Tjongejonge….JONGE

Of… Oh boy, oh boy, oh BOY!

Een paar weken geleden had ik een primeur: een wildvreemde die over mijn bolle buik begon te aaien. Dit terwijl ze de legendarische woorden sprak: “you’re probably in the stage where you don’t want people to touch your belly”. Nu had ze het mis met haar uitspraak, ik ben trots op mijn buik en iedereen is welkom er aandacht aan te besteden. Maar toch vind ik het op zijn minst bijzonder dat je denkt en zegt dat iemand het niet zal willen, en het dan toch doet. Toen ik op haar vraag hoever ik was antwoordde dat ik 22 weken zwanger was, trok ze abrupt haar handen terug: “what? But you’re HUGE!”.

Een meer voorkomend fenomeen is de vraag naar het geslacht van onze derde baby. In de zwangerschappen van Joris en Elian wilden wij het niet weten, het maakte ons niets uit. Dit keer was ik echter verschrikkelijk nieuwsgierig. Daarom hadden we met 18 weken de twintig weken echo, inclusief geslachtsbepaling. De echoscopiste, een jonge vrouw met twee zoons, wist van mijn dochterwens en begreep deze helemaal. Ik lag nog geen minuut op de bank of ik hoorde haar zeggen: “Oh, these are boyparts”. En daarmee was ons lot bezegeld. We zullen ons leven leiden als ouders van drie, voor zover nu zichtbaar gezonde,  jongens. Een fantastisch vooruitzicht, een groot geluk. Maar een lot met twee gezichten. Naast de immense blijdschap staat nu een verdriet. Ik moet afscheid nemen van mijn toekomstbeeld als moeder van ook een dochter, rouwen om het meisje dat mij al jaren zo helder voor ogen staat maar nooit geboren zal worden. Haar naam loslaten.

Sommige mensen begrijpen het niet, denken dat mijn verdriet verbonden is met het jongetje in mijn buik. Dat ik hem niet zou willen. Het staat er echter compleet los van. Deze derde zoon is nu al onmisbaar, mijn liefde onvoorwaardelijk. We leren elkaar steeds beter kennen dankzij zijn alsmaar sterker wordende bewegingen. Nog meer mensen begrijpen het wel, zitten in hetzelfde schuitje, maar praten er niet over. Bang om veroordeeld of niet begrepen te worden. Ik ben er heel open over en gelukkig leidt dit tot openhartigheid van mensen waar ik mee praat en blijk ik absoluut niet de enige te zijn die met dit soort gevoelens worstelt. Zo heeft de juf van Joris twee dochters, en het gemis van een zoon. Een andere moeder op school is zwanger van haar tweede zoontje en voelt zich nu net als ik. Een van mijn verloskundigen heeft twee zoontjes en durft niet aan een derde kindje te beginnen, omdat ze bang is voor de teleurstelling als het geen meisje zou zijn.Overigens hebben de Texanen een makkelijke oplossing voor dit luxe’probleem’: “je bent nog jong, dus nog alle tijd voor meer kinderen”. Waar ik inmiddels echt een allergie tegen heb ontwikkeld is het woordje: ‘stoer’. In de context van: “ach, drie jongens, dat is toch stoer, kun je lekker stoere kleren kopen, stoere dingen doen…” Ik wilde nu juist eens even niet meer stoer. Ik wilde poppen en tutten, jurkjes en taartjes, knutselen, theeleuten en roze, heel veel roze.

De afgelopen weken waren druk, vol en hectisch. Martin heeft enorm veel gewerkt op de meest vreemde tijden, waardoor ik hem amper gezien of gesproken heb. De eerste dag dat hij weer een normale dienst draaide en dus bij mij en de jongens aan de ontbijttafel zat dacht Joris dat het dan wel weekend moest zijn. Elian is inmiddels compleet aangekomen in zijn peuterpubertijd, hij krijst om de meest niet-te-achterhalen-of-voorspellen redenen als een speenvarken, gooit zichzelf regelmatig vol drama op de grond en heeft zich de kunst van het meppen meester gemaakt. Een van de ergste dingen die ik hem aan kan doen is het bezoeken van het toilet, best een beetje lastig aangezien ik een derde zoon heb die mij elk half uur aanmoedigt naar de wc te gaan doormiddel van geenszins subtiele porren in mijn blaas. Toen ik Joris net van school haalde zong ik vrolijk een liedje mee met de autoradio, tegen de wens van mijn oudste zoon in. Omdat ik geen gehoor gaf aan zijn eerste: “niet zingen mama”, besloot hij het wat rigoureuzer aan te pakken: “mama, jij moet niet zingen want jij hebt een baby in je buik, dan wordt de baby wakker en dan gaat hij jou bijten want hij vindt dat niet mooi!”.  Tja, zing dan nog maar eens verder.

Lang, lang, lang geleden (eind september) waren we uitgenodigd voor een kinderfeestje bij Chuck e Cheese. Lang geleden, maar onmisbaar in een Texaans-avonturenblog. De Chuck e Cheese is een soort speelhal voor kinderen, waar je kunt eten aan de ene kant van de hal en op speelautomaten spelen aan de andere kant van de hal. Voor een typisch Amerikaans kinderfeestje ben je er aan het goede adres….. Wat een HYSTERIE!! Het was echt geweldig om een keer mee te maken. Denk aan pizza– om half elf in de ochtend, frisdrank –inclusief cafeïne en suikers;  lekker stuiteren die kleuters, mierzoete taart — waarvan je de kleurstof tot een week later terugvindt in luiers en toiletten, harde muziek, felle kleuren, zingen/rappen –“when I say Happy, you say Birthday, Happy, Birthday, Happy, Birthday!”, dansen, televisies, medailles, tiara’s, een wandelende reuzenmuis en dat alles in een soort gokhal voor kinderen. Uit alle spelletjesautomaten, waar je eerst een muntje in moest gooien om het ding aan te krijgen, kwamen puntenkaartjes gerold die je aan het eind van de dag in een telautomaat kon deponeren in ruil voor een puntencoupon. Die puntencoupon was dan weer in te leveren bij de balie waar je kon kiezen wat je ervoor wilde hebben, een lolly voor duizend punten bijvoorbeeld. 

