hoef jij dus niet meer te huilen, maar kun je gewoon praten als je iets wilt!”

Wie denkt dat het in Texas altijd warm is zit er toch naast. Hoewel we de afgelopen jaren meer zon hebben gezien dan in al onze levensjaren in Nederland, is het hier soms ook ineens echt KOUD! Het vriest in maart zomaar nog even. Ach, misschien is het met oud en nieuw weer 30 graden, dus een groot punt zal ik er maar niet van maken. Overigens roept Joris al vanaf een graad of 24 dat het koud is, dus die gaat straks nog wat beleven.

Ook Elian was jarig, dus mocht ik in zijn klas zijn vierde verjaardag komen vieren. Telkens weer ben ik blij verrast door de manier waarop hier een kinderverjaardag op school wordt gevierd. De zon in het midden. Het jarige kind met een wereldbol in zijn handjes loopt hier rondjes omheen, waarbij elk rondje een levensjaar vertegenwoordigt. Op de achtergrond de stem van de juf die de hoogtepunten uit deze levensjaren doorneemt. Vervolgens mag het feestvarken foto’s laten zien van zichzelf als baby, dreumes en peuter. Om af te sluiten met een traktatie. Helaas is ook hier het overdreven politiek correcte fenomeen ‘gezonde traktatie’ doorgedrongen, dus liep Elian rond met mandarijnenmannetjes met een doosje play doh als hoedje. Ik begin me zo nu en dan een beetje te storen aan de enorme hype van ‘gezond eten’ die de wereld overspoelt. De ene na de andere ‘voedingsdeskundige’ wordt geboren, met talloze blogs en boeken tot gevolg, waarin ik eens las dat het bewijs voor de ongezondheid van gluten lag in het feit dat er zoveel mensen overgevoelig voor waren, terwijl dezelfde deskundige een paar regels later lyrisch is over het consumeren van allerlei soorten noten (NOTEN!! Over veelvoorkomende allergieën/overgevoeligheden gesproken…) . Natuurlijk is het goed bewust om te gaan met wat je in je mond en de bekkies van je kroost stopt, maar nu we het punt naderen van een bakje vogelzaad als traktatie (want chiazaad = tegenwoordig “superfood”) is voor mij de grens bereikt. Ik blijf dan ook stug taartjes bakken in alle soorten en maten, waarin roomboter, suiker en witmeel regelmatig de hoofdrol spelen. Het geluk dat je ervaart door met deze producten te werken en het genot van een hap goede taart zijn toevallig ook heel gezond. Voor al deze zondige zaken heb ik twee ovens. Altijd leuk om er dan na 3.5 jaar (en na dus zo ongeveer 2555 maal gebruik maken van de oven) achter te komen dat er niet alleen een gewone timer opzit, maar ook een cook timer, die de oven automatisch uitschakelt na de ingestelde tijd…..Handig!!

schwarztaart

Mijn locatie .

Het is nu dan ECHT zover!

