Principes

In principe kook en bak ik niets uit potjes en pakjes, met als meest verboden item: kant-en-klare pannenkoekenmix. Pannenkoekenmix is sowieso, los van mijn pakjes- en potjesprincipes, het meest onzinnige product op de markt dat ik kan verzinnen. Pannenkoeken zonder die mix zijn gezonder, goedkoper, beter voor het milieu en vereisen exact dezelfde handelingen en ingrediënten, alleen vervang je de mix door bloem. Maar soms,  heel soms, kom ik zo’n potje of pakje tegen, bijvoorbeeld bij vrienden, waarvan de inhoud zo lekker en bruikbaar is dat ik toch maar eens een potje of pakje gebruik. Vanavond staat er een ovenschotel op het menu, van aardappeltjes en courgette met Alfredosaus. Uit een potje dus, en er blijft geen druppel saus over.

Al maanden spelen zich ellenlange monologen af in mijn hoofd over de termen ‘in principe’en ‘uit principe’. Echt waar. Ik ben erachter dat dit twee bijzonder interessante, intrigerende principes zijn die lijken veel met elkaar te maken te hebben, maar eigenlijk toch heel verschillend zijn.

Stel nou dat ik hierboven had geschreven dat ik uit principe nooit uit potjes of pakjes kook of bak. Dan kon je er zeker van zijn dat ik dat echt nooit zou doen, onder welke omstandigheid dan ook. Het feit echter dat ik schrijf dat ik er in principe niet aan doe, is een verkapte slag om de arm. Het laat een deurtje open. Bij dingen uit principe is er niet eens een deur aanwezig. Bij uit-principes volgt altijd een dikke punt, of zelfs uitroepteken en is de discussie gesloten. Bij in-principes volgt meestal een maar en is er altijd ruimte om toch iets anders te overwegen. Overigens begrijp je dat ik kant-en-klare pannenkoekenmix uit principe niet gebruik.

Ook ben ik, zoals bekend, uit principe tegen vuurwapenbezit door ieder ander dan daarvoor noodzakelijkerwijs opgeleide personen (militairen, politie). Dit gaat nooit veranderen, er is geen argument dat mij op andere gedachten kan brengen, ik maak me er kwaad om dat niet iedereen dit principe omarmt en als ik er toch over in gesprek raak met een andersdenkende en ik heb geen gevatte argumenten meer dan roep ik dat ik er uit principe tegen ben en dan is de kous af.

Zo is het ook met bijvoorbeeld gelovigen. Je hebt uit-principe gelovigen, zoals streng gereformeerden of jehova’s getuigen, en je hebt in-principe gelovigen, zoals mensen die in principe wel geloven dat er iets is, maar dat hoeft dan niet perse god te heten. Grappig toch?!  Of neem het trouwgedrag van mensen. Vroeger trouwde men uit-principe (scheiden kwam bijna niet voor), nu is men in-principe getrouwd (bijna 40% van de huwelijken eindigt in echtscheiding). Overigens zijn de in-principes en uit-principes bij de meeste mensen zo verdeeld dat er een groter arsenaal aan in-principes dan uit-principes is, wat de wereld leefbaar houdt. Je hebt wel mensen die meer uit-principes bezitten, maar die ga ik liever uit de weg, zeker als ze botsen met mijn eigen uit-principes. Niet dat uit-principes altijd irritanter zijn dan in-principes, zeker niet. Vraag iemand of hij/zij iets voor je kan doen en de kans is groot dat het antwoord is:  “in principe wel, maar…(ik heb nu geen tijd, je bent net te laat, dat kost 50 euro etc)”. Met een uit-principe weet je tenminste waar je aan toe bent, en daar houd ik dan ook wel weer erg van. Zoals ik eerder zei spendeer ik al maanden aan deze theorie, dus ik zal jullie niet met al mijn voorbeelden vermoeien. Ik raad je aan er eens op te letten, je komt in het dagelijks leven meer voorbeelden tegen dan je nu misschien denkt. Inmiddels is het voor mij een vuistregel, er zijn geen uitzonderingen en het werkt in alle contexten. In principe dan.