Korter geleden was er een vrouwendag georganiseerd vanuit Martins werk. Dat is nou iets wat ik echt kan waarderen. Natuurlijk ga je mee met je man het avontuur in omdat je hem de ervaring gunt, omdat het een once-in-a-life-time kans is die je gewoon niet kunt laten schieten, omdat het je eigen persoonlijke ontwikkeling ten goede komt, omdat je de kans krijgt je kinderen op te zien groeien zonder te worden afgeleid door een carrière, omdat er heel veel voordelen en leuke kanten zitten aan een paar jaar wonen in het buitenland. Toch is het niet altijd makkelijk en breng je als vrouw-van veel offers om de hele onderneming mogelijk te maken. Het is niet altijd even duidelijk dat baas-van dat ook ziet en waardeert, dus is zo’n vrouwendag een keer in de zoveel tijd wat mij betreft een welkom gebaar. Dit keer gingen we met z’n allen naar de cavalerieafdeling van de legerbasis om de hoek. Een zeer indrukwekkende show van soldaten te paard, met een hoop geknal en geschreeuw en gezwaai met zwaarden. Nouja zwaarden, sabels eigenlijk. Na de show kregen we een rondleiding over het terrein, langs de stallen met zeer goed verzorgde paarden, door de zadelmakerij, de wapenkamer en de hoefsmederij. Geweldig om te zien dat deze ‘cav’ vrijwel zelfvoorzienend is. Het is een kleine groep mensen die naast het trainen en berijden van de paarden ook de zorg voor de paarden op zich neemt, ze maken hun eigen laarzen en zadels  en smeden de hoefijzers. Dit uitje is zeker voor herhaling vatbaar als we bezoek uit Nederland hebben, elke donderdag worden deze shows en rondleidingen gegeven.

Oktober is de maand van de oogst in Amerika. Hoewel het het grootste deel van de maand nog dertig graden is krijg je een herfstig gevoel dankzij de aankleding van winkels en huizen. Pompoenen in alle soorten en maten, herfstkleuren in kransen en versieringen voor Halloween vliegen je om de oren. Onze buurman stond ook dit jaar weer op de stoep met een uitnodiging voor het harvest fest van zijn kerk, waar wij dankbaar gebruik van maakten. Gewapend met een zak blikvoer om te doneren vertrokken we het weekend voor Halloween naar het enorme kerkterrein. Samen met Harmen, Ingeborg en de meisjes genoten we van de springkussens, ponyrides, kinderboerderij, trunk-or-treat snoepjes, tractorritjes en aanwezige speeltuin. Van vorig jaar hadden we onthouden dat we voor onze gratis hamburger vroeg in de rij moesten gaan staan (vorig jaar was alles op toen wij bij de uitdeelmeneer aankwamen). Dus stonden Harmen en Martin vrijwel meteen na aankomst in de gigantische rij op hun beurt te wachten. Na een kleine anderhalf uur waren ze aan de beurt en konden ze nog net twee suikerspinnen en wat tortillachips bemachtigen, de hamburgers waren helaas allemaal vergeven. Voordeel: dit was een goed excuus voor mij om iedereen uit te nodigen voor een dinertje in de Golden Corral, waar ik al maanden eens naartoe wilde in verband met de chocoladefontein op het toetjesbuffet. Daar maakten we wederom een prachtig staaltje Texaanse cultuur mee.  We waren natuurlijk met een redelijk groot gezelschap, vier volwassenen en vier kindertjes, maar overal waar we keken stonden vierpersoons tafeltjes. Martin vroeg een meneer of hij ons aan een achtpersoonstafel kon helpen en de man zei opgewekt: “ja hoor, loopt u maar achter mij aan”, om ons vervolgens naar twee vierpersoonstafels te brengen. Wij nuchtere Hollanders dachten, oké, hopla, dan schuiven we die twee tafels even tegen elkaar en klaar is kees. Nou, dat was dus echt helemaal absoluut niet de bedoeling. De stresslevels van het rondlopende personeel schoten door het dak, want nu het tussenpad een zijpad was geworden was toch wel een zeer gevaarlijke, ongewenste situatie ontstaan.  Nadat we braaf de tafels op hun vertrouwde plek hadden teruggeschoven plaatsten we demonstratief de twee kinderstoelen met Elian en Liselot in het weer ontstane tussenpad, aan de kop van de tafel. Gevolg: elke keer dat het personeel zich langs onze kindertjes moest wringen, waarbij Elian niet te beroerd was met zijn vork richting derrières te zwaaien,  kregen we een luid zuchtend -je raadt het al- “Excuuuuuse Me” te horen. Kortom, wij hadden een heerlijke Texaanse dag.

Op Halloween moest Martin helaas weer ‘s-avonds werken, wat vooral voor hemzelf jammer was want nu miste hij dit fantastische feest. Prinses Annelin, heks Ingeborg, monster Harmen en altijd vrolijke Liselot kwamen pannenkoeken eten bij T-rex Joris, Triceratops Elian en zwangere-vrouw-met-cape Karlijn. De tafel had ik voor de gelegenheid versierd met spinnen, mieren, kakkerlakken en pompoenmonsterborden. Na het eten gingen we dan echt de straat op met het hele spul, elk kind een eigen emmertje mee en aanbellen maar. Eerlijk is eerlijk, de eerste paar huizen vond ik het bijzonder ongemakkelijk. Mij bekroop het gevoel dat ik stond te bedelen bij buurtbewoners die ik niet kende, terwijl we het zo goed hebben. Halloween gaat namelijk zo: De kinderen zijn verkleed, wat ze sowieso al een feest vinden, bellen aan en zeggen: “trick or treat!” om vervolgens een hand snoep in hun omhooggehouden emmer gegooid te krijgen. Ze hoeven geen liedje te zingen, geen tegenprestatie te leveren, helemaal niets. Sterker nog, ook als ze geen trick-or-treat zeiden kregen ze snoep. Gelukkig heeft Joris op school wel goed geleerd in het Engels voor van alles en nog wat te bedanken, dus hoefde ik hem slechts af en toe aan te sporen te zeggen: “thank you very much!”. Na een paar huizen te hebben gehad hadden zowel de kinderen als ouders de smaak te pakken en aan het eind van onze tocht was ik compleet overtuigd van het plezier van Halloween. Je leert toch op zo’n avond in een klap je buurtgenoten kennen op een vrolijke, ongedwongen manier. Iedereen houdt rekening met elkaar, automobilisten rijden langzaam en voorzichtig, mensen maken praatjes en grapjes op straat en de verklede kinderen worden alom geprezen. Om de hele avond nog een beetje pedagogisch verantwoord af te sluiten, besloten we het laatste uur dat je buiten mocht lopen binnen te gaan zitten en onze buitenlamp aan te zetten. Zo kregen we de kans om zelf ook lekkers uit te delen aan de verschillende monsters, dieren, prinsessen en superhelden, waarbij we meteen weer van onze net geoogste voorraad Reese’s af konden komen, want wat de Texanen toch zo lekker vinden aan dat met-pindakaas-gevulde-chocoladebakje blijft ons een raadsel. Misschien toch maar eens aan onze buren vragen, hun dwergteckelpupje zal niet voor niets Reeses heten.

Ps. Ik heb ook nog een aantal taarten gemaakt de afgelopen tijd, helaas is mijn fotoruimte op dit blog vol. Binnenkort zal ik eens kijken welke oudere foto’s eraf kunnen zodat ik weer wat nieuwe kan plaatsen. 

