Wat een feest!

Op zaterdagmiddag sta ik in de keuken, wanneer ik Martin hoor roepen dat Elian loopt. Natuurlijk is er niets meer te zien als ik kijk, maar gelukkig doet de kleine man mij een plezier door vanaf dat moment vrijwel continu te oefenen. Het is nogal een doorzetter. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Had hij eerst nog een steuntje nodig om op te staan, is het nu een kwestie van kruiphouding aannemen, voeten plat op de grond, handen de lucht in en strekken die knietjes. Sjonge, wat moet dat zwaar zijn! En dan ook nog een stuk of twintig keer achter elkaar met die korte pootjes. Inmiddels kan hij zelf zo’n twee a drie meter overbruggen, maar hoe enthousiaster hij wordt, hoe moeilijker het gaat. Bijvoorbeeld wanneer zijn grote broer langs komt rennen en hij daar achteraan wil, dan wacht hij het moment van stevig staan niet af maar begint al een stap te zetten voor zijn knieën goed en wel gestrekt zijn en kukelt dan dus meteen weer om. Dit alles onder aanmoediging van broerlief, die wild applaudisseert na elke poging en met een gierende lach van Elian zelf. Momenteel is het zelfs zo dat hij na elke poging een paar tellen op z’n billen blijft zitten om ook even voor zichzelf te klappen. Wat hebben ze een plezier, en wat is Elian trots op zichzelf! En ik prijs me gelukkig dat ik dit alles elke dag weer mag aanschouwen.

Een mooie gelegenheid voor Elian om zijn loopkunsten te vertonen voor een groter publiek, was de Koninginnedagviering op zondag. Diezelfde viering  was ook de reden dat ik die eerste keer loslopen gemist heb, want ik stond de taart te maken voor de Koninginnedag-taartwedstrijd. Een flinke klus, want door mijn operatie vier dagen eerder was ik nog helemaal niet fit. We hebben een heerlijke middag gehad met  Nederlandse en Amerikaanse collega’s, alles in het teken van een Oudhollands Koninginnedagfestijn met Texaanse invloeden. Zo was er de genoemde taartwedstrijd (heel Amerikaans), waren er spelletjes als spijkerpoepen, ezeltje prik, aardappelrace, snoephappen en blikwerpen (Oudhollands) was er een enorm springkussen in de vorm van een kasteel (heel Amerikaans, die dingen zie je hier overal en op elk feestje, ze hebben er zelfs hele loodsen mee vol staan), deden we een wedstrijd wie er het mooist verkleed was (oerhollands: carnaval?, of toch Amerikaans: Halloween?), dronken we (nouja, ze, want ik nam het niet) een oranjebittertje (Hollands, de aanwezige Amerikanen schrokken zich een hoedje toen ze een slok namen) en konden we in het zonnetje genieten van een heerlijke op de barbecue bereidde maaltijd (Texaanser kan niet). Kleine domper op de feestvreugde was toch wel dat ik de taartwedstrijd niet won met mijn oer-Hollandse mokkataart verkleed als koningsmantel, maar dat ik het moest afleggen tegen de appelflappen van een concurrente. Toen ik van deze desillusie stond te bekomen hoorde ik mijn naam roepen, want wat bleek…ik had de prijs gewonnen voor mooist geklede persoon op het feest. Dat dan weer wel. Overigens had ik daar nu net geen moeite voor gedaan. Ik had toevallig een gebloemd oranje jurkje en jaren geleden gekochte oranje schoentjes, omdat oranje me nu eenmaal leuk staat. Al met al een geslaagde dag met een dikke chapeau voor de organisatoren.

Na een paar dagen rusten was de wond in mijn zij enigszins genezen en kon ik mij op donderdagochtend melden bij de chirurg voor de nacontrole en operatie nummer twee. Ik ben namelijk al jaren in het twijfelachtige bezit van een bultje op mijn arm, waarmee ik  meermaals naar mijn Nederlandse huisarts ben geweest, die mij er steeds van verzekerde dat het ging om een onschuldige, veelvoorkomende aandoening. De Amerikaanse chirurg was echter een compleet andere mening toegedaan bij het zien van dit plekje, en spoorde mij aan dit zo snel mogelijk weg te laten halen. Zodoende zat ik ruim een week na de eerste ingreep weer in dezelfde wachtruimte, dit keer met mijn complete gezin ter aanmoediging en ondersteuning (oppas vinden is hier toch iets lastiger dan  in Nederland). Ook nu hoefde ik slechts een paar tellen te wachten voor ik mijn naam hoorde roepen en binnen tien minuten lag ik op de behandeltafel met aan mijn zijde dezelfde vriendelijke chirurg en verpleegkundige. Ik vraag me bijna af of die mensen nog wel iets anders te doen hebben dan mij behandelen en verzorgen, gezien het feit dat ik steeds zo snel doch uitgebreid geholpen word. Terwijl de Doc de ingreep uitvoerde, discussieerden we over de voor en nadelen van het Nederlandse versus het Amerikaanse gezondheidszorgsysteem. En hoe meer ik de voordelen van het systeem hier aan der lijve ondervind, des te beter realiseer ik me dat er een gigantische groep mensen leeft in dit ‘beschaafde’ land die niet de zorg krijgt die ze nodig heeft, simpelweg omdat ze het niet kan betalen. De zorg is namelijk geweldig, maar buitensporig duur en een (goede) verzekering heeft niet iedereen. De chirurg vindt dat dit ook zo moet blijven om de kwaliteit van zorg te handhaven, ik denk dat er ergens een gulden middenweg moet zijn. Overigens viel de ingreep me behoorlijk tegen, het plekje was een stuk groter dan ik verwacht had en liet dus ook een diepe wond achter. Toch ben ik blij dat het eruit is, maar het spannendste moment moet nog komen. Volgende week moet ik terugkomen voor het verwijderen van de hechtingen en de uitslag van de patholoog.

