House for Sale

Een zaterdag in mei, 14.00. Na iets meer dan een uur noodgedwongen in de speeltuin te hebben doorgebracht ploffen we, dankbaar voor de verkoeling van onze airco, aan tafel neer voor een late lunch. De eerste boterham is net gesmeerd als de deurbel gaat. We kijken elkaar niet-begrijpend aan: geen pakketjes besteld, we verwachten niemand. Als ik de deur opendoe staat een vrolijke vrouw mij aan te kijken alsof ik weet wat ze komt doen, met in haar kielzog een gezin van vier personen. Blijkbaar ziet ze aan mijn vragende gezicht dat ik toch niet snap wie ze is en wat ze komt doen, dus verduidelijkt ze snel: “wij hebben hier om twee uur een afspraak om naar het huis te kijken”. Omdat wij van niets weten en we eerder door hem zijn gewaarschuwd niemand zomaar het huis te laten bezichtigen, bellen we onze makelaar. Ook hij weet van niets. Om een uur zou er bezichtigd worden, vandaar ons oververhitte parkbezoek van zojuist, maar van een afspraak om twee uur weet hij niets. Na wat geheen-en-weer blijkt dat de mensen op mijn stoep de mensen van een uur zijn. Zonder blikken of blozen een uur te laat dus, zo kennen we onze Texaanse vrienden weer.

In de weken die volgen op het plaatsen van het bord in de tuin moet ik het huis continu in hoogste staat van paraatheid hebben. Schoon, opgeruimd en klaar om verlaten te worden. Het is hier gebruikelijk om een kijkafspraak te maken op ongeveer een uur voordat men wil kijken, dus tot ergernis van de jongens en mijzelf worden we regelmatig verrast met de mededeling dat we binnen drie kwartier het huis uit moeten. Leuk, naar de speeltuin met 35-40 graden. De enige manier om de jongens zonder voortdurend gemopper mee te krijgen op zo’n moment is de belofte dat we niet van de kokende glijbaan hoeven, maar dat we gezellig bij de McDonald’s in de plaatselijke Walmart een ijsje zullen gaan halen. Of, met een beetje geluk, dat we precies kunnen binnenlopen in de bioscoop –gegarandeerd bevroren ledematen- voor een leuke film. Denk aan “Captain Underpants”, onderbroekenlol op z’n best.

Een keer, zie boven: we zaten tenslotte net aan de lunch, zijn we thuis gebleven terwijl de kijkers door ons huis liepen. Toen wisten we ook meteen weer waarom dat geen goed idee is. Ten eerste is het heel confronterend dat er mensen door je huis lopen –vleeskeuring- , ten tweede willen die mensen eigenlijk niet weten van wie ze een huis kopen, terwijl de ook van Europa afkomstige makelaar juist enorm geïnteresseerd is  en ten derde hebben wij zoons die de potentiële kopers luidkeels wijzen op de nadelen van het huis: “neeee, niet naar buiten!!! Er zitten fire-ants in de tuin!!”.

Het is moeilijk dat we dit huis moeten gaan achterlaten, eind mei vierden we nog Joris zijn verjaardag in de achtertuin. Een springkussen, Oudhollandse spelletjes en genoeg plek om te zitten. Ons nieuwe huis in Nederland wordt op dit moment flink onderhanden genomen en biedt hopelijk straks net zoveel plaats en mogelijkheden voor fijne feestjes.