Omdat dit blog in principe over Texas gaat, maak ik nog even een bruggetje. De meeste Texanen zijn zeer geprincipeerde mensen. Zowel wat betreft in- als uit-principes. In principe komen ze op de afgesproken tijd, uit principe wantrouwen ze de overheid. In principe houden ze zich tijdens het autorijden bezig met autorijden, uit principe hebben ze een wapen in huis. In principe komen ze op je verjaardagsfeestje, uit principe stemmen ze op de republikeinse presidentskandidaat. Ook hier ga ik jullie niet verder vermoeien met de eindeloze voorbeelden. Lees mijn voorgaande blogs en je vindt er genoeg.

Ondanks het feit dat Martin de laatste tijd heel erg druk is op het werk, hadden we een weekje vrij. David kwam bij ons op bezoek en we maakten van de gelegenheid gebruik een kleine vakantie te vieren. Met z’n allen in de auto vertrokken we de dag na Davids aankomst richting Houston. Arme David, die had de dag daarvoor dus een uur of acht op vliegveld Houston moeten wachten op de vlucht naar Killeen en werd nu vrolijk in een uur of vier door ons teruggereden. In een paar dagen tijd hebben we enorm veel gezien en gedaan. We verbleven in een hotel in Galveston, een schiereiland naast Houston met indrukwekkende huizen en wat minder indrukwekkende lange stranden.

We bezochten het kindermuseum in Houston, wederom een geweldig kindermuseum. Kinderen konden in de verschillende ruimtes werk doen (in de ambulance, op het politiebureau, op de beurs, bij het nieuws/tv, in de supermarkt, in een ouderwetse diner, in de telefooncentrale, als dierenarts, bij de krant, op het postkantoor of als uitvinder in de werkplaats) en kregen dan een paycheck voor dat werk die ze in een pinautomaat van de bank konden storten. Bij deze pinautomaten konden ze vervolgens ook weer hun verdiende geld opnemen om bijvoorbeeld in dezelfde winkel of diner iets te kopen. We gingen naar het aquarium waar we naast het bekijken van de vele vissen en reptielen ook de roggen mochten aaien (en voeren, maar daar moest je extra voor betalen dus lieten we dat als echte Hollanders aan ons neus voorbijgaan). Dat roggen aaien had ik na een aai ook wel weer gehad, een vreselijk gek gevoel, maar de jongens vonden het leuk.

De volgende dag spendeerden we grotendeels in het NASA spacecenter, waarbij we mochten zitten in de observatieruimte van de controlezaal uit de jaren 60. Deze ruimte was sinds die tijd niet meer gebruikt of veranderd, wat goed zichtbaar was dankzij de kleuren van de inrichting en natuurlijk de asbakjes aan de rugleuningen van de stoelen. We bekeken een heuse raket  en reden in een treintje het terrein over. Eenmaal uitgekeken in het spacecenter shopten we nog even in de outlet in Houston. Die avond aten we in het Rainforest Cafe in Galveston, een geweldig themarestaurant compleet met gorilla’s, olifanten en luid klaterende waterval. Zo luid klaterend dat we het geen minuut uithielden aan het tafeltje dat er naast stond, waarna we zonder problemen werden verplaatst naar een tafeltje wat dieper in het oerwoud gelegen. Na een minuut of tien werd het ineens donker en begon het te onweren, waarbij de gorilla’s zich luid grommend op de borst trommelden en de olifanten tetterden. Onze jongens waren er niet bijzonder van onder de indruk, alhoewel Joris zich enige zorgen maakte over mij en mijn angst voor onweer. Aan de tafel naast ons, pal onder een drietal reusachtige gorilla’s, zat echter een jongetje van een jaar of vier dat zich letterlijk het leplazarus schrok. Het kind was zo angstig dat hij het restaurant uitrende zonder naar zijn ouders om te kijken en pertinent weigerde ernaar terug te gaan. Zijn moeder ging geïrriteerd verder met haar smartphone, zijn vader probeerde hem te troosten en terug te halen. Het mocht allemaal niet baten. Uiteindelijk kregen wij hun al geserveerde voorgerecht aangeboden en vertrok de familie: kind huilend, moeder mopperend, vader met de handen in het haar. Dat wij vervolgens veel te veel te eten hadden maakte niet uit, daar zijn de doggybags tenslotte voor. Ongegeneerd en ervaren schepte ik de witte plastic bakjes vol, maar David voelde zich er nog een beetje bij zoals ik mij ook voelde bij mijn eerste doggybag bijna twee jaar geleden, ietwat opgelaten en hebberig. Terug in het hotel besloten we nog een kleine avondwandeling te maken, geheel onvoorbereid op de honderden muggen liepen we dus in korte broek en met blote armen langs het strand. Net toen we bedachten dat er toch teveel muggen waren en dat het beter was om naar het hotel terug te gaan, zagen we een fantastische minigolfbaan. Compleet met waterpartijen, hoge beplanting en warme lampen een waar walhalla voor de muggenkolonie ter plaatse. Eigenwijs en vol goede moed sloegen de grote mannen een balletje, enthousiast aangemoedigd door de kleine mannen. De volgende dag betaalden we de prijs met minstens tien dikke jeukende muggenbulten per persoon.