 

 

Principes

In principe kook en bak ik niets uit potjes en pakjes, met als meest verboden item: kant-en-klare pannenkoekenmix. Pannenkoekenmix is sowieso, los van mijn pakjes- en potjesprincipes, het meest onzinnige product op de markt dat ik kan verzinnen. Pannenkoeken zonder die mix zijn gezonder, goedkoper, beter voor het milieu en vereisen exact dezelfde handelingen en ingrediënten, alleen vervang je de mix door bloem. Maar soms,  heel soms, kom ik zo’n potje of pakje tegen, bijvoorbeeld bij vrienden, waarvan de inhoud zo lekker en bruikbaar is dat ik toch maar eens een potje of pakje gebruik. Vanavond staat er een ovenschotel op het menu, van aardappeltjes en courgette met Alfredosaus. Uit een potje dus, en er blijft geen druppel saus over.

Al maanden spelen zich ellenlange monologen af in mijn hoofd over de termen ‘in principe’en ‘uit principe’. Echt waar. Ik ben erachter dat dit twee bijzonder interessante, intrigerende principes zijn die lijken veel met elkaar te maken te hebben, maar eigenlijk toch heel verschillend zijn.

Stel nou dat ik hierboven had geschreven dat ik uit principe nooit uit potjes of pakjes kook of bak. Dan kon je er zeker van zijn dat ik dat echt nooit zou doen, onder welke omstandigheid dan ook. Het feit echter dat ik schrijf dat ik er in principe niet aan doe, is een verkapte slag om de arm. Het laat een deurtje open. Bij dingen uit principe is er niet eens een deur aanwezig. Bij uit-principes volgt altijd een dikke punt, of zelfs uitroepteken en is de discussie gesloten. Bij in-principes volgt meestal een maar en is er altijd ruimte om toch iets anders te overwegen. Overigens begrijp je dat ik kant-en-klare pannenkoekenmix uit principe niet gebruik.

Ook ben ik, zoals bekend, uit principe tegen vuurwapenbezit door ieder ander dan daarvoor noodzakelijkerwijs opgeleide personen (militairen, politie). Dit gaat nooit veranderen, er is geen argument dat mij op andere gedachten kan brengen, ik maak me er kwaad om dat niet iedereen dit principe omarmt en als ik er toch over in gesprek raak met een andersdenkende en ik heb geen gevatte argumenten meer dan roep ik dat ik er uit principe tegen ben en dan is de kous af.

Zo is het ook met bijvoorbeeld gelovigen. Je hebt uit-principe gelovigen, zoals streng gereformeerden of jehova’s getuigen, en je hebt in-principe gelovigen, zoals mensen die in principe wel geloven dat er iets is, maar dat hoeft dan niet perse god te heten. Grappig toch?!  Of neem het trouwgedrag van mensen. Vroeger trouwde men uit-principe (scheiden kwam bijna niet voor), nu is men in-principe getrouwd (bijna 40% van de huwelijken eindigt in echtscheiding). Overigens zijn de in-principes en uit-principes bij de meeste mensen zo verdeeld dat er een groter arsenaal aan in-principes dan uit-principes is, wat de wereld leefbaar houdt. Je hebt wel mensen die meer uit-principes bezitten, maar die ga ik liever uit de weg, zeker als ze botsen met mijn eigen uit-principes. Niet dat uit-principes altijd irritanter zijn dan in-principes, zeker niet. Vraag iemand of hij/zij iets voor je kan doen en de kans is groot dat het antwoord is:  “in principe wel, maar…(ik heb nu geen tijd, je bent net te laat, dat kost 50 euro etc)”. Met een uit-principe weet je tenminste waar je aan toe bent, en daar houd ik dan ook wel weer erg van. Zoals ik eerder zei spendeer ik al maanden aan deze theorie, dus ik zal jullie niet met al mijn voorbeelden vermoeien. Ik raad je aan er eens op te letten, je komt in het dagelijks leven meer voorbeelden tegen dan je nu misschien denkt. Inmiddels is het voor mij een vuistregel, er zijn geen uitzonderingen en het werkt in alle contexten. In principe dan.

Omdat dit blog in principe over Texas gaat, maak ik nog even een bruggetje. De meeste Texanen zijn zeer geprincipeerde mensen. Zowel wat betreft in- als uit-principes. In principe komen ze op de afgesproken tijd, uit principe wantrouwen ze de overheid. In principe houden ze zich tijdens het autorijden bezig met autorijden, uit principe hebben ze een wapen in huis. In principe komen ze op je verjaardagsfeestje, uit principe stemmen ze op de republikeinse presidentskandidaat. Ook hier ga ik jullie niet verder vermoeien met de eindeloze voorbeelden. Lees mijn voorgaande blogs en je vindt er genoeg.

Ondanks het feit dat Martin de laatste tijd heel erg druk is op het werk, hadden we een weekje vrij. David kwam bij ons op bezoek en we maakten van de gelegenheid gebruik een kleine vakantie te vieren. Met z’n allen in de auto vertrokken we de dag na Davids aankomst richting Houston. Arme David, die had de dag daarvoor dus een uur of acht op vliegveld Houston moeten wachten op de vlucht naar Killeen en werd nu vrolijk in een uur of vier door ons teruggereden. In een paar dagen tijd hebben we enorm veel gezien en gedaan. We verbleven in een hotel in Galveston, een schiereiland naast Houston met indrukwekkende huizen en wat minder indrukwekkende lange stranden.

We bezochten het kindermuseum in Houston, wederom een geweldig kindermuseum. Kinderen konden in de verschillende ruimtes werk doen (in de ambulance, op het politiebureau, op de beurs, bij het nieuws/tv, in de supermarkt, in een ouderwetse diner, in de telefooncentrale, als dierenarts, bij de krant, op het postkantoor of als uitvinder in de werkplaats) en kregen dan een paycheck voor dat werk die ze in een pinautomaat van de bank konden storten. Bij deze pinautomaten konden ze vervolgens ook weer hun verdiende geld opnemen om bijvoorbeeld in dezelfde winkel of diner iets te kopen. We gingen naar het aquarium waar we naast het bekijken van de vele vissen en reptielen ook de roggen mochten aaien (en voeren, maar daar moest je extra voor betalen dus lieten we dat als echte Hollanders aan ons neus voorbijgaan). Dat roggen aaien had ik na een aai ook wel weer gehad, een vreselijk gek gevoel, maar de jongens vonden het leuk.