…huh, er rijden twee auto’s mijn oprit op?!…

….Ding-Dong…

Uitgerekend nu ik dit blog zit te typen staat er totaal onverwacht een makelaar met klanten voor mijn deur. Hij beweert dat hij gisteren met mijn makelaar heeft afgesproken om vandaag te komen kijken, en wacht vriendelijk glimlachend op een antwoord terwijl ik hem volledig verbouwereerd aanstaar. Mijn hersenen hebben even kortsluiting, want ik weet meer dan deze meneer: Drie blote jongens hebben de huiskamer veranderd in een oceaan vol plastic haaien waar her en der een verdwaalde sok of vergeten schijfje appel tussendoor zwemt. Hun kleding hangt in een lamp of zwerft op de bank. De eettafel ligt nog bezaaid met broodkruimels, verdwaalde hageltjes en weggerolde muisjes, evenals de eetkamervloer, dankzij onze zojuist genuttigde lunch. Grote kans dat toiletten niet zijn doorgespoeld, want dat geeft zo’n eng geluid als je 3, 6 of 8 bent. En boven vind je de gevolgen van het vanmorgen geleverde gevecht tussen lego ninja draak en lego spinneman. Goed, zelf ben ik ook niet onschuldig, in de keuken heeft de strawberry-lemonade kwarktaart die ik stond te maken en fotograferen voordat ik dit blog ging schrijven zijn sporen nagelaten.  Op mijn bureau staat een bord met een fijne punt van diezelfde taart, klaar om op smaak te worden getest. Mijn makelaar krijg ik niet te pakken, maar de mensen op de oprit lijken me geen oplichters. Ik vraag de man dus om even buiten te wachten, zodat ik de boel op orde kan maken en met aangeklede jongens het huis kan verlaten. Een minuut of tien later zitten de jongens, nog zonder schoenen, met een chemische gummiworm als beloning in hun autostoeltjes en is het huis klaar voor bezichtiging.

Na een half uurtje doelloos rondrijden in de woonwijk komen we weer thuis, waar mijn stuk taart nog onaangeroerd op mijn bureau staat te wachten. Ik heb van de weeromstuit die punt maar terug in de koelkast gezet en de rest van de taart opgegeten.

Mijn locatie .

Achtbaan van emoties

Een kwartier eerder dan afgesproken zie ik een witte pick-up onze oprit opdraaien. Voor de deur staat een stevige, goedlachse dame die ondanks het ontbreken van cowboyhoed of –laarzen (en het wonderlijke feit dat ze niet te laat is), overduidelijk geboren en getogen Texaans is.

Ze reikt me haar hand en we steken van wal met de nodige beleefdheden die hier nog diep in de maatschappij geworteld zitten (How are you, my name is, nice to meet you, come on in…). Ze neemt plaats aan onze grote tafel direct rechts naast de voordeur en stalt haar spullen uit: papierwerk en een tablet waarop ze straks al onze huisraad zal invoeren. Haar eerste vraag is meteen raak: “are you ready to leave the US?”. En natuurlijk heb ik daar geen passend antwoord op. Er bestaat voor mij geen eenduidig antwoord op deze zo simpel lijkende vraag. Een ontkenning of bevestiging zou volstaan, ware het niet dat zowel ja als nee weerstand bij me oproepen. Ik leg haar kort uit dat het dubbel is om na zes jaar Texas naar Nederland terug te gaan, en dat we gelukkig zelf de keuze ook niet hoeven maken. We staan voor een voldongen feit en gaan het beste maken van wat er komen gaat, zoals we dat ook gedaan hebben toen we in 2011 deze kant op kwamen.

“Home is where the heart is”, maar mijn hart ligt op twee plaatsen.

De inventarisatie is een ongemakkelijk gebeuren. Hoewel KayKay een vrolijk mens is en me probeert op mijn gemak te stellen, zie ik in mijn bezittingen ineens niet meer mijn fijne spullen maar een  gigantische hoeveelheid  troep die door derden ingepakt en verplaatst zal moeten worden. Een gevoel van schaamte vermengt zich met de twee andere emoties die ik de laatste tijd zo sterk voel: Verdriet om hier weg te moeten gaan en blijdschap om terug te mogen keren in Nederland.