4 augustus 2015. Na een paar keer knipperen met mijn ogen zijn dan toch echt onze laatste twaalf maanden in Texas ingegaan. Twee dagen van het laatste jaar zijn zelfs al voorbij, weg, zomaar zonder dat ik het gemerkt heb vervlogen. Ik kan niet anders dan eerlijk bekennen dat dit gegeven enige paniek met zich meebrengt. Want ondanks het feit dat ik het de eerste periode zwaar vond, ondanks het feit dat ik hier mensen en dingen mis uit Nederland, vier jaar (en uiteindelijk zelfs vijf jaar) Texas is niet niks. Het is een overweldigende ervaring geweest, vol levenslessen. Het is ons thuis geworden en bovenal is het dankzij dit avontuur dat we een uitzonderlijk hecht, zelfstandig, sterk gezin zijn geworden. Vier jaar lang grotendeels op jezelf/elkaar als gezin zijn aangewezen, nog een kindje krijgen. Familie en vrienden absoluut bij ons, maar fysiek op grote afstand. Met vallen en opstaan, pieken en dalen ben ik geworden tot een ander mens. Ik heb meer zelfstandigheid en kracht gevonden in mijzelf dan ik jaren geleden voor mogelijk had gehouden. Ik ben maar meteen zo brutaal te beweren dat ik geloof dat deze transformatie voor de partners (mij dus in ons geval) het grootst is. De mannen hadden nog steeds werk, zij het op een andere locatie. Hadden nog steeds collega’s, al waren het nieuwe gezichten en karakters. Behielden zo ‘gedwongen’ hun normale ritme, al waren het vaak meer uren weg dan voorheen. Voor ons partners was alles anders en was alles plotseling volledig aan onszelf. Wat doe je op een dag, wat doe je deze week, wie kom je daarbij tegen? Vierentwintig uur per dag verantwoordelijk voor kinderen en huishouden met als je geluk hebt tussen vijf en zeven en in het weekend de ondersteuning daarbij van je echtgenoot, maken dat je je op de duur een alleenstaande-getrouwde-moeder voelt. Even tijd voor jezelf, even praten met een volwassene is ineens niet zo makkelijk meer. Bij wie laat je immers je kroost achter? Ik heb het geluk dat Ingeborg hier met mij zit de laatste jaren, bij wie ik altijd en met alles terecht kan. Dan nog geldt voor ons beiden dat je de ander niet te veel en te vaak wilt ‘belasten’ met de zorg voor jouw kinderen, aangezien de ander in hetzelfde schuitje zit en dan ineens vijf kinderen heeft te verzorgen. Dus ga je vooral veel samen op pad, inclusief onze vijf bloedjes van kinderen. Een heerlijk stel blonde koppies dat veel bekijks trekt van met name oudere Texaanse dames. En begrijp me niet verkeerd, ik zou niet anders willen. Het is soms vreselijk vermoeiend, ik kom soms tijden niet aan mezelf toe (dit bleek onlangs maar weer toen ik na een week weer eens fatsoenlijk kon douchen en Joris mij bij zijn ‘bedtime-hug’ vroeg waarom ik nu ineens anders rook… tja). Het is ook een periode die nooit meer terugkomt. De eerste jaren van het leven van je kinderen vliegen zo snel voorbij terwijl er meer dan ooit gebeurt in hun leven. Dat ik daar vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week getuige van mag zijn is de meest intense gelukservaring die ik mij kan voorstellen. Nog los van het feit dat het voor de kinderen de beste basis voor de rest van hun leven oplevert. Geen hulp voorhanden betekent alles alleen oplossen en regelen, zelfstandig zijn. Maar het betekent ook geen –goed bedoelde- bemoeienissen. Het betekent je leven precies zo invullen als jij dat zelf wilt. En het betekent dus kracht vinden waarvan je niet wist dat je het bezat.
En dat is waar de eerste paniek vandaan komt. Want ga ik ook sterk genoeg zijn om dit straks in Nederland vast te houden? Om nee te zeggen waar ik nee voel? Om zelfstandig te blijven waar ik zelfstandig wil zijn? Ga ik een goede balans vinden tussen deze zelfstandigheid en het weer toelaten van lieve andere mensen die gelukkig weer meer in ons leven zullen zijn? Gaan mensen begrijpen dat wij straks naast de blijdschap van het weer in Nederland wonen en dichtbij hen zijn, ook verdriet zullen voelen om het gemis van ons leven hier? In hoeverre is het eerlijk hiervoor begrip te verwachten, terwijl de verantwoordelijkheid voor dit hele gebeuren duidelijk bij ons/mijzelf ligt.
Daarnaast zijn er nog zoveel meer vragen die in mij opkomen als ik denk aan teruggaan. Hoe gaan de jongens zich redden, die niet beter weten dan dat dit het leven is. Zal ik in staat zijn de jongens hierin zo goed mogelijk te begeleiden? Zullen ze mee kunnen komen op school? Zal de taalachterstand niet te groot zijn? Om maar niet te spreken over de cultuur- en mentaliteitsverandering? Kunnen zij en ik wennen aan de drukte, aan de kleinere ruimtes, aan de donkere en koude dagen? Kan ik omgaan met de mensen die veel minder beleefd, vriendelijk en behulpzaam zullen zijn? En is dat eigenlijk wel echt zo of valt dat uiteindelijk erg mee? Kan ik ooit weer meekomen in het haastige ritme van Nederland? Wat zal Mart precies gaan doen? Zal hij ook daar veel weg zijn straks? Hoe leg ik contacten in mijn nieuwe buurt? Wat wil ik eigenlijk gaan doen? Blijf ik nog langer thuis tot Auron ook naar school gaat? Wil ik de verpleging weer in? Wil ik mijn massageopleiding afmaken? Is dat eigenlijk nog wel mogelijk na zoveel jaar ertussenuit te zijn geweest? Wil ik de massagepraktijk herstarten? Wil ik toch iets doen met mijn passie voor bakken? (jaaaa, een eigen tearoom please!!) In hoeverre is dat haalbaar?