De volgende dag spendeerden we grotendeels in het NASA spacecenter, waarbij we mochten zitten in de observatieruimte van de controlezaal uit de jaren 60. Deze ruimte was sinds die tijd niet meer gebruikt of veranderd, wat goed zichtbaar was dankzij de kleuren van de inrichting en natuurlijk de asbakjes aan de rugleuningen van de stoelen. We bekeken een heuse raket  en reden in een treintje het terrein over. Eenmaal uitgekeken in het spacecenter shopten we nog even in de outlet in Houston. Die avond aten we in het Rainforest Cafe in Galveston, een geweldig themarestaurant compleet met gorilla’s, olifanten en luid klaterende waterval. Zo luid klaterend dat we het geen minuut uithielden aan het tafeltje dat er naast stond, waarna we zonder problemen werden verplaatst naar een tafeltje wat dieper in het oerwoud gelegen. Na een minuut of tien werd het ineens donker en begon het te onweren, waarbij de gorilla’s zich luid grommend op de borst trommelden en de olifanten tetterden. Onze jongens waren er niet bijzonder van onder de indruk, alhoewel Joris zich enige zorgen maakte over mij en mijn angst voor onweer. Aan de tafel naast ons, pal onder een drietal reusachtige gorilla’s, zat echter een jongetje van een jaar of vier dat zich letterlijk het leplazarus schrok. Het kind was zo angstig dat hij het restaurant uitrende zonder naar zijn ouders om te kijken en pertinent weigerde ernaar terug te gaan. Zijn moeder ging geïrriteerd verder met haar smartphone, zijn vader probeerde hem te troosten en terug te halen. Het mocht allemaal niet baten. Uiteindelijk kregen wij hun al geserveerde voorgerecht aangeboden en vertrok de familie: kind huilend, moeder mopperend, vader met de handen in het haar. Dat wij vervolgens veel te veel te eten hadden maakte niet uit, daar zijn de doggybags tenslotte voor. Ongegeneerd en ervaren schepte ik de witte plastic bakjes vol, maar David voelde zich er nog een beetje bij zoals ik mij ook voelde bij mijn eerste doggybag bijna twee jaar geleden, ietwat opgelaten en hebberig. Terug in het hotel besloten we nog een kleine avondwandeling te maken, geheel onvoorbereid op de honderden muggen liepen we dus in korte broek en met blote armen langs het strand. Net toen we bedachten dat er toch teveel muggen waren en dat het beter was om naar het hotel terug te gaan, zagen we een fantastische minigolfbaan. Compleet met waterpartijen, hoge beplanting en warme lampen een waar walhalla voor de muggenkolonie ter plaatse. Eigenwijs en vol goede moed sloegen de grote mannen een balletje, enthousiast aangemoedigd door de kleine mannen. De volgende dag betaalden we de prijs met minstens tien dikke jeukende muggenbulten per persoon.

Op de laatste dag vermaakten we ons op de Kemah Boardwalk. Denk hierbij aan een kruising tussen een kermis, een pretpark en een pier vol horecagelegenheden. We reden wederom in een treintje het terrein over, waarbij mijn blijdschap om in het voorste karretje te kunnen zitten omsloeg in spijt toen mijn longen volliepen met de uitlaatgassen van de locomotief. We zaten in het reuzenrad en op de draaimolen. We keken uit over zee vanuit de boardwalk tower, een attractie vergelijkbaar met de pagode in de Efteling. De jongens draaiden rond in vliegtuigjes, Martin zweefde in zijn eentje in de zweefmolen en we aten in een goed restaurant, landry’s seafood, een heerlijke lunch die gelukkig voor mij niets met seafood te maken had (ik eet uit principe geen vis of andersoortige waterbeesten).  Tot slot lieten de grote mannen zich nog naar beneden vallen in de drop-zone en reden ze in een supergave houten achtbaan, zwangere vrouwen en kleine mannen waren hierin niet toegestaan.

Dat weekend reden we nog eens drie uur de andere kant op, naar San Antonio om de grotten te bekijken en via de fantastische San Marcos shopping outlet reden we weer naar huis. We aten nog even bij de Taco Bell, maar dat was geen succes. Eenmaal thuis mocht ik aan de slag met een spidermantaart voor een jarig Nederlands jongetje en terwijl ik met de jongens zijn feestje bezocht gingen Martin en David iets doen waar ik uit principe niet aan mee deed en niet mee naar toe wilde: schieten op een schietbaan. Gelukkig maar, want het feestje was een groot waterfestijn, waarop Joris mij en de andere aanwezigen versteld deed staan door tegen ieders verwachting in na een periode van observatie toch met plezier het zwembad in te gaan. Normaal gesproken gaat hij altijd zijn eigen gang in de speelkamer terwijl de rest van de kinderen plonst. Overigens vertelde Martin me hoe ongelofelijk makkelijk men hier op de schietbaan omgaat met wapens. Ze liepen naar binnen, vertelden dat ze wilden schieten en kregen de wapens al in hun handen gedrukt. Toen ze aangaven onervaren te zijn werd daar zeer laconiek op gereageerd en werden ze met wat simpele aanwijzingen toch de baan opgestuurd. Ondenkbaar voor Nederlandse begrippen (mag ik hopen) en typerend voor de, in mijn ogen onverantwoord idiote, manier van omgaan met vuurwapens. Om Davids bezoek af te sluiten aten we bij de Outback, op labor day brachten we hem weer naar het vliegveld vanwaar hij door zou vliegen naar Las Vegas om zijn geluk te beproeven. Het was een heerlijke week, dus David als je dit leest: nogmaals onze grote dank! Het blijft fijn om met vrienden en familie een stukje van ons Texaanse avontuur real-life te kunnen delen.

Een nieuwe dimensie aan ons Texaanse avontuur!

Even slapen of een blog schrijven? Dat is de vraag die ik mijzelf sinds een aantal weken stel na de lunch. Tot nu toe werd het steeds optie 1. De eerste paar weken had dit vooral te maken met het feit dat ik iets te verzwijgen had voor de wereld, naast de bijbehorende vermoeidheid. De afgelopen weken is het grote nieuws met velen gedeeld, maar is de vermoeidheid nog wat blijven hangen. Daarom nu eerst dit blog en hopelijk binnen een week nog een blog, omdat het teveel is om in een keer te plaatsen.

Vandaag ben ik 16 weken zwanger van ons derde kindje! Een totaal andere zwangerschap dan ik gewend was, met enorme misselijkheid en niet in de laatste plaats door de verschillen op gebied van gezondheidszorg tussen NL en Texas. Ik heb het geluk te verblijven in een staat waar verloskundige zorg niet verboden is, die staten heb je namelijk ook (bijvoorbeeld Alabama)! Maar niet verboden betekent niet dat het ook gebruikelijk of goed toegankelijk is, dus een grote speurtocht naar de juiste zorgverlener begon een week of tien geleden. De meeste Nederlandse vrouwen hier gaan bij zwangerschap direct naar het ziekenhuis, net zoals de meeste Amerikaanse vrouwen. Omdat ik echter leef in de stellige overtuiging dat een thuisbevalling (bij ongecompliceerde zwangerschap) voor moeder en kind veiliger is dan een ziekenhuisbevalling en ik niet wens te worden behandeld als zieke, afhankelijke of onwetende besloot ik eerst alle opties te onderzoeken. Daarnaast heb ik mijn thuisbevalling van Elian als veel prettiger ervaren dan mijn ziekenhuisbevalling van Joris. Ik had mijn zinnen dus gezet op een thuisbevalling, begeleid door een verloskundige. Maar waar vind je zo’n verloskundige?