De afgelopen weken zijn letterlijk benauwend voor mij geweest, meer dan eens per dag zit ik naar adem te happen. We zeggen onze contracten/abonnementen langzaamaan op, nemen afscheid van mensen en plaatsen, proberen in te schatten wat we nog nodig hebben aan wasmiddel en andere spullen in de voorraadkast. Het mooie vind ik wel dat ik dankzij het naderend vertrek weer even kan kijken met  kinderlijk enthousiasme, zoals ik dat in het begin van de plaatsing ook heb ervaren. De schoonheid van het landschap, de vrijheid en de zon maak ik in deze periode weer bewuster mee. Er zijn dagen dat ik niet weg wil, dat ik niet weet hoe het straks moet in Nederland. Met de kinderen, met mezelf. Met Elian die hier zo fantastisch begeleid wordt door zijn lieve therapeut. Met het koude, grijze weer.  Maar er zijn evenveel momenten dat ik niet kan wachten om terug te zijn, dat ik het hier mooi geweest vind, dat ik verlang naar mijn familie en vrienden en de nieuwe uitdaging die ons te wachten staat. Het is alsof ik continu heen en weer word geslingerd tussen twee muren, waartegen ik zowel aan de ene als aan de andere kant steeds een harde smak maak.

We plannen onze laatste roadtrip en dat herinnert me eraan dat ik het laatste deel van de vorige reis nog niet op papier heb gezet. Een klus waar ik al een tijdje tegenaan zit te hikken, omdat de laatste dagen van de vakantie onverwachts een zware emotionele lading hebben gekregen.

Vanuit Las Vegas naar de volgende bestemming was een tripje van ongeveer vier uur. Via een klein stukje route 66 reden we naar Flagstaff, Arizona, vlakbij de Grand Canyon. Ons verblijf was een kleine ‘cabin in the woods’ die stond op een terrein met een grote speeltuin voor de jongens, omringd door hoge naaldbomen. De lucht was er fris en ’s-nachts koelde het flink af. Onze excursie naar de Grand Canyon was onvergetelijk. Een onbeschrijfelijk, adembenemend mooi natuurverschijnsel zoals ik niet eerder heb gezien. Zo groots dat het je weer even goed doet beseffen hoe nietig wij mensen eigenlijk zijn. Jammer waren wel de hondsbrutale eekhoorns, waarvan er een bijna de twix uit Elians hand trok in een onbewaakt moment. Ondanks de veelvuldig geplaatste bordjes: “don’t feed the squirls” gaven veel mensen uiteraard toch de eekhoorns te eten, wat de beestjes duidelijk het gevoel had gegeven dat menseneten gedeeld behoort te worden met eekhoorntjes. De foto’s die we maakten van de canyon zijn mooi, maar doen geen recht aan hoe het was om daar te staan. Dat geldt overigens ook voor de brochure die we kregen: prachtig, maar niets vergeleken met het werkelijk aanschouwen van de diepte, de kleuren, de grootsheid. Dus als je ooit in je leven de kans hebt: GA!

Door naar onze laatste stop: Albuquerque, New Mexico. Een plek waar Martin al eerder een maand zonder ons was geweest en die hij nu aan ons zou laten zien, op een uur of vijf van Flagstaff. We zaten in een ruim huis met eigen keuken waar we de avond van aankomst lekker zelf konden koken en waren van plan de volgende dag het stadje Santa Fe te gaan bekijken. Het liep anders.

Toen ik wakker werd zag ik het lampje op mijn telefoon oplichten, ik bleek midden in de nacht te zijn gebeld door Dirk. Ik wist meteen dat dit niet goed kon zijn. Hij was op de hoogte van het tijdsverschil en het feit dat ik op vakantie was en zou nooit per ongeluk op zo’n moment geprobeerd hebben mij te bereiken. Mijn voorgevoel dat het niets goeds kon betekenen klopte, maar wat er daadwerkelijk aan de hand was had ik nooit kunnen bedenken. Totaal onverwachts was zijn lieve, bijzondere moeder overleden. Ik kan vellen vol schrijven over wat Gerda voor mij betekent/heeft betekend, maar dit is niet de plek. De schok en het verdriet waren te groot om op mijn benen te blijven staan. Koortsachtig heb ik nog geprobeerd een vlucht naar Nederland te boeken om bij ze te kunnen zijn, maar helaas is dit niet gelukt. Een van de grootste nadelen van een mooi avontuur als dit is dat er momenten komen waarop je bij je dierbaren wilt zijn, MOET zijn, maar dat niet kan. Momenten waarop je definitief afscheid van iemand moet nemen, maar dat niet kunt omdat je er fysiek zover vanaf zit dat je het niet kunt bevatten. Er niet kunnen zijn voor een van de belangrijkste mensen in je leven op zo een cruciaal moment is verschrikkelijk moeilijk, zelfs als je weet dat het je niet kwalijk wordt genomen.