Toen ik vanochtend de boodschappen in mijn pantry opborg, overviel mij ineens het gevoel van luxe. Wat een heerlijkheid zo’n grote ruimte waar ik alle voorraad die ik mij wens in kan opbergen. Dat zal ik wel gaan missen. Toen ik van de week na onze vakantie de wasmachine aanzette met genoeg wasgoed voor het twee weken kleden van vijf personen (inclusief de kleren van een dreumes die alleen nog maar zelfstandig wil eten….), bedacht ik me ook al dat ik toch zeker nooit meer kan zonder een wasmachine van Texaans formaat. Wanneer ik door de brede paden van de Walmart struin, denk ik met afgrijzen aan de smalle paadjes van de AH waar mijn wildebrassen ongetwijfeld nog wel eens iets uit het schap gaan stoten.

Toch heb ik er ook echt zin in. We zijn druk met brainstormen over onze nieuwe keuken. Praten veel over wat we willen met ons nieuwe huis. Ik heb er zin in dat huis nu eens eindelijk echt naar mijn zin te maken, zodat we er twintig, dertig, veertig jaar plezier van kunnen hebben. Ik kijk uit naar de momenten met onze ouders, broer, zussen, vrienden. Naar het delen van zorgen. Naar het aangaan van een nieuw avontuur!
Nog 363 dagen te gaan voor we de sprong in het diepe weer wagen, tot die tijd vermaak ik mij hier nog even. Momenteel met 40 graden en nog drie mannetjes thuis, totdat volgende week ook het laatste Texaanse schooljaar begint.