Op de laatste dag vermaakten we ons op de Kemah Boardwalk. Denk hierbij aan een kruising tussen een kermis, een pretpark en een pier vol horecagelegenheden. We reden wederom in een treintje het terrein over, waarbij mijn blijdschap om in het voorste karretje te kunnen zitten omsloeg in spijt toen mijn longen volliepen met de uitlaatgassen van de locomotief. We zaten in het reuzenrad en op de draaimolen. We keken uit over zee vanuit de boardwalk tower, een attractie vergelijkbaar met de pagode in de Efteling. De jongens draaiden rond in vliegtuigjes, Martin zweefde in zijn eentje in de zweefmolen en we aten in een goed restaurant, landry’s seafood, een heerlijke lunch die gelukkig voor mij niets met seafood te maken had (ik eet uit principe geen vis of andersoortige waterbeesten).  Tot slot lieten de grote mannen zich nog naar beneden vallen in de drop-zone en reden ze in een supergave houten achtbaan, zwangere vrouwen en kleine mannen waren hierin niet toegestaan.

Dat weekend reden we nog eens drie uur de andere kant op, naar San Antonio om de grotten te bekijken en via de fantastische San Marcos shopping outlet reden we weer naar huis. We aten nog even bij de Taco Bell, maar dat was geen succes. Eenmaal thuis mocht ik aan de slag met een spidermantaart voor een jarig Nederlands jongetje en terwijl ik met de jongens zijn feestje bezocht gingen Martin en David iets doen waar ik uit principe niet aan mee deed en niet mee naar toe wilde: schieten op een schietbaan. Gelukkig maar, want het feestje was een groot waterfestijn, waarop Joris mij en de andere aanwezigen versteld deed staan door tegen ieders verwachting in na een periode van observatie toch met plezier het zwembad in te gaan. Normaal gesproken gaat hij altijd zijn eigen gang in de speelkamer terwijl de rest van de kinderen plonst. Overigens vertelde Martin me hoe ongelofelijk makkelijk men hier op de schietbaan omgaat met wapens. Ze liepen naar binnen, vertelden dat ze wilden schieten en kregen de wapens al in hun handen gedrukt. Toen ze aangaven onervaren te zijn werd daar zeer laconiek op gereageerd en werden ze met wat simpele aanwijzingen toch de baan opgestuurd. Ondenkbaar voor Nederlandse begrippen (mag ik hopen) en typerend voor de, in mijn ogen onverantwoord idiote, manier van omgaan met vuurwapens. Om Davids bezoek af te sluiten aten we bij de Outback, op labor day brachten we hem weer naar het vliegveld vanwaar hij door zou vliegen naar Las Vegas om zijn geluk te beproeven. Het was een heerlijke week, dus David als je dit leest: nogmaals onze grote dank! Het blijft fijn om met vrienden en familie een stukje van ons Texaanse avontuur real-life te kunnen delen.

Mijn locatie .

1 reactie op “Principes

  1. hoi karlijn, wat ontzettend goed heb de verschillende principes beschreven. Ik geniet trouwens elke keer weer van je leuk geschreven blogs.
    Hoor via je moeder natuurlijk ook alles over jullie.
    Verder sterkte met je zwangerschap en tot lezens, Anneke

Click on a tab to select how you'd like to leave your comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>