De laatste dag van de vakantie hebben we rustig aan gedaan. Een bezoekje aan het vliegtuigmuseum, eten in een echte old-fashioned diner: Owl café. Uit diezelfde diner hebben we voor troost een enorm stuk banana cream pie meegenomen om op een bankje bij een speeltuin in het avondzonnetje op te eten (terwijl mijn vier mannen lekker aan het klimrek hingen). De reis naar huis was gevuld met terugblikken op een heerlijke vakantie, genieten van nog meer mooie uitzichten onderweg en emmers vol met tranen die zich steeds weer aan mij opdrongen.

Mijn afscheid van Gerda was afgelopen zomer. Een stralende dag in Amersfoort  met Gerda, Dirk en Jahren. We genoten van het weer, een drankje, een wandeling en het samenzijn. De afspraak was dat ik haar nieuwe huis zou komen bekijken zodra ik weer in Nederland woonde, zover mocht het helaas niet komen. Tot ziens bleek vaarwel. Ik ben dankbaar voor alle mooie herinneringen en de rol die ze in mijn leven heeft gespeeld. Over een paar maanden kan ik eindelijk haar zoon en kleindochter –en al mijn andere lieve vrienden en familie- weer knuffelen, ik kijk er naar uit!

Mijn locatie .

In geuren en kleuren

28 Februari 2017. Vroeg in de ochtend doe ik de garagedeur open om de jongens naar school te brengen. De geur die mijn neus binnendringt is moeilijk te omschrijven, maar wat zou ik hem graag in een potje stoppen en bewaren. In een kast vol potjes met geuren die kenmerkend zijn voor een bepaalde plaats en tijd. Ik zie de kast van de GVR (Roald Dahl) voor me, met zijn potten vol dromen. Geuren zijn voor mij de sleutels naar dromen, ik ruik al mijn hele leven extreem goed en geuren brengen me een schat aan herinneringen, emoties en kennis. Zo kon ik als kind al ruiken van wie een kaart of cadeau afkomstig was voordat het me was verteld en wist ik al snel dat de pakjes van Sinterklaas eigenlijk van mijn grootouders (drie paar, elk met hun eigen geur) en ouders kwamen, omdat de geur onmiskenbaar van hen was. Vandaag wordt het een warme dag met een hoge luchtvochtigheid. Ik ruik de Texaanse grond vermengd met zon en water en omdat ik weet dat ik deze geur straks moet gaan missen, neem ik hem nog een keer goed in mij op voordat ik de auto in stap.

Terug naar de roadtrip die we in 2016 maakten. We lieten Los Angeles achter ons om via een adembenemende route langs de Westkust San Francisco te bezoeken (ongeveer 7 uur reizen). Als ik nou een plaats moet noemen waarnaar ik echt nog eens terug zou willen, dan is het  deze unieke  stad met haar prachtige natuur, victoriaanse huizen, de Golden Gate Bridge, slingerende straatjes zoals Lombard street, uitzichten over de stad, sfeervolle restaurantjes en natuurlijk de duizenden priussen (lol). Veel van de straten zijn er zo steil dat ik er met hakken aan onmogelijk kon blijven staan, laat staan lopen. En voor wie zijn auto wil parkeren is een goede planning vereist: altijd dwars op de weg, of met de voorwielen dwars tegen een stoep gedraaid om spontane uitstapjes van je bolide te voorkomen.

