Schuldenmaatschappij

Het is me al eerder opgevallen. Schuld is een van de belangrijkste woorden van de huidige wereldbevolking. Niet alleen hier in Amerika. Ook in Nederland, en heel veel andere landen, kunnen we/ze er wat van. Allereerst natuurlijk de financiële crisis. Mensen, overheden en bedrijven hebben jarenlang meer geld uitgegeven dan ze werkelijk hadden of binnenkregen en werkten zich zo in de schulden. Direct komt de schuldvraag om de hoek. Wie o wie heeft de economie verziekt. We zijn met zijn allen steeds op zoek naar wie waar schuld aan heeft. En soms lijkt het erop dat elk antwoord goed is, behalve een simpel “ik zelf”. Momenteel is het duidelijk, het waren de Grieken. Gebeurt er ergens een ongeluk, zoeken we iemand om als schuldige aan te wijzen. Krijgt prins Friso een lawine over zich heen, (Friso bijna bevroren…) moeten we uitzoeken of het soms de schuld is van zijn medeskiër, of van de autoriteiten (zou hij trouwens een donorcodicil hebben? Vraag ik me steeds af). Of was het toch zijn eigen schuld? Dat is in het geval van een prins blijkbaar ineens extra interessant. Kunnen we niet gewoon stellen dat het afschuwelijk is dat een man, een vader van twee kleine meisjes, een zoon, een broer, een mens zo’n ongeluk doormaakt? En dan hopen dat hij herstelt. Klaar, want iemand als schuldige aanwijzen verandert niets aan de situatie. Hier in Texas zie je overal bordjes en bedrukkingen, om bij voorbaat al te claimen dat als er iets gebeurt het in elk geval niet hun schuld is. Neem nou de winkelwagentjes. Groot? Valt mee, we hadden de laatste jaren bij de Albert Heijn ook flinke wagens. Maar er zit een kinderzitje op dat echt wel anders is dan we in Nederland gewend zijn. Op de zitting staat een tekst gedrukt, wat het kind mag wegen en hoe het zich moet gedragen om veilig in het zitje te kunnen zitten. Dat de winkel geen enkele schuld heeft aan eventuele ongelukken, wanneer het kind zich niet aan deze voorschriften houdt. Als klap op de vuurpijl zit er aan zo’n zitje een veiligheidsgordeltje. Je begrijpt dat deze te allen tijde passend gedragen dient te worden. Zondagmiddag vertrokken we met het hele gezin naar de Home-depot voor onkruidverdelger, want Martin begon te dromen van grote stekelige planten die ons huis binnendrongen en alles opvraten wat ze tegenkwamen. Op het moment dat Elian in de maxi-cosi in een karretje zit, Joris in het strengbeveiligde kinderzitje in hetzelfde karretje zit en ik een  extra wagentje voor de spullen die we willen kopen heb gepakt, hoor ik Martin tegen Joris zeggen: “kijk, als je wilt spelen zitten hier twee leuke touwtjes”. Als er iets gebeurt is een ding in elk geval duidelijk: ‘t is onze eigen schuld.  Overigens stonden we laatst in de rij voor de kassa in de H.E.B (Here Everything’s Better, een grote supermarkt), stond er een man voor ons met zijn wagen volgeladen. Nadat alles door de caissière was gescand en de man moest betalen, bleek dat hij geen geld had. Hij besloot druk te sms’en in de hoop nog even snel ergens geld vandaan te kunnen halen, maar helaas. Hier is dat vrij normaal, de caissière verblikte of verbloosde niet, maar wij vroegen ons toch af: hoe kun je nou niet weten dat je geen geld meer hebt? Of nog erger, hoe kun je nou weten dat je geen geld meer hebt en toch een kar volladen met boodschappen (op het drukste tijdstip van de week)? Een antwoord kregen we niet, maar nadat de winkelmedewerkers de spullen weer hadden meegenomen, konden wij gelukkig wel betalen.

Woensdagmiddag half vier. Ik haal Elian uit zijn bedje, hij ligt heerlijk op z’n buik te slapen, om naar de montessorischool hier in de buurt te gaan kijken. Joris is er al helemaal klaar voor, hij klimt op zijn autostoel en kletst over wat we volgens hem allemaal gaan doen. “auto in, ela mee, jujus toe, slijbaan gaan”. Helaas voor hem is Justin in Nederland en heb ik ook al geen tijd voor de glijbaan vandaag. Om vier uur hebben we een afspraak met de directrice van het schooltje. Op het eerste gezicht een wat stijve, opgedirkte dame van een jaar of zestig. Maar achter het ‘ieder-haartje-op-zijn-plek-kapsel’ en de dikke laag plamuur op haar gezicht, blijkt al snel een professionele, vriendelijke, duidelijk gepassioneerde juf schuil te gaan. Joris en Elian zitten braaf in de kinderwagen, die ik net van een trap af en door een paar smalle deuren heb gemanoeuvreerd. Zodra Joris de bak met duplo in het kantoor van de directrice heeft gezien wil hij echter niet meer blijven zitten. Tijdens het gesprek heb ik hem niet een keer gehoord, als we opstaan voor de rondleiding zie ik waarom niet. Alle duplosteentjes liggen in een keurige rij van de ene hoek van de kamer naar de andere hoek van de kamer. Gelukkig ruimt hij de file zonder mopperen op zodra ik hem dat vraag. Ik had verwacht dat de school leeg zou zijn op dit tijdstip, we beginnen tenslotte pas om half vijf aan de rondleiding. Niets is minder waar. In alle lokaaltjes zijn nog kinderen aanwezig, want wat blijkt, je kunt je kindje hier brengen van ’s ochtends half zeven, tot ’s avonds zes uur. (en het kan niet alleen, men doet dat dus ook) De ruimtes van de school, zowel binnen als buiten spreken me enorm aan. Er is voldoende schaduw buiten en binnen is gebruik gemaakt van zoveel mogelijk natuurlijke materialen. Houten vloeren, kasten en banken, een katoenen vloerkleed. Zelfs de geur binnen spreekt me aan. Ook is er aan elk lokaal een observatieruimte. Vanuit de klas lijkt het alsof er een spiegel hangt, in werkelijkheid kun je daarachter als ouder op elk gewenst moment even naar je kindje komen kijken. Ik ben enorm enthousiast, het is een van de weinige scholen in Texas waarop Joris niet elke dag het volkslied hoeft te zingen en nog niet klaargestoomd hoeft te worden voor een functie als president of pastoor.  Er is echter een groot nadeel, ze willen dat je je kindje minimaal vier of vijf ochtenden per week brengt. Ik vind dat nog erg veel voor zo’n kleine hummel, en stiekem vooral ook voor mijzelf.