XOXO

Over schrikken gesproken…

Eind oktober was het natuurlijk weer tijd voor Halloween, een van de leukste feesten van het jaar. Het is zo jammer dat in Nederland een negatief beeld bestaat over Halloween bij veel mensen, want wat zouden de jongens en ik dit feest graag blijven vieren! Ik begrijp dat het op het eerste gezicht enkel lijkt te gaan over bedelen en snoepen, maar zodra je het feest hebt beleefd zoals het bedoeld is weet je dat het juist gaat over delen, geven en elkaar met open armen en hart ontvangen. Om dit feest te vieren had ik dit jaar een aantal Nederlandse gezinnen uitgenodigd. Het huis in stijl versierd, met spinnenwebben voor de voordeur en een donkere kamer waarin verschillende zelfgemaakte griezelige hapjes klaarstonden voor mijn monsterlijke bezoekers. Wie het aandurfde kon proeven van een eyeball punch, chocoladekerkhof, bloody berrys, monsterlijke carrotcake, “rouw”kost, griezelige pannenkoeken, duivelse broodjes, zoete heksenvingers, wicked potato salad, mummyworstjes en slijmerige preitaart. Na het eten gingen we met z’n allen de straat op. Terwijl de kleintjes langs de deuren gingen voor trick-or-treat, maakten de volwassenen kennis met mensen uit de buurt. Mensen die je normaal misschien nooit ziet, omdat iedereen tegenwoordig in zijn eigen bubbel leeft en in de drukte van alledag geen tijd meer heeft of maakt voor een praatje met buurtgenoten. Met Halloween stellen al deze mensen hun huizen en harten open, prachtig om deel van uit te maken. Een van de huizen in de straat trok een enorm publiek, omdat ze een horrortour IN hun huis hadden georganiseerd. Je ging door de garage naar binnen en liep in het donker door een gangenstelsel het volledige huis door om via de voordeur weer naar buiten te komen. Tijdens de tour kwam je alles tegen wat je je kunt bedenken bij Halloween zoals spinnen, skeletten, monsters, bloederige taferelen, geesten, kooien en gillende mensen. Na deze spannende ervaring namen we de kinderen mee naar huis en was het onze beurt om weg te geven aan de trick-or-treaters die bij ons aan de deur kwamen. Zo jammer dat ik de volgende dag alle versiering weer moest opbergen, ik kijk nu al uit naar volgend jaar!

Over preitaart gesproken, waar ik mij steeds weer over verbaas is dat de gemiddelde Texaanse caissière niet weet wat een prei is. Van bepaalde groenten kan ik me nog voorstellen dat je ze niet bij naam kent omdat ze niet zo vaak voorbij komen, maar van prei?! Zo vaak sta ik met mijn bosje prei aan de kassa terwijl de juffrouw me vragend aankijkt, zich omdraait naar de collega achter haar om te vragen wat het ding is dat deze klant wil kopen, om zich na een nietsverduidelijkend antwoord weer tot mij te wenden: wat is dit, weet u ook wat het zou moeten kosten en wat gaat u er mee doen? Een enkele keer laat ik mij ertoe verleiden dan mijn hele preitaartrecept ter plekke voor te dragen. Overigens zijn het nooit de slanke caissières die met dit vraagstuk zitten.

Over dikkerds gesproken, een paar maanden geleden lag er elke ochtend een GIGANTISCH dikke poes op onze gazebo in de achtertuin. Op een dag begreep ik ineens waarom… onder onze gazebo woonden 3 kittens en mamapoes bleek plotseling een stuk minder dik! Inmiddels zijn ze alweer een aantal weken verdwenen. Ondanks het feit dat wij niet van katten houden was het best leuk om even “onderdak” te bieden aan deze drie kleine wildebrassen.

Over wildebrassen gesproken, in november zou ik naar een verjaardagsfeestje gaan in Georgetown. Martin was niet in het land en dus maakte ik mij klaar om alleen met de drie kleine jongens op pad te gaan. Op het moment dat ik Auron stond in te laden hoorde ik een klap en geschreeuw vanuit mijn slaapkamer. Elian bleek van mijn bed af te zijn gesprongen en was daarbij met zijn hoofd tegen de punt van een glazen tafeltje gekomen. Flink geschrokken laadde ik alsnog het hele spul in en vertrok ik naar de spoedzorg hier om de hoek. De mevrouwen achter de balie keken eens naar Elian, die inmiddels vrolijk naar ze stond te lachen, en het gaatje in zijn hoofd en besloten dat het allemaal niet erg genoeg was om een dokter voor lastig te vallen, waarna ik besloot dan maar door te rijden naar het feestje in Georgetown. Elian bleek echter niet van zijn wond af te kunnen blijven, waardoor deze bleef bloeden. Daarnaast vond ik het wondje toch wat te diep om er niets aan te laten doen. De andere ouders op het feestje waren het met mij eens en zo vertrok ik dan met behulp van Ingeborg met Elian naar de eerste hulp in Georgetown. Joris liet ik op het feestje, Auron namen we mee. Op de eerste hulp werden we wel naar een dokter gebracht, die besloot dat de wond gelijmd moest worden. Helaas ging de beste man steeds weg om bijvoorbeeld een gaasje te halen, om vervolgens bijzonder lang weg te blijven. Een uur of drie later konden we dan toch met een kwade, gelijmde peuter weer naar het feestje. Ingeborg vertelde me dat er in de tijd dat ik bij de dokter zat steeds bevallende vrouwen waren binnengekomen, wat verklaarde waarom de dokter steeds zulke lange periodes wegbleef. Ondanks mijn keurige afdracht van alle verzekeringsgegevens ontvangen we, ruim een half jaar later, nog steeds rekeningen van het ziekenhuis omdat ze onze gegevens niet zouden hebben. Heel benieuwd hoelang het duurt voordat ze doorhebben dat ze toch de juiste gegevens hebben. Gelukkig had Joris een geweldige dag gehad en zich zonder mij keurig gedragen.