We verbleven in een leuk hotelletje buiten de stad, waarnaast een restaurant zat met de naam: Nation’s Giant Hamburgers & Great Pies. Dat kon deze bakmama natuurlijk niet aan zich voorbij laten gaan en dus aten we er een paar enorme burgers en een briljante banana cream pie. YUM! Ook namen we onze spoken mee naar de plaatselijke ‘ghost golf’, een indoor minigolfbaan in Halloweenthema. Ze vonden het geweldig, totdat bleek dat er vanaf baan 7 wel erg spannende schrikeffecten aan het spel waren toegevoegd. De angst was overigens spontaan verdwenen bij de eerste voet over de drempel naar buiten, alledrie vragen ze me nog altijd met enige regelmaat of we alsjeblieft weer kunnen gaan ghostgolfen in California… duidelijk voor hen het hoogtepunt van de vakantie. Bij de plaatselijke Taqueria (een soort mexicaanse snackbar) ging Joris op culinair avontuur door ‘Menudo’ te bestellen. Dat dit halverwege de kom een soep van runderpens bleek te zijn deerde onze dappere dodo helemaal niets, hij at hem met plezier leeg. Onze “gezellige” familiewandeling in San Fransico, door een bos, langs een strand, naar een uitzicht op de Golden Gate bridge, verliep iets minder soepel. De jongens hadden er totaal geen zin in, wat resulteerde in een kapotgevallen knie, huilende, schreeuwende en mopperende kinderen, uitgeputte ouders en een aantal HILARISCHE foto’s.

sf2sf3

Tijd om Californie te verlaten en door te rijden naar Reno, Nevada. Wij vonden de kustroute van LA naar SanFran  al mooi, maar de vier uur durende reis naar Reno was misschien nog wel specialer. Stijgen en dalen, door bossen met af en toe een cabin, door de bergen met sneeuw, langs riviertjes met watervallen en rotspartijen in de wildernis, via bijzondere stadjes met oude gebouwen of toeristische plaatsen bedoeld voor de wintersport waar men zich in Zwitserland waant en langs een groot meer.

In Reno –the biggest little city in the world- hadden we ons verblijf geboekt in ‘the nugget’, een gigantisch Casinoresort vol rokende oude mensen die de hele dag achter de gokkast zitten om er een fortuin te winnen doorheen te jagen. Een ware belevenis. Het inpandige buffetrestaurant viel goed in de smaak bij de jongens en natuurlijk kon ik er mijn hart ophalen bij het uitgebreide toetjesbuffet. Uiteraard namen we de lift naar de bovenste verdieping (29e) en zwommen we in het binnenbad, dat helaas toch ook nog koud was.

We bleven in Nevada maar reden weer een uur of acht, naar fabulous Las Vegas. Stad van lichtjes, rock en roll, van de zonden en weddingchapels. Wederom, wat een gekkigheid. Pure waanzin. Wat mensen kunnen (en willen) verzinnen en bouwen is toch wonderlijk. Wij sliepen in een ‘gewoon’ hotelletje buiten de stad, maar we bezochten wel het beroemde hotel ‘the Venetian’. Daar waan je je binnen buiten door de grachten waarin gondels varen met zingende gondeliers, de blauwe “lucht” met wolken en de vele straatmuzikanten. Uiteraard is ook de Venetian voorzien van een casino, met daaromheen een grote hoeveelheid chique winkels zodat het geld dat door gasten wordt gewonnen direct in hetzelfde gebouw kan worden uitgegeven. Op straat zag ik een restaurant met een weegschaal voor de deur: de ‘heart attack grill’. Je kunt daar gratis eten wanneer je meer dan 175 kilo weegt. In het trouwkapelletje waar we langsliepen trouwde net een oude Amerikaan met een jong Aziatisch bruidje –ware liefde?- en overal waar we keken waren lichtjes, fonteinen en mannen in strings.

Het hotel waarin wij sliepen hadden we overigens niet echt zelf gekozen, maar werd voor ons betaald en dus bepaald door een timeshare-organisatie. In ruil voor de verblijfskosten moesten we dus komen opdraven voor een bijeenkomst en persoonlijk gesprek met een medewerker van dit bedrijf.  Verplicht met kinderen en dus nam ik een tas vol eten mee, niet nodig bleek al snel want ze hadden gratis chips, taartjes, fruit, broodjes en drinken in overvloed. Na een gesprek van een uur of twee met een zorgvuldig voor ons uitgekozen oude opa (vergeetachtig, maar vriendelijk) en een rondleiding over een prachtig resort lieten wij de beste man weten geen interesse te hebben in een aandeel. Uiteraard werd toen zijn manager, een man van onze leeftijd met roots in Europa–wederom zorgvuldig bij ons profiel passend gekozen- erbij gehaald om ons alsnog te overtuigen. Ondertussen ging ik af en aan met Auron naar het toilet, tot frustratie van de heren, want die was net zindelijk en vond de toiletten op locatie reuze interessant. Natuurlijk lieten wij ons niet overtuigen en zo vertrokken we na een aantal uur en veel plezier, met volle buiken naar ons door hen betaalde hotel.