Ik zal een beeld schetsen van de keuzes die ik had. Optie 1: toch naar het ziekenhuis.

De zorg voor zwangeren in het ziekenhuis wordt in Texas door de gynaecoloog gedaan, evenals de bevalling. Nazorg of nacontroles kennen ze niet, kraamzorg ook niet. Het is gebruikelijk vrouwen bij een zwangerschapsduur van rond de 38 weken in te leiden (!!! Vreselijk) Tijdens de bevalling is een ruggenprik “vaste prik”, alhoewel je niet verplicht bent deze te laten zetten gelukkig. Meteen na de geboorte krijgt de baby preventief antibiotica in de oogjes gesmeerd (deden we in NL in de jaren 70 ook en hebben het toen snel afgeschaft ivm veel complicaties en nihil gunstig effect), een injectie vitamine K (kunnen we in NL gewoon druppelen) en Hepatitisvaccinaties. Tijdens de bevalling dragen de dokters en zusters om je bed maskers voor hun gezicht, want stel je voor wat er anders kan gebeuren…. En het verhaal gaat dat je kindje compleet met elektronische armband tegen diefstal op de babyzaal wordt gelegd en dus niet bij de moeder mag blijven, maar dat schijnt per ziekenhuis te verschillen. Met echo’s en allerlei aanvullend onderzoek wordt niet zuinig omgesprongen, wat betreft kosten voor de begeleiding van de zwangerschap en bevalling in een ziekenhuis moet je rekenen op duizenden dollars (10.000-20.000 dollar, ben je geen uitzondering). Broers/zusjes mogen niet aanwezig zijn bij echo’s of de bevalling. Grote, en wat mij betreft enige, voordeel: het ziekenhuis is op 10 minuten rijden van ons huis.

Optie 2: naar een ‘birthcenter’

In een geboortecentrum word je door een verloskundige begeleid en kun je doorgaans kiezen of je in dat centrum wilt bevallen, daar hebben ze meestal twee speciale huiselijk ingerichte bevalkamers voor, of je kiest voor een thuisbevalling. In een geboortecentrum word je als zwangere gezien als gezonde vrouw met een baby in haar buik en benaderen ze de zwangerschap niet als aandoening. Je hebt een belangrijke eigen inbreng in hoe je zwangerschap verloopt (hoeveel echo’s, hoeveel aanvullend onderzoek) en hoe je de bevalling wilt vormgeven, waarbij de verloskundige op een holistische manier met de zwangere omgaat (dus rekening houdt met alle aspecten van haar leven en niet alleen kijkt naar de groeiende buik). Eventuele broertjes/zusjes worden indien gewenst betrokken bij de zwangerschap en bevalling en zolang het veilig blijft mag je het zo gek maken als je zelf wilt (muziek, licht, aromatherapie, badbevalling, 20 mensen om je bed of juist niemand, met of zonder spiegel, zelf je baby aanpakken etc.) In het geboortecentrum zijn ze een groot voorstander van het uitdragen van je kindje tot hij/zij er zelf voor kiest ter wereld te komen, laten ze de navelstreng uitkloppen voordat hij wordt doorgeknipt, blijft de baby te allen tijde bij de moeder en begeleiden ze de moeder indien gewenst direct in het geven van borstvoeding. Ook bieden ze standaard zes weken nazorg, voor moeder en kind. De kosten verschillen uiteraard per geboortecentrum, maar je moet denken aan bedragen tussen de 2000 en 4000 dollar.

Het dichtstbijzijnde geboortecentrum lag ten tijde van de start van mijn onderzoek op een kwartiertje rijden van ons huis. Gewoon in Killeen. De website zag er veelbelovend uit dus besloot ik contact op te nemen. Het bleek een geboortecentrum gerund door een verloskundige, die binnenkort het centrum zou sluiten en zich enkel nog op thuisbevallingen zou richten. Dat betekende ook dat alle prenatale afspraken/controles gewoon bij mij thuis zouden plaatsvinden. Ideaal, dacht ik. Op kennismakingsgesprek liep alles echter even anders dan gehoopt. De vrouw maakte een verwarde, depressieve indruk. De kamer was donker en rommelig. Alle informatie die ik haar over mijn eerdere zwangerschappen had gemaild was ze vergeten en ze reageerde afwezig en onvriendelijk op mijn vragen. Midden in het gesprek stond ze plotseling op, liep naar de deur en maakte duidelijk dat het gesprek lang genoeg had geduurd. Ze stuurde me naar huis met de mededeling dat het buiten te warm was voor haar om met me mee naar de deur te lopen en vroeg me binnenkort te laten weten of ik door haar begeleid wilde worden. Overigens meldde ze nog tussen neus en lippen door dat onze verzekering haar misschien niet zou dekken, omdat ze een opleiding had gevolgd die niet door elke verzekeraar werd erkend. Enigszins in paniek kwam ik thuis. Ik had het gevoel geen keuze meer te hebben en te worden gedwongen te kiezen tussen twee kwaden. Het ziekenhuis was duidelijk niets voor mij, maar dat ik absoluut niet door deze vreemde vrouw begeleid wilde worden was kraakhelder.

Op ruim drie kwartier rijden van ons huis ligt het volgende dichtstbijzijnde geboortecentrum, een centrum met vier verloskundigen, een assistente/kraamhulp, een secretaresse en een inpandig echobureau. In Georgetown, een stadje vlak voor Austin. Wederom stuitte ik op een geweldige website, met alles wat ik zoek in de begeleiding van mijn zwangerschap en bevalling en veel positieve ervaringsverhalen. Maarja, Elian is destijds in minder dan drie uur geboren. Is het risico van een verloskundige op deze afstand dan wel verantwoord? Ik heb me suf gepiekerd en ontzettend veel met Martin gepraat. Alle opties nog eens doorgenomen, maar ik bleef het gevoel houden geen keus te hebben.

We besloten toch het ziekenhuis te bellen, om gewoon eens te gaan praten met een gynaecoloog en te kijken of hij/zij bereid was zich aan (een aantal van) mijn wensen aan te passen. Wat bleek echter al snel, in dit ziekenhuis was je verplicht eerst een zwangerschapstest te laten uitvoeren in hun laboratorium (uitslag liet een week op zich wachten), daarna een afspraak te hebben met de financieel medewerker om te kijken of je wel goed verzekerd was en tot slot moest je een zwangerschapscursus van een aantal dagen volgen (ongeacht eerder doorgemaakte zwangerschappen) alvorens je überhaupt een arts te zien zou krijgen. Dat was voor mij de druppel. Ik was al fel tegen een ziekenhuisbevalling (tenzij medisch noodzakelijk uiteraard), het Amerikaanse ziekenhuissysteem stond me nog meer tegen en nu ook nog deze onzinnige rompslomp.