Op de een of andere manier zijn ze hier gek op lolly’s. En dan bedoel ik niet dat ik hier overal mensen lolly’s zie eten, helemaal niet. Nu ik erover nadenk, misschien zijn ze juist wel helemaal NIET gek op lolly’s, want ze lijken er massaal van af te willen door ze met grote regelmaat aan mijn kinderen met hun (nog) stralende gebitjes aan te bieden. Het kan natuurlijk zo zijn dat dit een maatregel is om op de lange termijn  de economie draaiende te houden met behulp van tandartsinkomsten, maar blij word ik er niet van. Gelukkig is Elian nog totaal niet geïnteresseerd in zaken die hem aangeboden worden door vreemden. Hij zet zijn meest onverschillige blik op om mij vervolgens op interessantere objecten te wijzen zoals een tros bananen, een hippende knalrode vogel of een helikopter in de strakblauwe lucht. Joris daarentegen wil van een vriendelijk lachende zuster nog wel een ‘ijsje’ (de peuterdefinitie van ijs: je likt eraan en het zit op een stokje) aannemen. Er een aanpakken van de grijs-bebaarde-in-zijn-scootmobiel-onderuitgezakte-walmart-t-shirt-dragende-ietwat-simpel-maar-indringend-kijkende-meneer, die ermee voor zijn neus blijft zwaaien zodat we niet verder kunnen, gaat ook Joris een brug te ver. Uiteindelijk pak ik de lolly bij zowel ingang en uitgang van de winkel maar aan (de beste meneer is blijkbaar steeds vergeten dat hij ons al voorzien had, of is eigenlijk een als oud mannetje verklede tandheelkundige met geldproblemen), want anders komen we nooit de winkel in of uit. Toen ik laatst met twee lolly’s in mijn tas de auto in stapte, had ik een brullend kind op de achterbank. Hij wilde zijn ijsje hebben, maar ik bleef volhouden geen ijs te hebben gekocht. Halverwege huis viel bij mij het kwartje….peuterlogica.

Vrijdag zat ik zielig te wezen met mijn zere arm, wat goed uitkwam want het was dodenherdenking. Vallen de twee minuten stilte in het thuisland nog op een schappelijk tijdstip (20.00 uur, kinderen slapen dus die zijn wel stil, volwassenen thuis op de bank met een volle buik), moet je hier midden in de spits maar zien dat het lukt om je mond en die van je kinderen gesloten te houden en ook nog echt stil te staan bij de slachtoffers die herdacht worden. 13.00 uur, rammelende buikjes, peuter op de top van zijn energieniveau, vragend om een aflevering van piet piraat, danwel dinobabies, danwel budgie de kleine helikopter en als dat allemaal niet mag omdat mama naar de NOS wil kijken volgt er een rijtje verzoeken in de categorie voedingsmiddelen: koekies, nee een olifantenkoekie (echte animalcrackers!), nee twee koekies graag, een appel, banaahaan, nee aardbeien en een ‘glaasjie sinaasappe’. Als ik mijn schatje, van alles voorzien, vriendelijk heb verzocht na de toeter (taptoe) stil te zijn, lijkt het erop dat we het gaan redden die twee minuten. Dan vliegt er met luid gebrom een helikopter laag over.

Inmiddels ben ik begonnen aan de derde module van de Amerikaanse taartcursus. Eindelijk Fondant, mijn favoriete onderdeel. Helaas zijn alle andere Nederlandse vrouwen afgehaakt, maar ergens is het ook wel prima zo. Als enige Nederlandse tussen de stevige Texaanse dames word ik een stuk meer bij de groep betrokken dan toen we nog een gezellig kakelend Hollands kliekje vormden.

Tot slot ons dinosaurusavontuur. Joris is ineens helemaal verzot op dinosaurussen, eigenlijk sinds wij voor vijf dollar een dinosaurustekenfilmdvd kochten voor in de auto. Omdat zijn zoektocht naar dino’s in de grotten op niets was uitgelopen, besloten we zondag met hem naar het Dinosaur-Adventure Park te gaan. Opgezet door een oud-militair wiens kinderen gek waren op dinosaurussen, en zeg nou zelf, wat moet je anders met zo’n lap grond achter je huis. Er was een speeltuin bij een picknickplaats en een route door een bosachtig terrein. Gedurende deze route kwam je steeds verschillende dinosaurusreplica’s tegen en kon je dingen ontdekken die door de organisatie verstopt waren. Aan het eind mocht je nog als een echte archeoloog, gewapend met schep en kwast, in twee grote zandbakken graven naar dinosaurusbotten en andere dinosaurusgerelateerde attributen. Joris vond het er geweldig, vooral nadat we uit het winkeltje een dinosauruspuzzel mee hadden genomen. Lang had hij er niet voor nodig, de 48 stukjes lagen binnen tien minuten na thuiskomst keurig op hun plek.

 

 

 

 

Mijn locatie .

Click on a tab to select how you'd like to leave your comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>