Tot slot bezochten we de hoover dam van Las Vegas, op de staatsgrens van Nevada met Arizona. De dam is gigantisch en het monument erbij voor de mensen die tijdens de bouw zijn overleden confronterend. Een leuk grapje van de architect is dat er aan weerszijden van de dam torens staan met elk een klok: Nevada time en Arizona time, terwijl er op dat punt helemaal geen tijdsverschil is.

In een volgend blog het laatste deel van onze reis, nu ga ik nog even wat Texaans-februari-aroma opsnuiven.

Mijn locatie .

Road Trip 2016 – Part One

24 Januari 2017. Als ik om 0700 de jongens naar school breng komt langzaam de zon op. Het is nog fris, ergens tussen de 2 en de 8 graden. De lucht kleurt blauw met roze –precies zoals ons konijnentoetje volgens Joris, hij heeft gelijk- en aan de horizon komt een oogverblindende oranje gloed ons tegemoet. Wanneer ik om 1530 Elian weer ophaal is het 28 graden, warm genoeg voor Auron om in slaap te sukkelen voordat we bij school zijn. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik dit straks moet gaan missen. De vele dagen zon. De warmte en de uitgestrektheid. De rust. Het is zo normaal geworden dat ik zelfs op een enkele dag met vrieskou zonder jas de deur uitga. Om 1700 haal ik ook Joris van de bus: hij heeft zwarte nagels, rode wangen en natte haren van het buitenspelen. Het was weer een mooie Texaanse dag.

Toch bekijk ik het positief dat ik dit allemaal straks ga missen. Je hoort of leest wel eens: “het blijkt dat mensen aan het eind van hun leven vooral spijt hebben van wat ze NIET hebben gedaan. Dus DOE vooral alles wat je wilt doen”. Ik vind dat zo’n onzin. Het kan niet. Het is namelijk zo, dat wat je ook doet…er is altijd iets anders dat je daardoor laat liggen. Doordat wij naar Texas gingen miste ik mensen en dingen uit Nederland. Doordat we straks terug in Nederland zijn mis ik mensen en dingen uit Texas. Het een kan niet zonder het ander en ik ben blij met wat ik nu beleef en dankbaar voor wat ik straks aan herinneringen heb.

Ik heb al lang niets meer geschreven over ons Texaanse avontuur. Er gebeurt genoeg dat de moeite waard is, maar mijn computer is regelmatig bezet (ook jongetjes van twee kunnen heel best zelf zo’n ding bedienen) en wanneer ik hem ‘s-avonds voor mij alleen heb is me de puf vergaan.

In september was het weer eens tijd voor een reisje door een paar van de verenigde staten. Naar het Westen welteverstaan. Onze eerste stop was El Paso (TX), waar we na 10 uur rijden (ja en toch echt nog steeds Texas) vooral erg moesten zoeken naar ons hotel. Gelukkig heb je daar tegenwoordig een navigatiesysteem voor zou je denken, maar onze boordcomputer hield er wel vreemde routes op na…we belandden op een enorme –ENORME- militaire begraafplaats. Toch vonden we niet veel later ons hotel, aan de voet van de Franklin Mountains. In de hotelkamer hing een enorme airco, die niet te bedienen was en ongevraagd een gigantische hoeveelheid koude lucht richting onze bedden blies. Behoorlijk irritant, maar ach, van slapen in een hotelkamer met drie kleine uitgelaten jongetjes komt toch al niet veel terecht. Voor het ontbijt moesten we ‘s-ochtends met de auto naar een ander gebouw, dat had ik ook niet eerder meegemaakt en het was best even een klus om Joris ervan te overtuigen dat we ECHT eerst in de auto moesten en daarna heus te eten zouden krijgen. Vanuit El Paso bezochten we White Sands (New Mexico). Een fantastisch nationaal monument dat bestaat uit witte duinen van gipskristallen. Met zijn ruim 710 vierkante kilometer is dit het grootste gipsduinenveld ter wereld. Auron wilde er graag een sneeuwpop bouwen, maar toen dat niet bleek te lukken was van de duinen glijden een prima alternatief.