Op naar Georgetown dus, waar ik terecht kwam in een warm bad. De verloskundigen zijn professioneel, kundig en vriendelijk. Ze zijn lief voor de jongens en zijn bereid overal over te praten. Mijn wensen, mijn zorgen, mijn beslommeringen in het dagelijks leven. Voor elke afspraak nemen ze 60 minuten de tijd (!). Mijn afspraken worden altijd vlot gecoördineerd en geregeld door de secretaresse, evenals de declaratieformulieren die ik voor de verzekeraar nodig heb(zo mooi van het Amerikaanse systeem, ik krijg bijna 1000 dollar korting als ik zelf betaal en declareer). Als ik thuis met vragen zit kan ik haar mailen en heb ik altijd snel een helder antwoord. De deur wordt voor me opengehouden, er is een speelruimte voor de kinderen, eten en drinken staat altijd klaar voor wie het wil. De muren staan vol met afdrukken van voetjes van de baby’s die er geboren zijn en het hele centrum is huiselijk maar netjes ingericht. Feit blijft dat ook zij zich aan de Texaanse wet moeten houden, wat voor mij betekent dat ik voor alles wat ik weiger een formulier moet ondertekenen (geen antibiotica in de oogjes, geen vitamine K injectie, geen hepatitisvaccinatie etc.) Prima, ik ben allang blij dat zij de mogelijkheid bieden dit te weigeren en dat ze mij volledig voorlichten over alle voor en nadelen van deze ingrepen. Omdat ik bij Joris het Hellpsyndroom ontwikkelde word ik bij ieder bezoek uitgebreid gecontroleerd. Mijn enige zorg blijft de afstand. Toch hoef ik mij hier waarschijnlijk niet heel druk om te maken. In Nederland word je geïnstrueerd te bellen bij regelmatige weeën, hier bel je bij de eerste wee. De verloskundige komt dan naar je toe en blijft bij je, tot je baby geboren is of (bij vals alarm) tot je je weer prettig genoeg voelt om alleen gelaten te worden. Heel gebruikelijk is het om een badbevalling te doen wanneer je je laat begeleiden door een verloskundige. Ze nemen dan ook een mobiel baringsbad mee naar ons huis bij de 38 weken controle, zodat ik tijdens de bevalling kan beslissen of ik daar wel of geen gebruik van wil maken. Kortom, ik ben blij! Ik heb met 7 weken een echo gehad om de zwangerschap te bevestigen en over twee weken, met 18.3 weken zwangerschap heb ik de 20 weken echo. Geen onnodige echo’s dus, maar mocht ik er meer willen ben ik daar helemaal vrij in.

Natuurlijk gebeurt er hier nog meer dan alleen zwanger zijn. Taal blijft een mooi concept. Martin vertelde me van de week dat iemand “de koning op aarde”was. “Oh”, zei ik, “die heb je leuk bedacht”. “nouja”, zei Martin “de koning in Frankrijk dan” Haha. (voor medemensen die ook moeite hebben met spreekwoorden, in deze tekst achterhaal je de volgende correcte spreekwoorden: ‘de koning te rijk’, ‘als een god in Frankrijk’, ‘de hemel op aarde’) Ik heb ooit van Eliane het boekje ‘geen kip overboord’ gekregen, en inmiddels na tien jaar spreekwoordverbasteringen van Martin en zijn familie aanhoren zou ik zo een nieuw boekje kunnen vullen. Zeer vermakelijk.  Laatst dacht ik dat mijn eigen Engels niet meer zo best was. Ik had een taart gemaakt voor een Amerikaanse die ze zou komen ophalen tussen 13.00 en 16.00. Op de betreffende dag belde ze me echter dat ze hem uiterlijk om 13.00 zou halen, want ze had daarna allerlei afspraken. Tenminste, dit dacht ik te hebben verstaan. Om 13.00 was er geen mevrouw, om 14.00 belde ze en verstond ik: “ik kom er nu aan”. Om 15.00 geen mevrouw. Om 15.30 stond ze dan op de stoep. Door het dolle heen zo blij met de taart, zoals het een goed Amerikaanse betaamd. Gelukkig bleek het niet aan mijn Engels te liggen, maar wederom simpelweg aan het feit dat ik met een Texaanse te maken had. ‘Ik zeg niet wat ik doe en ik doe niet wat ik zeg, ik houd slechts de schijn op’. Weet ik dat na twee jaar nu nog niet?!

In mijn vorige blog vertelde ik over onze auto die naar de dealer moest. Tijdens die reparatie hebben de monteurs helaas een stukje van een van de stoelen afgebroken. Geen essentieel onderdeel, maar toch willen wij het graag (op hun kosten) gerepareerd hebben. Martin zocht om het makkelijk te maken meteen het onderdeelnummer op en regelde met de onderdelenmeneer dat het besteld zou worden. Een paar dagen later werden we teruggebeld dat het onderdeel binnen was en dat ik mocht langskomen om het even te laten repareren. Dus reed ik, nog in mijn misselijke periode, nadat ik Joris op school had gebracht met Elian naar de dealer. Daar aangekomen keek de juffrouw die Martin had gesproken of ze water zag branden. Ze wist helemaal niets van een kapot onderdeel, dat zij dan ook nog eens zelf gesloopt zouden hebben. Onvoorstelbaar. Ze had mijn man helemaal niet gesproken en het onderdeel was ook niet in huis. Sterker nog, volgens de computer was dat onderdeel nooit besteld en de naam van de onderdelenmeneer herkende ze absoluut niet. Onder invloed van hormonen laat ik mij wat moeilijker wegsturen dan normaal, dus hield ik vol en belde ik Martin. Elian inmiddels jengelend op de achtergrond, drie doosjes ‘zoethoud’ rozijntjes al achter de kiezen. Toen ik daarna de naam van de onderdelenmeneer nog eens noemde ging er een klein belletje rinkelen: “oooh, die, ja dat is het baasje van alle onderdelenmeneren…”. Maar verder wist ze nog steeds nergens van. Mokkend liep ze mee naar de auto, om te kijken naar wat er dan kapot was. Het gebroken onderdeel dat ik haar onder de neus had geduwd had ze nog nooit van haar leven gezien (weet u zeker dat dat bij uw auto hoort?). Dat het onderdeel perfect paste op de andere helft van het onderdeel dat nog in de auto zat overtuigde haar niet, dus moest er een monteur bij komen kijken. De monteur herkende het gelukkig een half uur later wel en leek zich ook te herinneren dat zij het zelf hadden gesloopt, dus werd de mevrouw ineens vriendelijk en bezwoor ze me het onderdeel meteen te bestellen. Tien minuten later vertelde ze me dat ik kon gaan, het onderdeel zou die middag binnenkomen en dan zouden ze me bellen voor een afspraak om het erin te laten zetten.