Over (door) Joris gesproken, die maakt regelmatig een hilarische opmerking. Helaas schrijf ik ze veel te weinig op, maar op mijn facebook vond ik er nog een paar die ook wel leuk zijn voor mijn facebookloze-trouwe-blog-lezers:

Joris leert lezen en krijgt elke dag een letter mee naar huis van de juf.
Martin: “welke letter heb je vandaag gekregen?”
Joris: “de letter W”
Martin: “oh, de letter W van Willem!”
Joris: “Nee, de letter W van raam!”
heerlijk, die tweetaligekleuterlogica! (voor de minder-engelstaligen onder ons: Window = raam)

Joris na het schoen zetten:
“papa, we moeten wel opruimen, want als Sinterklaas komt moet hij wel zien dat het hier netjes is!”
Martin:”dat is een goed idee van jou, zullen we dat even samen doen?”
Joris:”Nee papa, jij moet alleen opruimen, want jij bent al groot”.

Toen Joris thuiskwam uit school zag hij dat Elian zijn lego had gesloopt. Zijn boze reactie:
“Dat is voor dorie!”

Joris regelmatig tegen Martin die iets doms doet:
“jij bent een circle!”
Hierbij maakt hij een ronddraaiende beweging met zijn wijsvinger in de richting van de ‘sukkel’.

Op een dag was Joris zijn hoofdjuf niet op school. Toen ik hem ophaalde:
Ik: “ was mrs Alvarado er niet?”
Joris: “Nee”
Ik: “waarom was ze er niet?”
Joris: “ze was er niet want ze moest naar haar werk”.

Joris zijn reactie op mijn zelfgemaakte cordon bleu:
“that is a very tasty kippetje”

Met de jaarlijkse kerstvoorstelling mocht Joris dit jaar de hoofdrol op zich nemen. Hij was Josef. Met een wollen baard die met te lange lussen aan zijn oren hing, een bruin kostuum over zijn spijkerbroek en zijn gezicht waarop een mix van spanning, trots en ondeugd was af te lezen was hij een lust om naar te kijken. Zijn tekst dreunde hij in zo’n hoog tempo op dat waarschijnlijk geen Amerikaan er chocola van kon maken, maar dat mocht de pret niet drukken.

Over december gesproken, aan het eind van het jaar besloten Ingeborg en ik eens naar een andere supermarkt te gaan dan normaal. Bij de kassa werd mij de vraag gesteld of ik plasticzakken of papierenzakken wilde voor mijn boodschappen. Goh, dacht ik, wat goed! Zomaar een milieubewuste actie in Texas! En dus koos ik voor de papieren versie. Eenmaal thuis pakte ik mijn boodschappen uit en wat bleek tot mijn grote verbazing: In de papieren zakken zaten mijn boodschappen, keurig eerst verpakt in de welbekende plasticzakken. Het was dat ik geen klompen meer draag na ruim drie jaar Texas, anders waren ze zeker beiden gebroken.

Mijn locatie .