Door naar Phoenix, Arizona op een uurtje of 6 rijden van El Paso. Bij het hotel is een zwembad dat vol zit met ijskoud water, maar dat deert onze jongens niet. Er zal gezwommen worden! Helaas voor ons kunnen ze nog niet zelfstandig zwemmen en dus moeten ook wij eraan geloven. Brrrr. Ook hier houden ze er een bijzonder ontbijt op na. Want hoewel we er nu weer gewoon heen kunnen lopen lijkt het erop dat het management een ontmoedigingsbeleid voert voor het nuttigen van het ontbijt dat bij de prijs zit inbegrepen. Zo zijn er geen vorken, grotendeels gifgroene bananen en met de plastic mesjes wordt het schillen en snijden van een appel een hele onderneming. Geeft niets, want de bak met fruit loops is goed gevuld en een van de favoriete vakantiebezigheden van de heren Schreuder is het ontbijten met Fruit Loops. Kleine waarschuwing: geef je kinderen thuis op normale dagen NOOIT Fruit Loops. Nooit, tenzij je een keer het effect op jouw kroost wil testen. Die dingen zitten zo vol met kleurstoffen, suiker en andere troep dat je een instant reactie zult zien in degene die ze eet. Stuiterend de ochtend door na een paar happen, gegarandeerd! Overigens werd ons bij aankomst in de eetzaal uiteraard een warm ontbijt aangeboden, tegen betaling, waarbij wel vorken werden geleverd. Maar voor deze Hollanders smaakt een  gratis koud ontbijtje nog altijd het best, ook zonder vork.

In Phoenix zagen we de beroemde saguaro cactus die slechts op een paar plaatsen ter wereld groeit.  Indrukwekkend! We wandelden bij Hole in the Rock en bezochten het politiemuseum waar een van de agenten getrouwd bleek te zijn met een Nederlandse vrouw. Per toeval kwamen we ook nog een vliegtuigkerkhof/vliegtuigonderhoudsbedrijf tegen waar we gelukkig niet zijn uitgestapt, want na een rondje langs het terrein –martin moest natuurlijk wel even goed kijken- zagen we een man met een grote stok een nog veel grotere slang vangen.

Omdat we allemaal gek zijn op bananenmilkshakes en die dingen hier verrekte moeilijk te vinden zijn, zochten we op internet naar de dichtstbijzijnde steak&shake. Die bleek op slechts een kwartiertje van ons hotel  te zitten, dus na een lange dag stapten we weer in de auto op weg naar ons favoriete restaurant. Hoe dichterbij we kwamen, hoe meer jeugd we op straat zagen en langzaam begon het te dagen dat we in het college district van phoenix terecht zouden komen. Leuk, maar wat worden wij oud! Wat een bedrijvigheid op zo’n campus. De schemer viel dus de studenten maakten zich op voor een avond borrelen en stappen, wij vielen met drie kleine kinderen nogal uit de toon. Aangekomen bij steak&shake bleek het betreffende filiaal slechts een beperkte kaart te hebben, volledig gericht op studenten en dus zonder bananenmilkshakes. Boehoe. Plotseling zagen we allerlei mensen die de terrasmeubels bedekten onder stukken plastic , er kwam een grote duststorm aan. Blijkbaar heel normaal in phoenix, maar nieuw voor ons. Alles zat al snel onder het stof/zand. De situatie was te vergelijken met dichte mist, maar dan wel een die knarst tussen je tanden.