Een paar weken later besloot Martin zelf maar weer eens te bellen hoe het met de bestelling stond.  Drie keer raden, er was wederom geen bestelling gedaan, geen onderdeel in huis en Karlijn mag weer langsrijden om te laten kijken wat ze nodig hebben. Met frisse tegenzin rijd ik dus na het schrijven van dit blog weer naar de dealer, benieuwd wat ze me nu weer op de mouw gaan spelden en nog benieuwder of mijn bezoek dit keer iets uit gaat halen. Ik zet alvast tien dollar in op: NEE.

Soms loopt iets net even anders dan je van tevoren had gedacht

Sinds ik kinderen heb merk ik dat er een hardnekkig vooroordeel heerst in de maatschappij, wat betreft het “gezondhouden” van je relatie. Lees een interview met een hippe relatietherapeut (of bekende Nederlander die verstand moet hebben van relaties), of praat met een willekeurig persoon en je ziet dat men vindt dat de volgende regel op iedereen van toepassing is:

 Word je geacht als kinderloze geliefden nog zoveel mogelijk apart te doen om de boel samen leuk te houden (“nou, het is wel belangrijk dat de vrouw regelmatig alleen met de meiden, en de man regelmatig alleen met de mannen op stap gaat…je moet vooral ook een eigen leven houden”) moet je als ouders ineens  opletten dat je vooral nog dingen met z’n tweeën onderneemt (“ja, je moet er wel op letten dat je ook regelmatig samen zonder de kinderen iets leuks doet). Houd je je niet aan deze richtlijn, dan is je relatie volgens menigeen gedoemd in het honderd te lopen.

Ik vind het zo’n onzin. En eerlijk gezegd ben ik er zelfs van overtuigd dat het juist dit soort door anderen/mode opgelegde ideeën (die gebaseerd zijn op egocentrisme?!) zijn die problemen veroorzaken. Juist hierdoor gaan veel stellen onnodig aan hun relatie twijfelen. Kan het niet gewoon zo zijn dat het voor iedereen anders is? Dat het dan aan de partners is om te praten over wat zij van elkaar verwachten? En dat er stellen zijn die gewoon graag samen genieten van die prachtige, maar korte periode in het leven dat de kinderen jong en afhankelijk zijn? Daar zo min mogelijk van willen missen, verantwoordelijkheid nemen. Bewust samen beleven wat een bijzondere periode dit is. Voor ons geldt dat. Op die manier hebben wij beiden het gevoel dat we onze relatie gezond houden, door samen blij en trots te zijn met/op ons gezin.

Toch deden ook wij een paar weken geleden een poging met z’n tweeën een avondje uit eten te gaan. Martin had voor zijn verjaardag gereserveerd bij het restaurant van een golfclub hier in de buurt, maar een dag of twee van tevoren werden we afgebeld in verband met een plotselinge bruiloft aldaar.

Poging 2, een week later op uitnodiging van de golfclub: De jongens mochten spelen en eten bij Annelin, dus pakte ik hun spullen in en dofte ik mijzelf eens helemaal op. Leuk jurkje, mooie schoenen, haren los en zelfs een (minimaal) make-upje op mijn gezicht. Nadat we de kinderen hadden afgezet reden we richting golfbaan.  Bij de laatste afslag zagen we een bordje met: “bruiloft pietje en marietje  richting golfclub”. Vol goede moed,  Texanen vergeten nog wel eens iets dus het zou wel het bordje van de week ervoor zijn, reden we verder. Toen Martin het parkeerterrein opdraaide viel echter op dat er geen plek meer was voor onze auto en dat er een prachtig typisch Amerikaans bruidspaar foto’s stond te maken op de stoep voor de club. Inclusief 16 man bruidspersoneel waarbij de 8 bruidsmeisjes, net als in de film, allemaal dezelfde jurkjes droegen, ongeacht hun figuur. Omdat we niet waren afgebeld besloten we toch de auto in het enige, piepkleine, plekje te wurmen (gewoon even uit de achterbak klimmen). Binnen baanden we ons een weg door een feestende mensenmassa, waarin we helemaal niet waren opgevallen als we geen Nederlands met elkaar hadden gesproken. Aangekomen bij de bar werden we wat meewarig aangekeken door een uiteraard-van-niets-wetende barman, die ons verzekerde dat we hier nu echt niet konden eten (goh), maar dat er misschien wel eten geserveerd werd bij het zwembad. Geen excuses, geen drankje, ik vond het een nogal opmerkelijke manier van omgaan met gasten. Aangekomen bij het zwembad vol plonzende, spetterende, luidruchtige vrolijkerds zagen we inderdaad wat metalen stoeltjes en tafeltjes, maar geen eten.  Een uur nadat we de jongens er hadden afgezet stonden we dus weer op de stoep bij een verbaasd stel vrienden, waar we heerlijk mochten aanschuiven bij een geïmproviseerd feestmaal en een heleboel gezelligheid.

Weer een week later ondernamen we poging 3: Iets minder opgedoft, Joris helemaal blij dat hij weer bij Annelin mocht eten (toch wel weer pannenkoeken hè mama?!), vertrokken we van huis. Het parkeerterrein was weliswaar minder vol, toch waren er verdacht veel kenmerken die wezen op wederom een bruiloft. Gelukkig bleek het ditmaal om een 40-jarig trouwjubileum te gaan, waar blijkbaar een iets kleiner gezelschap bij komt kijken dan wanneer men trouwt. De band en hossende jeugd hadden plaats gemaakt voor aan keurig-gedekte-tafels-met-glazen-rode-wijn zittende oudevandagen en een kabbelend muziekje. De kleine zaal was onbezet en dus konden wij eindelijk doen waarvoor we gekomen waren: een hapje eten.