Als Joris straks naar school gaat hebben we wel een tweede auto nodig. Halen en brengen op de fiets of lopend is hier echt onmogelijk, je moet over de snelweg om op school te komen. Nu duurt het nog even voor hij echt naar school gaat, maar die auto zou ik toch al graag willen hebben. Want wat zou het heerlijk zijn als ik gewoon naar de speeltuin, winkel of andere Nederlanders kan doordeweeks. Ik zeur Martin daarom al een paar weken de oren van zijn hoofd om nu toch eens een knoop door te hakken en er eentje uit te kiezen. Tot mijn grote vreugde was het dit weekend dan eindelijk zover. Hij had een geschikte auto gevonden (ja, uiteraard na vergelijkend warenonderzoek en het bestuderen van de prijs-kwaliteitverhouding). Kinderen in de auto en rijden maar naar die autodealer. Eerst moesten we nog even mijn Hollandse taart afleveren, voor een Nederlandse dochter van een collega die vijftien werd. Toen we de garage uitreden zagen we een grote zwarte wolk in de lucht, twee minuten later kwam de regen met bakken uit de lucht. Dan denk je dat je als Nederlandse wel wat regen hebt gezien in je leven….nou, vergeet het maar. De straat veranderde in een snelstromende rivier, compleet met modderstromen omdat ze verderop bezig zijn met wegwerkzaamheden. Ineens begrijp ik wat de meneer op de voorlichtingsdag bedoelde met de Texaanse regenstromen die je kinderen mee zouden sleuren, en ik snap nu ook dat hij het meende. Eenmaal aangekomen bij het huis waar de taart naar binnen moest was het ergste voorbij, maar het regende nog steeds. En als fondant ergens niet tegen kan is het water, maar wie heeft er een paraplu in Texas? Wij niet, en zij ook niet. Uiteindelijk heeft Martin met een grote plasticzak over de taart de regen getrotseerd en stond het taartje op tijd en droog bij de jarige op tafel (voor taart zie foto’s). Afijn, we waren enigszins later dan gepland dan toch op weg om die tweede auto te gaan kopen, hoeraaa! Bij het autobedrijf op ons gemakje een rondje over het terrein gereden, inmiddels weer met een zonnetje boven ons hoofd. En inderdaad de auto gevonden. Op een klein putje in de bestuurdersdeur na zag hij er prima uit, dus Martin ging maar binnen om een proefrit te maken en de deal te sluiten, terwijl ik in de auto Elian zou voeden. Joris was snel na vertrek van huis in slaap gevallen, dus leek het ons beter hem te laten slapen en niet mee te gaan met de proefrit. Een kwartiertje later was Martin alweer terug. De auto was vijfentwintig minuten geleden aan een andere klant verkocht.

Elian verplaatst zich supersnel, hij kruipt echt goed en dat is zo leuk om te zien. Voor ons is het nieuw omdat Joris nooit echt gekropen heeft. Van de week kroop hij echter ineens naar de trap, om vervolgens hop, hop, hop de trap op te kruipen. Gelukkig was ik in de buurt, maar het was duidelijk tijd geworden om het traphekje uit te pakken. Toen we echter het traphekje uit de doos hadden bleek al snel dat dit niet ging werken. Het trapgat is ongeveer anderhalf keer zo breed als die in Vianen, dus het hekje is veel te smal. Dat wordt goed opletten de komende tijd. Gelukkig heb ik moedertje Joris om mij te helpen, hij is er altijd als de kippen bij om Elian te wijzen op zaken die van mij niet mogen: “nee Ela, helemaal nie leuk nie”. Dat de meeste regels ook op hem betrekking hebben lijkt hij helaas niet te snappen.  



Mijn locatie .

1 reactie op “Schuldenmaatschappij

  1. mooie taart en leuk verhaal, maar begrijp ik nu dat jij nog steeds geen auto hebt? Volgende week nieuwe kansen?? Succes.
    De kreet H.E.B. is voor mij nieuw!

Click on a tab to select how you'd like to leave your comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>