Op naar California. Eerste stad: Los Angeles. Een tripje van ongeveer 6 uur, alhoewel je daar nog wel twee uur bij kunt tellen voor stoppen: tanken, plassen en andere onverwachtse vertragingen. Eten doen we gewoon in de auto. Onze oude Nederlandse koelbox werkt nog prima en aangezien de Wal-Mart overal te vinden is slaan we steeds een voorraad eten en drinken in voor onderweg. Sommige mensen vragen zich af of het niet zonde is van je vakantie om zoveel in de auto te zitten, maar ik zou niet anders willen. Juist de reis die je maakt is zo prachtig en indrukwekkend. Heerlijk met je eigen gezin bij elkaar. Je kunt hier uren rijden zonder beschaving tegen te komen en het landschap verandert zienderogen terwijl je rijdt. De grootsheid, de ruimte, de natuur: als je het niet gezien hebt is het bijna niet voor te stellen. Ik blijf me verbazen over de leefomstandigheden die we onderweg tegenkomen. Veel stof, troep, kapotte huizen, auto’s. Men woont hier echt! En er is zo ontzettend veel NIKS onderweg. Maar we genieten ook van de plotseling opduikende museumpjes/vvv-kantoortjes onderweg met gastvrije Amerikanen die altijd enthousiast op onze drie boeven reageren.

Een eerste onverwachte horde moesten we nemen bij de staatsovergang. Daar bleek namelijk een heuse voedselcontrole te zijn. Aangezien ik altijd veel te braaf ben liet ik de juffrouw aan de poort meteen onze voorraad bananen en de laatste half opgegeten appel zien, nerveus wachtend op haar oordeel. Gelukkig bleken bananen altijd californie in te mogen en kwam onze appel volgens deze mevrouw uit Texas, blijkbaar een veilige appelstaat, dus mochten we vrij vlot doorrijden.

Een tweede obstakel was een oude bekende: file! Nu is de file een verschijnsel dat we in Texas vrijwel niet tegenkomen, maar mocht dat toch eens gebeuren dan staat iedereen relaxed een beetje te wachten tot hij voorbij is. Je drinkt wat, kijkt wat uit t raam, zet je airco een tandje harder en zwaait eens naar een medeweggebruiker…niet in LA: Wat een gekte. DRUK!! Getoeter, gescheur over banen die daar niet voor bedoeld zijn, auto’s die in en uit gaten schieten die daar net niet te klein voor zijn. De LA rijstijl is allesbehalve Texaans, dus dat was even wennen.

Het derde (en laatste) oponthoud ontstond bij de ingang van het terrein waar ons hotel was. De pas die ons toegang had moeten verschaffen werd geweigerd, en dus mochten we het terrein niet op. Al snel stonden er vier politiewagens om ons heen en werd er druk gebeld met heren op kantoortjes. Lang leve ons entertainmentsysteem in de auto, want met een filmpje erbij hielden de jongens het nog best even uit. Uiteindelijk bleek alles toch gewoon te kloppen en werden we door een zeer vriendelijke agent met zwaaiende lichten naar ons hotel geëscorteerd. We kregen een eigen huisje van 100 jaar oud dat zeker niet teleurstelde, waar we drie heerlijke dagen konden verblijven.

Los Angeles is echt een wereldstad. Ik dacht vooral steeds: Wat een gekkigheid. Echt waar. Druk, zwervers op elke straathoek met zelfs hele tentenkampen onder de viaducten van de snelweg, prachtige mensen (vooral op het strand, net als op tv), sirenes. We zagen Hollywood, Beverly Hills –wat een huizen!- , de sterren op de Hollywood walk of fame. We waren educatief bezig in het science museum en bezochten Venice Beach waar een strandwacht ons Sand Dollars liet zien (een soort schelp). Wanneer je zelf een onbeschadigde Sand Dollar zou vinden, zou dat geluk brengen en dus speurden wij -met succes- het strand af. Het beloofde geluk liet echter op zich wachten, Auron stapte al snel in een bij die daarop zijn angel in het kleine voetje van onze lieve peuter achterliet.

-wordt vervolgd-

Mijn locatie .