Omdat er een reparatie aan de achterbank van de auto moest plaatsvinden waardoor we de auto een paar dagen kwijt zouden zijn, kregen we een huurauto. Mooi systeem, dachten wij. Martin had de huurmaatschappij gesproken en zij zouden de huurauto naar ons huis brengen. Fijn, want ze konden er precies zijn voordat Martin naar zijn werk moest, zodat ik niet zonder auto zou zitten. Natuurlijk duurde het allemaal toch wat langer dan beloofd (weer bijna vergeten dat ik in Texas zit en dat met twintig minuten dus best eigenlijk een uur kan worden bedoeld), dus Martin stond al op de oprit om te vertrekken toen een glimmend zwarte Dodge Charger voor ons huis parkeerde. Uit de Dodge stapte een knul van een jaar of 17 waarvan Martin dacht de sleutels over te nemen. Na enige verwarring bleek echter dat deze jongeman hem kwam ophalen om mee te rijden naar het kantoor om het nodige papierwerk in te vullen (ohja, Texas, Amerika,bang voor rechtszaken, stapels papierwerk). Maar omdat Martin al laat was voor zijn werk, was ik plotseling de gelukkige. Snel de nog-lekker-in-pyjama-rondhobbelende jongens aangekleed en de autostoeltjes in de Charger gepuzzeld. En toen -fingers crossed- met mijn kostbaarste bezit in de flitsende auto met minderjarige bestuurder gestapt. Op mijn vraag of hij veel mensen heen en weer reed, antwoordde hij ontkennend: hij was eigenlijk gewoon de autowasser van de zaak. Slik. Al snel bleek mijn bezorgdheid volledig ongegrond en sloegen mijn gedachtes om van: als-dit-maar-goed-gaat naar: je-mag-best-wat-gas-geven. De jongeman bleek een aardige gesprekspartner die vooral erg geïnteresseerd was in mijn mening over Amerika. Hij was zelf nog nooit het land uit geweest en schaamde zich nogal voor zaken als de wapenwet en de conservatieve houding van veel Texanen.  Je begrijpt, de autorit was veel te kort. Aangekomen bij het kantoor moest ik een stapel papierwerk ondertekenen en werd mij geprobeerd een extra verzekering aan te smeren a 25 dollar per dag. Dit hield kortgezegd in dat ik in het geval van een Totalloss schade met de huurauto ‘gratis’ weggesleept zou worden. Op mijn afwijzing werd vol ongeloof gereageerd.  Ik hield voet bij stuk dankzij de arrogantie dat ik in de 13 jaar dat ik autorijd, nog nooit een ongeluk heb gehad en dat het mij dus ook deze twee dagen wel zou lukken de auto in elk geval niet totalloss te rijden. Uiteraard kwamen ik, de jongens en de Dodge heelhuids thuis, waar hij in de garage heeft staan wachten tot onze eigen auto klaar was.

Ter gelegenheid van het twintig jarig bestaan van de Waco Zoo dit jaar worden er allerlei evenementen georganiseerd voor leden. Ingeborg en ik besloten met de kinderen naar de icecream social te gaan. Volgens de uitnodiging zou de social om zes uur savonds beginnen, terwijl de dierentuin normaal om vijf uur de poorten sluit. Omdat het ruim een uur rijden is naar Waco en wij het niet te laat wilden maken, namen we een avondmaaltijd mee en zorgden we dat we om half vijf op de parkeerplaats stonden. We hadden bedacht dat we vast wel dat uurtje van vijf tot zes zouden mogen overbruggen in de zoo, zodat we rustig naast de giraffen ons dinertje konden opeten. Helaas bleek dit helemaaaal niet de bedoeling (malle hollanders) en na een toiletbezoek moesten we meteen de poort weer uit. Plan B was ook zo slecht nog niet: we wandelden via een zijingang naar buiten en liepen zo een mooi park aan het water in. Compleet met speeltuin, splashparkje en picknicktafels. We aten onze bakjes leeg, lieten de kinderen lekker spelen en vertrokken om kwart voor zes weer richting dierentuin. Tot onze schrik was echter ineens de zijpoort, waar we zojuist nog door naar buiten waren gelopen, afgesloten met een enorm hangslot. Geen beweging in te krijgen. Natuurlijk keken wij als echte Hollanders even of er ook geen weg omheen mogelijk was door de struiken, maar helaas maakten we geen schijn van kans. Al snel kwam een Amerikaanse,afgetrainde, vlotte moeder-achter-kinderwagen op ons af gejogd (joggen achter kinderwagen is hier zeer gebruikelijk!) die ook het plan had via deze zijingang naar de social te gaan. Gelukkig wist zij wel de weg naar de hoofdingang (waar onze auto stond), maar ze waarschuwde ons dat het een lange en vooral gevaarlijke route was. We hadden geen keus. Enthousiast kwebbelend jogde de dame voor ons uit, de lange stoeploze straat over, waarbij ik haar nog enigszins kon bijhouden zolang ik maar niet terugkwebbelde. Na deze lange stoeploze straat, kwam echter een grotere uitdaging: een lange bijna-loodrecht-omhooglopende straat. Mind you, het was een graad of 38 en het zonnetje scheen nog in volle glorie op ons bolletje. De kinderen lieten zich prinsheerlijk voortduwen en genoten van alle nieuwe indrukken. Horizontaal achter mijn duowagen (met daarin onder andere 3 liter appelsap, 13 kilo Elian en 18 kilo Joris) kreeg ik bij elke stap een roder hoofd en minder lucht, het zweet in straaltjes mijn ogen inlopend. Goddank zag ik nog net dat ook Ingeborg enige moeite had met deze barre tocht, want onze gids jogde weliswaar niet meer, maar had dat zeker nog gedaan als ze ons niet op sleeptouw had gehad. Haar paardenstaart nog in model, geen zweetplek te bekennen in haar perfect passende outfit, hooguit een gezonde lichtroze blos op de wangen en nog altijd luid kwebbelend paste ze zich aan ons tempo aan. Blijkbaar had ze opgemerkt dat ik er bijna bij neerviel, dus duwde ze soepeltjes met haar linkerarm haar eigen wagen/zoon van vijf en met haar rechterarm hielp ze mij de bugaboo het laatste stukje berg op te krijgen. Overigens had die bugaboo tijdens deze wandeltocht helaas een lekke band opgelopen, wat het er niet bepaald makkelijker op maakte. Boven aangekomen zag ik de hoofdpoort in de verte, aan het eind van een stoeploze, drukke, maar vlakke straat. Terwijl ik ‘hoeraaa’ dacht en stond uit te hijgen, hoorde ik onze begeleidster paniekerig roepen dat we echt moesten rennen omdat dit zo’n gevaarlijk stuk was. Zij was inmiddels al halverwege. Misschien heb je het wel begrepen nadat je tot zover hebt gelezen, maar al had ik het gewild, dan nog had ik niet meer kunnen rennen. Ik geloof zelfs dat ik niet eens meer wist wat rennen was. Om een uur of zeven bereikten we strompelend  de ingang van de Zoo, waar de dame van het welkomstcomité niet leek door te hebben dat mijn hoofd scharlakenrood was. Eenmaal binnen konden we dan eindelijk aan de gratis ijsjes en eerlijk is eerlijk, die hadden vast niet zo goed gesmaakt als ik gewoon door de zijpoort binnen was gekomen. Annelin speelde op de waterglijbanen terwijl de jongens hun ijs aten en gefascineerd om zich heen zaten te kijken. Daarna liepen we nog een rondje dierentuin, maar omdat we onze lichaamsbeweging wel hadden gehad die dag besloten we de helft over te slaan en op huis aan te gaan. Vlak voor de uitgang zag ik ineens Elians voetjes: bloot.            Bloot?!          Weg schoenen. (Ik weet dat hij ze vaak zelf uitschopt en ben daar dan ook altijd op bedacht, maar in alle commotie deze avond heb ik er geen moment op gelet.) Ik gaf de sandaaltjes als vermist op, omdat ik geen puf meer had om de hele route nog eens terug te lopen. Net toen we de poort wilden uitlopen kwam een medewerkster op haar golfkarretje aangescheurd, met boven haar hoofd zwaaiend: Elians schoentjes. Halleluja. Het was een onvergetelijke avond.